Martel de journalist!

17 november vorig jaar, vijf dagen voor de verkiezingen, opende de Volkskrant met de kop: ‘Nederlanders martelden Irakezen’. Oh god, dacht ik meteen, ons eigen Abu Ghraib, nu gaan we voor de bijl. Wij Nederlanders, met ons onberispelijk, bijna watterig imago, blijken ons opeens ook schofterig te kunnen gedragen. En we moesten al op kousevoeten lopen, na Srebrenica. Volkskrantjournalist Jan Hoedeman diste de ellende smeuïg op, met de hulp van ondermeer het toenmalig aspirant-Kamerlid voor de PvdA, Ton Heerts. Vijf dagen voor de verkiezingen kreeg de zittende coalitie en vooral VVD-minister Kamp met deze martelrel een flinke klap te verwerken. Dat Heerts nu in de Tweede Kamer zit en zijn partij in de regering, is een pijnlijk detail.

Het blijkt onzin, dat martelen. Het is een lang verhaal, maar het komt er op neer dat er naast harde muziek en skibrillen ‘sprake was van natgooien met bekertjes water en een druppelende kraan’. Als dat martelen is, dan moet ik, Beau van Erven Dorens, echt een Daltons-straf krijgen van negen keer levenslang. Het Openbaar Ministerie had al onderzoek gedaan naar het incident en geen reden gezien tot vervolging. Journalist Hoedeman heeft het onderzoek niet gemeld. Hij zegt nu dat hij er niets van wist, en dat het beter was geweest als hij nog even had gewacht met publicatie van het artikel. Zo bekent hij, schoorvoetend en omfloerst, nog enkele fouten, in een notabene zelfgeschreven analyse van de affaire, in de Volkskrant van afgelopen zaterdag.

Minister Kamp gaat de zaak tot de bodem uitzoeken, loslippige militairen voor het gerecht slepen en Kamerlid Heerts aan de tand voelen. Maar ik dacht opeens: die Hoedeman, die journalist, waar ken ik die naam ook alweer van? Toen schoot het mij te binnen, als een sluis die opengaat en een bassin dat zich vult met verstopte herinneringen. Ik liep rood aan, eerlijk waar, nog steeds woedend. Ik begon driftig in allerlei papieren en mappen te zoeken en toen vond ik het: de Volkskrant van 2 februari 2002. Zegt die datum u iets? Het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima. Een van de mooiste dagen uit onze geschiedenis. De Volkskrant opende die ochtend de voorpagina met deze kop: ‘Beatrix bezorgd om positie monarchie’. Daarboven stond, iets kleiner: ‘Vorstin vreest afname macht koning door lossere opvattingen van Willem-Alexander.’

Ik had om zeven uur ’s ochtends mijn oranje hockeyshirt al aan, ik dronk louter sinaasappelsap, de wimpel hing fier in de straat, hij paste er nauwelijks tussen, zoveel hingen er, en de hele wereld, van Duitsland tot Amerika en van Japan tot Argentinië, bereidde zich voor op een sprookjeshuwelijk.

Behalve de Volkskrant, want die had namelijk een armoedig roddelstuk over de hele voorpagina waar helemaal niets, nul komma nul (0,0) van klopte en nooit meer iemand, in geen enkel medium, ooit nog op is teruggekomen. In het hele stuk wordt geen bron bij naam genoemd. (‘Adviseurs van de koningin en prominente Kamerleden achten het mogelijk dat het koningsschap ondoenlijk wordt door de immense druk die uitgaat van de media.’) De grote foto bij het stuk toont, ongetwijfeld symbolisch bedoeld, de kroonprins, die klungelig een vlag over zich heen krijgt. De schrijver van het ‘artikel’, u begrijpt het al: Jan Hoedeman.

Ik wil geen zelfgeschreven analysetje, nee, ik eis, als abonnee van de Volkskrant, een onafhankelijk onderzoek, dus van iemand anders dan Jan Hoedeman zelf, naar de journalistieke integriteit van Jan Hoedeman, gedurende de afgelopen jaren. En als het nodig is, kom ik zelf op de redactie wel even de kraan openzetten en wat bekertjes water over hem heen gooien om de waarheid boven tafel te krijgen.