We putten de aarde helemaal niet uit

Het milieu is ineens weer helemaal hot. In het kielzog van de klimaatdiscussie hoor je ook weer: ‘we putten de aarde uit’. Op het eerste gehoor best een logische gedachte. Er zit spul in de grond – koper of kolen – dat halen we eruit, dus dat raakt op. En dus komen we vroeg of laat in de problemen.

In 1781 waarschuwde men dat Nederland op te grote voet leefde en dat daardoor onze brandstof, turf, snel op zou zijn. In 1865 waarschuwde men in Engeland dat het einde van de steenkolen snel in zicht kwam. Aardolie was geen alternatief, want dat was veel te duur (zie grafiek). In 1972 waarschuwde de veel geciteerde Club van Rome dat we binnen enkele decennia zonder olie zouden zitten. Maar er is nog steeds ruim voldoende turf, steenkool en olie. Hoe kan dat?

Grenzen aan de groei?

In de jaren ’70 meenden velen dat zich een rampzalig einde aandiende van onze delfstoffenvoorraden. Econoom Julian Simon sloot een weddenschap af met een van de belangrijkste doempredikers, Paul Ehrlich. Beiden waren het eens dat als een grondstof schaars wordt, de prijs stijgt. Ehrlich mocht daarom, in 1980, vijf metalen kiezen waarvan hij dacht dat ze binnen tien jaar schaarser en duurder zouden worden. Hij koos koper, nikkel, wolfraam, chroom en tin. Simon won glansrijk: ze daalden allemaal in prijs! Waarom? De mensheid is veel slimmer en flexibeler dan vrij starre doemdenkers veronderstellen: technologische vooruitgang zorgt bijvoorbeeld voor een alternatief voor de grondstof, waardoor de vraag daalt. Zo is koperdraad deels vervangen door glasvezel.

Aardolie voorlopig nog niet op

In 1970 was de bekende aardolievoorraad genoeg voor ‘enkele decennia’ en dat is nu nog steeds zo. Dit komt doordat het pas rendabel wordt moeilijke locaties te onderzoeken en exploiteren als bij de bekende bronnen het einde in zicht komt. Maar de laatste aardolieput zal niet dichtgedraaid worden omdat de bron is opgedroogd. Voor het zover is zullen duurzame bronnen – biomassa, aardwarmte, kernenergie, zon, wind en water – de fakkel van de fossiele brandstoffen grotendeels hebben overgenomen. (Deze nieuwe bronnen leveren nu al 36 procent van de wereldwijde elektriciteitsopwekking!)

Juist meer consumeren!

Natuurlijk is het prima om in te zetten op energiebesparing en het terugdringen van CO2-uitstoot, maar dat hoeven we niet te doen uit angst voor de toekomst. De huidige hoge olieprijs (zie grafiek) is een belangrijke stimulans voor alternatieven. De mensheid herbergt een ongelooflijke hoeveelheid talent, werklust en creativiteit. Overconsumptie is daarom geen milieuprobleem. Sterker nog: de de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP noemt juist onderconsumptie de belangrijkste reden voor milieuvernietiging. Armoede zorgt voor erbarmelijke hygiëne en plundering van de natuur. Sterke consumptie zorgt voor de benodigde welvaart om miljarden te kunnen investeren in alternatieve energiebronnen en een schone toekomst.