Schat van De Rooswijk in Nederlandse handen

Een schat uit een vergaan schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie was oorzaak van een strijd tussen twee ministeries. Gisteren werd in Vlissingen de vrede getekend.

Zilver uit De Rooswijk (Foto Lex de Meester) 13/02/07 - vlissingen - voorwerpen uit de Meester, Lex de

Een tinnen mosterdpotje met lepel uit de kapiteinshut voor minister Zalm (Financiën) en een dvd met een archeologische database voor minister Van der Hoeven (OCW). Met deze twee giften is gisteren in het MuZEEum in Vlissingen symbolisch een deel van de lading van het VOC-schip De Rooswijk aan de Nederlandse Staat overgedragen. De gezamenlijke aanwezigheid van Zalm en Van der Hoeven is ook symbolisch. Het betekent dat de ruzie tussen hun ministeries nu is bijgelegd.

De Rooswijk, die begin 1740 voor de kust van Kent verging, is twee jaar geleden door een sportduiker op de Goodwin Sands teruggevonden. Rex Cowan, een Britse commerciële berger die al ruim dertig jaar een contract heeft met het ministerie van Financiën (als de beheerder van de materiële erfenis van de VOC), heeft geholpen door een Britse onderwaterarcheologe de kostbare lading zilver en munten te laten opduiken. Een kwart ging naar de Nederlandse staat, de rest is voor Cowan, die intussen een deel heeft geveild.

Nederlandse archeologen waren indertijd zeer ontstemd over deze gang van zaken. Het toenmalige hoofd maritiem erfgoed van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek zei zelfs dat Financiën OCW had misleid door tegen de afspraken in niet eerst Nederlandse archeologen naar het wrak te laten kijken. Volgens Financiën was echter haast geboden omdat het schip leeggeroofd dreigde te worden.

Vorig jaar is na overleg tussen Britse en Nederlandse ambtenaren van cultuur al besloten dat Cowan voorlopig de berging en opgraving moest staken. Verder heeft de Britse minister van Cultuur onlangs het wrak van het VOC-schip De Rooswijk wettelijk beschermd verklaard. Het schip biedt volgens English Heritage veel informatie over de vroeg 18de eeuwse handel tussen Europa en Azië en inzicht in de periode waarin Engelse scheepsbouwers door Nederland werden ingehuurd. De Rooswijk is daarmee het vierde Nederlandse schip dat onder de Britse Protection of Wrecks Act uit 1973 valt.

Rex Cowan, in Vlissingen getooid met zijn Nederlandse koninklijke onderscheiding uit 1993, vindt de bescherming fout. „De archeologische Taliban ziet liever dat een schip in situ wordt leeggeroofd of vergaat – zie de Amsterdam bij Hastings – dan dat erfgoed behouden blijft door een adequate opgraving te bekostigen door een deel van de staven en munten te verkopen. De Rooswijk wordt alleen op papier beschermd. De Britse overheid heeft de exacte locatie op internet gezet, maar zal de vindplaats echt niet met een oorlogsschip bewaken.”

Van minister Zalm mag Cowan daarom verder met de opgraving en berging. „De spullen in het schip zijn nog steeds eigendom van de Nederlandse Staat. Ik ga er van uit dat de aanwijzing tot beschermd gebied geen gevolgen heeft voor de berging. Daarover gaan we overleggen met de Britten.” Op de vraag of Cowan dan, zoals nu in de Nederlandse archeologie verplicht is, aan de hand van een onderzoeksvraag moet gaan werken, volgt een korzelige, niet-begrijpende blik. Door nog eens te wijzen op het risico dat het schip wordt leeggeroofd, zegt Zalm impliciet dat hij vindt dat de Protection of Wrecks Act niet werkt.

De medewerkers van OCW houden zich op de vlakte. „Geen commentaar.”