‘Niet alleen moppen, de kraan dicht’

De aanpak van Antilliaanse jongeren is stigmatiserend, vindt Antillianen-voorman Roy Pieters, „Alsof elk Antilliaans kind in potentie crimineel is.”

Foto Nick van der Ven Roy Pieters (Foto Nick van der Ven) Aruba;Nederlandse A

Een criminele Antilliaan pak je keihard aan, omdat hij crimineel is. Niet omdat hij Antilliaan is. Dat is de kern van het onaangename gevoel dat Roy Pieters, voorzitter Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN), heeft als hij spreekt over de Rotterdamse ‘persoongerichte aanpak Antillianen’. Daarbij coördineert een zogenoemde stadmarinier de stevige aanpak van overlastgevende en criminele Antillianen. Daarnaast worden Antilliaanse probleemgezinnen geholpen, ook als ze zelf niet willen, om te voorkomen dat Antilliaanse jongeren afglijden naar de criminaliteit.

Waarom vindt u die specifieke Antillianen-aanpak problematisch?

„Het wordt zo’n etnische discussie. Constant wordt er geredeneerd vanuit het wij-zij denken.”

Het klopt toch gewoon dat tien procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in aanraking komt met de politie?

„Zeker. Maar de insteek van de discussie is verkeerd. We moeten ons afvragen: waaróm zitten die jongens hier. Hier zijn ze kansarm, op de Antillen zijn ze kansloos. De oplossing moet dus echt in armoedebestrijding op de Antillen worden gezocht; als ze het gevoel hebben dat ze daar ook iets van hun leven kunnen maken, komen ze niet hierheen. Niet alleen moppen, de hoofdkraan dichtdraaien.”

Ze pakken de kansen die ze krijgen niet, ze gaan drugs verkopen.

„Veel Antillianen grijpen de kansen aan, gaan hier studeren, maken iets van hun leven. Een bepaalde groep lukt dat niet. De criminaliteit lokt vanwege het geld. Het geeft hen het gevoel niet totaal mislukt te zijn. Ze praten het goed door te zeggen dat ze het doen om hun moeder te helpen. Voor Antillianen is hun moeder heilig.”

Intussen is het hier een probleem.

„Het is goed om veel energie te steken in het opvoeden van die vervelende jongens. Maar beter is om het probleem preventief aan te pakken. Gezinnen helpen is prima, maar dan moet je niet zeggen: we helpen zodat de kinderen niet crimineel worden. Alsof elk Antilliaans kind in potentie crimineel is. We moeten die gezinnen helpen zich optimaal te ontplooien.”

Hoe kan het beter?

„Laat Antilliaanse gezinnen coachen door Antillianen. Zij zijn ook gemigreerd, ze kennen het rouwproces dat mensen doormaken als je je wortels achterlaat. Ze weten ook dat je goed afscheid moet nemen, voordat je goed kunt integreren. Én ze weten hoe moeilijk het is om Nederlands te spreken.”

De meeste Antillianen spreken toch Nederlands?

„Lang niet altijd, en vaak doorvoelen ze de taal niet goed. Het Papiaments is zeer beïnvloed door de slavernij. Het is een heel directieve taal, er spreekt dwang uit. Het is een gevoelstaal, een toontaal. Met de toon maak je het lichter. Maar een Nederlander hoort dat niet, die hoort alleen: „Jij moet dit voor mij doen”, en die denkt: wat een onbeschofte vlerk.”

De 21 Antillianengemeenten hebben samen een landelijke Verwijsindex Antillianen opgezet waarbij ras-, gezondheid- en strafrechtgegevens van overlastgevende en criminele Antilliaanse en Arubaanse jongeren geregistreerd worden.

Het Overlegorgaan Caribische Nederlanders heeft daartegen geageerd. Waarom?

„Het is voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog dat in Nederland een „speciale rassendatabank” wordt gemaakt voor een specifieke groep Nederlanders. Streep het woord Antillianen door en zeg dat je een databank opzet voor joden, of voor Duitsers. Iedereen staat op zijn kop. Maar voor Antillianen kan het kennelijk wel. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft ontheffing verleend voor twee jaar, op oneigenlijke gronden, denken wij. We hebben een klacht ingediend bij het CBP, die volgende maand wordt behandeld.”