Niet op bezuinigen: een cursus argumenteren

Een bezuiniging op de bureaucratie is een slecht idee, aldus vijf ambtenaren (nrc.next, 8 februari).

Hun pleidooi zat vol met oneigenlijke argumenten.

Lang leve de bureaucratie, vertelden vijf ambtenaren ons (nrc.next, 8 februari). Wat een heerlijk slecht stuk! Om je vingers bij af te likken. Het begon met de verontwaardiging over het feit dat zelfs linkse partijen (zoals de PvdA) nu tegen de bureaucratie zijn. Een argument waarom het wonderlijk is dat ook linkse partijen belastinggeld liever besteden aan mensen die het echt nodig hebben, wordt niet gegeven. Daarna stappen we over op de constatering van een bestuurskundige dat er „helemaal geen tienduizenden beleidsambtenaren” in Den Haag zitten. Alsof iemand ooit geclaimd heeft dat bureaucratie zich beperkt tot de Hofstad.

Vervolgens wordt de heer Geelhoed, tot voor kort werkzaam bij het Europees Hof, erbij gesleept. Hij kreeg ambtelijke stukken aangeleverd uit heel Europa, en die uit Nederland waren zo slecht nog niet. Dit argument deed me direct denken aan het veel gehoorde ‘je moet niet zo zeuren over glazen plafonds, elders hebben vrouwen het veel erger.’ Het wordt gevolgd door een zogenoemd ‘pathos-argument’: we zijn heel zielig, omdat eigenlijk de politiek het slecht doet en wij krijgen daar de schuld van. Nee hoor, we vinden dat jullie het beiden wel iets beter kunnen doen.

‘Argumentatie bij voorbeeld’ noemen we een illustratie die een zeer brede stelling onderuit moet halen: omdat het tegelijk voorschrijven van vlakke en ruwe tegels in de horeca een broodjeaapverhaal is, hebben we bewezen dat onze gehele regelgeving deugt. Het probleem hiermee is natuurlijk dat een tegengesteld voorbeeld evenveel overtuigingskracht heeft. Dus vooruit, we geven er eentje: een beleidsmedewerker werd geconfronteerd met een reorganisatie; de overheid moest projectmatig gaan werken. Deze beleidsmedewerker liet zijn ondergeschikten echter weten: „Ik begrijp nog steeds niet wat ze bedoelen met projectmatig werken, maar ik stel voor dat we onze dossiers voortaan projecten noemen, dan vinden ze het vast wel goed.”

De uitsmijter is dat hele wijze mannen het erover eens zijn dat managementfilosofieën niet klakkeloos uit het bedrijfsleven mogen worden gekopieerd. Daar ben ik het helemaal mee eens; mensen die altijd trainen op acht kilometer per uur, krijgen een burn-out wanneer ze ineens moeten overschakelen naar twaalf per uur. En dat deze analogie opgaat, ondersteun ik graag met het argument dat mensen na twintig jaar bedrijfsleven prima bij de overheid aan de slag kunnen, terwijl het andersom bijna niet lukt.

Het grootste probleem van dit hele artikel is natuurlijk de drogreden van het valse dilemma: wie niet voor ons is, is tegen ons. George W. Bush is ook gek op deze truc. Maar er zijn altijd middenwegen en nuances. De PvdA wil de bureaucratie niet afschaffen, maar reageert op signalen van de achterban dat steeds meer mensen nadenken over onderwijs en minder onderwijzen; dat steeds meer mensen vervoer coördineren, minder vervoeren; dat steeds meer mensen zorg controleren, minder zorgen. De 750 miljoen kan volgens mij eenvoudig bezuinigd worden via een nieuwe wet met één enkele regeling; een voorlopige personeelsstop op niet daadwerkelijk onderwijzend of zorgend personeel. Deze wet noemen we dan in de wandelgang de ‘niet lullen maar poetsen’-regeling.

Antoinette Vlieger doceert argumentatieleer en inleiding recht aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Antoinette Vlieger