Leid jeugd op voor passende banen

Het nieuwe kabinet wil een leer/werkplicht voor jongeren tot 27 jaar. De maatschappelijke opbrengst is enorm, betoogt Steven van Eijck.

Het goede nieuws: dankzij de vergrijzing is er voor iedere jongere straks een baan. Het slechte nieuws: het zal in veel gevallen geen passende baan zijn.

Dat begint al tijdens de opleiding. Het aantal voortijdige schoolverlaters blijft (in het bijzonder op het mbo) veel te hoog. Het is goed dat de leerplicht binnenkort naar 18 jaar gaat, maar als dat niet gepaard gaat met een strak handhavingsbeleid, zal het aantal voortijdige schoolverlaters toenemen.

Is de opleiding eenmaal afgerond, dan blijkt in veel gevallen dat er geen perspectief is op een bij de opleiding passende baan. Er worden veel mensen opgeleid op wie niemand zit te wachten, en omgekeerd geldt dat werkgevers op zoek zijn naar specifiek opgeleide jongeren, die niet te vinden zijn. Er is sprake van een ‘mismatch’ tussen opleidingsaanbod en arbeidsvraag.

Voor een deel kan dat verklaard worden door het niet op elkaar aansluiten van de kaartenbakken van bijvoorbeeld de scholen en de Centra voor Werk en Inkomen (CWI’s, de voormalige arbeidsbureaus). En voor een deel worden er gewoon te veel afrokapsters opgeleid en te weinig stukadoors. Soms is er sprake van te weinig of gebrekkige informatie-uitwisseling tussen leerling en opleiding en tussen werkgever en opleider, waardoor geen goed beeld ontstaat van wat je allemaal met een bepaalde opleiding kunt doen. Daar komt bij dat bepaalde onderwijssectoren (bijvoorbeeld het vmbo) en werkgeverssectoren (denk aan de haven en de bouw) kampen met een imagoprobleem, zeker bij bepaalde bevolkingsgroepen.

Zo modderen we maar door met alle gevolgen van dien, maar echt ontaard is het ‘nog’ niet. Voortijdige schoolverlaters veroorzaken soms als hangjongeren overlast voor zichzelf en voor anderen. In de toekomst gaat het helemaal niet meer om die overlast. Nu al geldt dat investeren in een hangjongere, zodat het een reguliere belastingbetaler wordt, zich veelvoudig terugverdient.

Straks zullen we al die jongeren bovendien hard nodig hebben om de gevolgen van de vergrijzing in goede banen te leiden. Het voortbestaan van de mismatch leidt op termijn tot een duurzaam ontwrichte economie, waarin kansen blijven liggen en hulptroepen uit het buitenland onontbeerlijk zijn om de zaak draaiende te houden. De broodnodige integratie van allochtone jongeren is ook zeer gebaat bij het beter op elkaar laten aansluiten van opleidingsaanbod en arbeidsvraag.

Dat moet op wijkniveau plaatsvinden. Als 60 procent van je omgeving geen werk heeft, de helft in de buurt de Nederlandse taal niet goed machtig is en je niet lekker woont, is het lastig elke ochtend op tijd op een vervolgopleiding te zijn om toch maar die baan te krijgen, waarmee je uiteindelijk minder verdient dan wanneer je meedoet met de illegale praktijken van je maatjes op straat.

Drie jaar commissaris jeugd- en jongerenbeleid heeft mij overtuigd van de mogelijkheden die letterlijk op straat liggen. Het nieuwe kabinet moet dan wel een sterk en resultaatgericht jeugdbeleid voeren.

Gelukkig staat in het coalitieakkoord dat voor jongeren tot 27 jaar een leer/werkplicht geldt „die bestuurlijk kan worden gehandhaafd door middel van verplichtende begeleidingstrajecten gericht op scholing op straffe van inhouding op een eventuele uitkering.”

De maatschappelijke opbrengst zal enorm zijn. Het lost niet alleen het probleem van de jeugdwerkloosheid op, maar ook vraagstukken als integratie en overlast op straat worden hiermee voor een groot deel aangepakt. Jongeren integreren aanzienlijk sneller als ze samen leren of werken.

Bovendien werken ze op die manier een taalachterstand weg. Uitvallende jeugd en zelfs jeugdcriminaliteit worden hiermee adequaat bestreden.

Door samenwerking van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid kunnen voor alle jongeren scholing, stages, leerwerktrajecten, vervolgopleidingen en banen worden gerealiseerd. Daarmee zijn de betrokken partijen gebaat en is de economie gediend.

De gemeenten zijn mede aan zet. Jeugdbeleid is lokaal beleid. Die gemeenten willen dat ook. De gemeenten verenigd in de ‘G4’ en de ‘G27’ hebben aan de informateur duidelijk gemaakt dat hun wethouders Jeugdbeleid de uitdaging graag aannemen.

De rijksoverheid dient dan de voorwaarden te creëren en de belemmeringen weg te nemen alsmede de betrokken partijen te bewegen dit doel, waar niets tegen in te brengen is, te bereiken.

In het bedrijfsleven is het normaal dat de kosten voor de baten uit gaan. In de politiek moet veelal binnen vier jaar gescoord worden. Te vaak wordt daardoor bij de overheid gedacht in begrotingen en wordt er niet goed gekeken naar wat voor dat geld geleverd is.

De huidige politiek beseft steeds beter dat de burger beleid afrekent op basis van doelmatigheid. Daarbij passen visie en langetermijndenken.

De ‘inverdieneffecten’ van beleid gericht op het aan het leren of aan het werken houden van jongeren tot 27 jaar zijn echter onmiskenbaar.

Dr. Steven van Eijck is commissaris jeugd- en jongerenbeleid van Operatie Jong.