‘Spaanse agenten in Guantánamo’

De vorige Spaanse regering onder de conservatieve premier José María Aznar heeft politiefunctionarissen naar het Amerikaanse kamp van Guantánamo Bay gestuurd om gevangenen te verhoren.

Dat meldt vandaag het Spaanse dagblad El País. Volgens de krant werden in juli 2002 verschillende malen leden van het nationale politiekorps naar Guantánamo gestuurd zonder het hiervoor het vereiste rechterlijke fiat.

De onthulling heeft plaats aan de vooravond van het megaproces tegen 29 verdachten van de treinaanslagen van 11 maart 2004 in Madrid, dat donderdag begint. El País onthulde de afgelopen dagen ook dat de Amerikaanse geheime dienst CIA vaker dan tot dusver werd aangenomen, gebruik heeft gemaakt van Spaanse vliegvelden om terreurverdachten voor verhoor over te brengen naar geheime detentiecentra.

De verhoren door de Spaanse agenten zijn door het ontbreken van de rechterlijke autorisatie en het illegale karakter van het Guantánamokamp zeer omstreden en mogelijk in strijd met de wet. Volgens een van de voormalige Guantánamogevangenen lieten de Spaanse agenten foto’s zien van een van de 29 verdachten die donderdag terecht staan voor de treinaanslagen.

Deze verklaring staat haaks op beweringen van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Ángel Acebes, die in de dagen na de aanslagen zei dat de daders gezocht moesten worden in kringen van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Acebes is nu secretaris-generaal van de conservatieve Partido Popular. De toenmalige regeringspartij houdt vast aan mogelijke betrokkenheid van de ETA bij de treinaanslagen.

Volgens El País hebben de Verenigde Staten jarenlang Spaanse vliegvelden gebruikt bij het vervoeren van gevangenen naar het Amerikaanse kamp Guantánamo Bay op Cuba. Daarbij zouden onder meer gemeenschappelijke militaire bases van het marinecomplex Rota en de militaire vliegvelden van Madrid en Sevilla zijn gebruikt voor tussenstops. Spanje zal de gegevens van de betrokken vluchten vrijgeven.