Kiplagat wil af van foute managers

Atlete Lornah Kiplagat richtte in Kenia een stichting voor kansarme meisjes op.

„Educatie is het antwoord op veel problemen.”

Medemenselijkheid kent ook zwarte kanten, ervoer langeafstandsloopster Lornah Kiplagat. Haar opleidingscentrum voor atletes in haar geboorteland Kenia verandert de Europese veldloopkampioene en de wereldkampioene op de 20 km (weg) in een educatief centrum, omdat louche managers Keniaanse loopsters weglokten met de bedoeling er grof geld mee te verdienen. Om de school te bekostigen, heeft de tot Nederlandse genaturaliseerde atlete de Lornah Kiplagat Foundation opgericht. Eergisteren was de presentatie.

De oorspronkelijke bedoeling van Kiplagat met haar loopschool in Iten, een dorp op een hoogte van 2.400 meter in de Riftvallei, was om kansloze meisjes een hardloopbestaan te laten opbouwen. Als in armlastige Keniaanse gezinnen moet worden gekozen voor de studie van kinderen, krijgen jongens de voorkeur. Kiplagat wilde als succesvolle atlete wat doen aan de emancipatie van meisjes die geen kans krijgen om te studeren en bood hen als alternatief een atletenopleiding. De kosten nam ze vanaf de stichting in 1999 geheel voor eigen rekening.

Een neveneffect van Kiplagats nobele bedoelingen was dat meisjes uit haar centrum steeds vaker werden benaderd door ‘managers’, die hen met een paspoort, vliegticket en het vooruitzicht van minstens 6.000 dollar aan prijzengeld lekker maakten. „En op dat moment was er geen houden meer aan”, vertelt Pieter Langerhorst, Kiplagts echtgenoot, trainer en manager. „Nee, ze luisterden dan niet meer naar ons en gingen gretig op het aanbod in. Zesduizend dollar, dat zijn bedragen waar een Keniaanse alleen maar van kan dromen. De tragiek was dat de meisjes die werden benaderd er helemaal niet aan toe waren om in het Westen wedstrijden te lopen – en in vrijwel alle gevallen gedesillusioneerd terugkeerden.”

De meeste mannen die zich opwerpen als manager kent Langerhorst. Hij kan ze evenwel niet tegenhouden; hooguit vragen te stoppen met ronselen, maar zij houden zich doof voor een dergelijk verzoek. En de internationale atletiekfederatie (IAAF) roept hun geen halt toe, ook al is duidelijk dat dat type zaakwaarnemer zonder licentie werkt.

Langerhorst: „Ze spiegelen zich aan de succesvolle combinatie die Lornah en ik vormen, maar vergeten dat lang niet alle meisjes in Kenia het talent van Lornah hebben. En al zou dat het geval zijn, dan duurt het nog zes tot zeven jaar om op topniveau te komen. Het is deels ook jaloezie. Maar wat ik me vooral afvraag: hoe komen die mannen aan een visum, de vereiste ziektekostenverzekering en de benodigde brief van de atletiekunie? Wat dat laatste betreft, vermoed ik dat iemand bij de bond zich voor zo’n papiertje laat betalen.”

Wat het gevolg van die dubieuze praktijken kan zijn, ervoer Kiplagat vorig jaar zomer, toen ze door de Keniaanse ambassadeur werd gebeld. Hij vroeg haar naar Den Haag te komen, omdat er een verwarde jongen naar de ambassade was gebracht die alleen haar naam kende. Langerhorst: „Hij was meegenomen door een ‘manager’, die hem in een kamertje had opgesloten. Hij werd geslagen, maar ontsnapte en zwierf dagenlang door Den Haag, waarna hij volledig doordraaide. Toen Lornah op de ambassade kwam, bleek hij een loper uit Iten te zijn met wie ze wel eens trainde. We hebben ons over hem ontfermd en nu gaat het weer goed. Maar zo kan het aflopen met geronselde atleten die (nog) niet goed genoeg zijn voor de top.”

De frustratie van Kiplagat dat atletes worden gelokt en niet het geduld hebben te wachten om hun talenten te verzilveren met een beurs aan een Amerikaanse universiteit, deed haar besluiten het accent in haar centrum van atletiek te verleggen naar educatie. Ter bekostiging heeft Kiplagat een stichting opgericht, die vanuit Nederland door Nederlandse bestuursleden wordt geleid. Het streven van de loopster is jaarlijks 50 meisjes een middelbare schoolopleiding van vier jaar aan te bieden. Daarvoor is een bedrag van 500 euro per kind per jaar nodig.

Voor de nieuwe school zoekt Kiplagat meisjes uit kansloze gezinnen uit geheel Kenia, bij voorkeur uit de armste streken van het land. „Want wij denken dat educatie het antwoord op veel problemen is”, zeg Langerhorst, die met een voorlichtingsprogramma ook een bijdrage hoopt te leveren aan vermindering van het AIDS-probleem. Want Kenia is met naar schatting twee miljoen geïnfecteerde mensen zwaar getroffen door de ziekte. Het begin is er, want voorzitter Cees Pronk van de Lornah Kiplagat Foundation vertelde tijdens de presentatie dat dankzij spontane giften het startbudget al 25.000 euro bedraagt.

Meer informatie via www.lornahkiplagatfoundation.nl