Podiumpoëzie om in te bijten

Literatuur: Saint Amour van Behoud de Begeerte. Gezien: 11/2 De Vest, Alkmaar. Tournee t/m 28/2. www.begeerte.be.

Een foef is een vagina. Of Jules Deelder dat weet, is de vraag. De foef is in ieder geval afwezig in Deelders poëem Kutgedicht, dat voornamelijk bestaat uit woorden voor het vrouwelijk geslachtsorgaan. In het korte gedicht (222 woorden) trekken – afhankelijk van de persoonlijke interpretatie – 100 à 105 synoniemen voorbij.

Deelders voordracht van Kutgedicht vormt de opening van Saint Amour, een reizend literair programma rond liefde en begeerte, dat zondag neerstreek in het Alkmaarse theater De Vest. Dat Kutgedicht al in 1991 werd opgenomen in Deelders bundel Lijf- en andere gedichten en daarmee niet tot de meest recente artistieke uitingen van de Rotterdamse dichter mag worden gerekend, vormde voor Behoud de Begeerte, de Vlaamse literaire club die Saint Amour organiseert, kennelijk geen bezwaar. Het programma leek er vooral op gericht om hoogtepunten uit het oeuvre van de deelnemende literatoren te tonen, en het publiek – in Alkmaar een goed gevulde zaal – twee uur lang te vermaken. Daar is niks mis mee, zeker niet als er auteurs als Remco Campert, Leonard Nolens en Hafid Bouazza meewerken. En welk middel is voor vermaak beter geschikt dan geile verhalen en gedichten? Want het thema was officieel liefde en begeerte, maar presentator Piet Piryns had gelijk toen hij aankondigde dat er meer van dat laatste te verwachten viel.

En dus werd er in Alkmaar gedurende twee uur „aandachtig gepijpt” (Nolens), was er sprake van „een vette vagijn” (Bouazza – vagijn ontbreekt overigens ook in Kutgedicht), had iemand „glanzende lippen, beetje openstaande mond, armen om in te bijten” (Campert), en werd een eigentijdse Madame Bovary met weinig aandacht geneukt (Hans Münstermann).

Liefdeloze begeerte zat ook in de entr’actes, zoals in de dansfilm Tempus Fugit, waarin een vrouw blijft leven zolang ze maar zoent.

Saint Amour is afwisselend, soms grappig en soms zelfs erg goed, maar de Vlaming Dimitri Verhulst (1972) was de enige die de zaal werkelijk in vervoering bracht. Het fragment dat hij voorlas uit zijn geprezen roman De helaasheid der dingen (2006) was deels erotisch – dat was immers de opdracht – maar het toonde vooral dat de schrijver humor heeft, taalgevoel, een scherpe blik.

Of de rondreis van Behoud de Begeerte door het noordelijk deel van het Nederlands taalgebied een traditie wordt (in Vlaanderen is Saint Amour zowat aan zijn derde lustrum toe, hier is het de tweede keer) is de vraag. Ondanks het strakke decor, de grote namen en het feit dat er naar de toekomst wordt gekeken (Verhulst) is Saint Amour niet veel meer dan een voorleesmiddag. Met na afloop een signeersessie, uiteraard.