Verdediging Hiddink vraagt om vrijspraak

De advocaten van Guus Hiddink hebben gisteren vrijspraak geëist voor hun cliënt. Zij menen dat het juridische gevecht tegen de van belastingfraude verdachte voetbalcoach niet gevoerd had mogen worden. Volgens de juristen is Hiddink het slachtoffer in een publicitair aantrekkelijke zaak.

De pleidooien volgden op een eis van tien maanden onvoorwaardelijke celstraf, die officier van justitie C. Loos vorige week eiste tegen Hiddink. Volgens het Openbaar Ministerie heeft Hiddink de Nederlandse belasting in 2002 en 2003 voor 1,4 miljoen euro opgelicht toen hij op zijn aangifte een adres in het Belgische Achel invulde. Het OM is van mening dat de voetbalcoach daar nooit echt heeft gewoond.

Volgens de advocaten van Hiddink is het bewijs in de zaak op onwettige wijze verkregen – reden om het OM niet ontvankelijk te verklaren. De belastende informatie kwam uit het strafrechtelijk onderzoek naar oud-PSV-directeur Fons Spooren. Uit telefoontaps bleek dat Hiddink mogelijk belastingfraude pleegde. Aan de hand van die informatie is vervolgens een onderzoek gestart.

Advocaat J. Leliveld: „Op dat moment had Hiddink nog geen belastingaangifte gedaan. Er was dus nog geen mogelijk strafbaar feit gepleegd. Bovendien was er geen verdenking tegen Hiddink.”

De verdediging denkt ook dat er voor de zomer van 2003 al contact was tussen de FIOD (de fiscale opsporingsdienst) en de belastingdienst. Het OM had daarom kunnen weten dat Hiddink feitelijk nog geen aangifte had gedaan. „Er had op dat moment een fiscale discussie gestart kunnen worden, maar bewust heeft het OM gewacht tot er een strafrechtelijk zaak kon worden opgestart”, aldus jurist A. Verbruggen.

Hiddink heeft volgens zijn verdedigers wel degelijk de intentie gehad om in België te gaan wonen. Bovendien hebben alle geraadpleegde deskundigen verklaard dat hij fiscaal inwoner was van dat land.

Officier Loos haalde vorige week in zijn requisitoir hard uit naar de bekende voetbalcoach. Hiddink is volgens hem van een voetstuk gevallen en leefde in de veronderstelling dat hij boven de wet staat. Advocaat Leliveld: „Ik heb nooit eerder meegemaakt dat een officier zulk taal bezigde. Bepaalde elementen zijn enorm uitvergroot. Ook daar hebben wij onze twijfels over.”