‘Kunst hoort bij werk architect’

Architect Charles Vandenhove heeft in het verlengde van zijn werk een grote collectie kunst aangelegd. Zo’n 300 werken krijgt het Bonnefantenmuseum in bruikleen.

Charles Vandenhove voor een werk van Gilbert & George. Foto Chris Keulen Belgie, Luik, 05/02/2007 Architect Charles Vandenhove voor een schilderij van Gilbert en Gilbert. Het werk maakt deel uit van zijn kunstverzameling. Vandenhove zal een gedeelte van zijn kunstcollectie schenken aan het Bonnefantenmuseum. foto: Chris Keulen Chris Keulen

Station Liège-Palais ligt er troosteloos bij. De perrons zijn vervallen, de roltrappen werken niet en de muren staan boordevol graffiti. Op steenworpafstand van het station ligt Hôtel Torrentius, een zestiende-eeuws gebouw ontworpen door de architect en schilder Lambert Lombard. Jarenlang was het een ruïne, tot het in 1978 werd gerestaureerd door Charles Vandenhove (1927). Sindsdien zetelt deze Belgische architect, die zojuist met zijn vrouw Jeanne een omvangrijke collectie moderne en hedendaagse kunst in bruikleen heeft gegeven aan het Bonnefantenmuseum in Maastricht, met zijn kantoor op deze plek.

Het valt onmiddellijk op hoe sterk de sfeer in het monumentale pand detoneert met de betonnen omgeving buiten. Alles in het universum van Vandenhove getuigt van een groot gevoel voor esthetiek. Van de beelden van César Baldaccini en Jean-Robert Ipoustéguy in de tuin, de door de kunstenaar Olivier Debré beschilderde muren en plafonds in de werkruimte tot aan de zelfontworpen stoelen en de verzorgde kleding van Vandenhove zelf.

Dit is, kortom, een man met smaak. En van weinig woorden. Want gedurende het gesprek, waarbij zijn vrouw wegens ernstige ziekte niet aanwezig is, weegt de architect zijn zinnen zorgvuldig af en laat hij voornamelijk zijn vennoot Prudence de Wispelaere (1960) het woord voeren.

Een van de belangrijkste dingen die Vandenhove meteen wil laten benadrukken is dat hij zichzelf niet beschouwt als een kunstverzamelaar. „Er is een groot verschil tussen iemand die kunst verzamelt en aankoopt en iemand die met kunstenaars samenwerkt en daardoor een collectie vergaart”, zegt De Wispelaere.

Vandenhove loopt rond in zijn kamer en toont een schilderij van de Spaanse kunstenaar Antoni Tápies, een kunstwerk van het Britse duo Gilbert en George en een foto van de Amerikaanse fotografe Nan Goldin. Hij wijst naar een aantal ingelijste werken van Sol LeWitt. „Dit zijn de voorstudies voor de bogen die hij heeft geschilderd in een opvangtehuis voor kinderen in Luik. Ik heb dit van hem cadeau gekregen.”

In de gebouwen die Vandenhove in de afgelopen decennia ontwierp speelt kunst altijd een belangrijke rol. Veel van de kunstenaars met wie hij heeft samengewerkt zijn dan ook vertegenwoordigd in de collectie die nu naar het Bonnefantenmuseum in Maastricht gaat, zoals Sol LeWitt, Loïc de Groumellec en Jean-Pierre Pincemin.

De reden dat Vandenhove heeft besloten de kunstwerken aan een museum uit te besteden is dat hij en zijn vrouw geen kinderen hebben. Op deze manier kan de collectie in zijn geheel worden geconserveerd. Eind vorig jaar kwamen de Stichting Vandenhove en het Bonnefanten overeen dat het museum de zorg voor de collectie van zo’n 300 werken en het organiseren van tentoonstellingen op zich gaat nemen. „De keuze om over de grens te gaan was niet zo vreemd omdat we in Nederland in zo’n 20 steden hebben gebouwd”, vertelt De Wispelaere.

Hij legt uit dat het oorspronkelijke doel van Vandenhove was om de collectie in Luik te behouden. „Helaas is dat niet gelukt.” Via Huub Smeets, een bevriende kunstliefhebber en directievoorzitter van de Vesteda Groep, kwam hij in contact met Alexander van Grevenstein, directeur van het Bonnefanten in Maastricht. „Hij bleek zeer geïnteresseerd”, zegt Vandenhove.

Inmiddels is het convenant getekend en staan de eerste grote kunstwerken al in het Bonnefanten opgeslagen. Het museum krijgt de kunstwerken in bruikleen voor twee keer tien jaar. Ook zullen de archieven van de architect in het museum te zien zijn.

Een eerste expositie wordt in maart geopend. Een aantal grote afdrukken van foto’s die de fotograaf François Hers tussen 1968 en 1987 maakte van de gebouwen van Vandenhove wordt geëxposeerd. De daarop volgende tentoonstelling is gewijd aan werk van de Amerikaan Sam Kiefer en de Franse kunstenaar Bertrand Lavier.

Een van de eisen die Vandenhove stelt aan het Bonnefanten is dat het niet alleen afzonderlijke kunstobjecten zal exposeren. „Het gaat ook om de manier waarop deze kunstwerken zijn verzameld en deel uitmaken van het werk van de architect”, benadrukt hij zelf. In zijn boek Art in Architecture uit 2004 zegt Vandenhove: „Ik geloof in de invloed van architectuur op het leven, op de gehele mens in zijn eigenzinnige complexiteit.” Hij betreurt dat er sinds begin vorige eeuw een scheiding is gekomen tussen kunst en architectuur. „Nu weten de meeste architecten nauwelijks iets van kunst af. Het is los komen te staan van het gebouw.”

Veel van de artsen die dagelijks werken in het door hem ontworpen Academisch Ziekenhuis in Luik hebben geen weet van de kunstwerken die ze dagelijks zien. „Ze beschouwen ze als decoratie”, zegt hij met lichte verontwaardiging. Toch heeft kunst een belangrijke uitwerking op het gemoed. „Op een vinexlocatie in Hoofddorp hebben wij laatst een kunstwerk geplaatst. De buurtbewoners hebben als dank een enorm feest gegeven.”

„Gewone mensen hebben vaak een enorme waardering voor kunst, zelfs als ze het niet als zodanig herkennen”, voegt De Wispelaere eraan toe.