‘Iedereen mist het zicht op omvang overheid’

Ambtenaren moeten zich meer zorgen maken over hun baan dan over hun beloning. Het kabinet rekent op bezuinigingen, maar hoeveel ambtenaren zijn er nu eigenlijk?

Ömer Hartuc (40), douanemedewerker op Schiphol Den Haag:13.2.7 Protest Rijksambtenaren op het Malieveld. Hr. Hartuc. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Op het Haagse Malieveld demonstreerden de ambtenarenbonden vandaag voor een betere cao voor de rijksambtenaren, maar achterblijvende salarissen zijn niet hun enige probleem. De coalitiepartijen van het nieuwe kabinet hebben afgesproken dat de rijksambtenarij de komende vier jaar bijna 15.000 banen (8,5 procent van het totaal aantal banen) moet inkrimpen. De bezuiniging die dat oplevert, 750 miljoen euro in 2011, is onmisbaar om de extra uitgaven van het nieuwe kabinet te financieren.

Hoeveel ambtenaren telt de rijksoverheid eigenlijk? Op 24 januari schreef de REA, de Raad voor Economisch Advies van de Tweede Kamer, dat de overheid zelf geen flauw idee heeft van haar eigen omvang en doen en laten. Bovendien was, aldus de REA, tegen de voornemens van het kabinet Balkenende-II in, de personele omvang van de overheid niet af-, maar juist toegenomen.

Die opmerkingen kwamen de vijf economen van de REA op een getergde reactie te staan van minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD), als bewindsman verantwoordelijk voor het ambtenarenapparaat. In een brief aan de Tweede Kamer op 29 januari schreef Remkes dat de kabinetten-Balkenende hun afslankingsdoelstelling juist wel bereikt. In hun rapport, Lof der eenvoud, hadden de REA-economen verkeerde conclusies getrokken uit gegevens van Binnenlandse Zaken.

De kwestie van het aantal ambtenaren is politiek gevoelig omdat de beoogde regeringspartijen een bezuiniging van 750 miljoen euro willen binnenhalen door het aantal rijksambtenaren te verlagen. De secretarissen-generaal – de hoogste departementale ambtenaren – hebben in een nota uitgewerkt hoe deze bezuiniging bereikt kan worden door de rijksdienst (ministeries en zelfstandige bestuursorganen) in te krimpen met 20 procent van de beleidsambtenaren, 25 procent van de ondersteuningsstaf en 10 procent van de uitvoerende diensten. Dit zou neerkomen op een vermindering in 2011 van 14.800 volledige banen op een totaal van 174.400 banen bij het rijk en de zelfstandige bestuursorganen.

Volgens de REA is het aantal vollledige banen bij de overheid in de periode 2001-2005 gestegen met 2,6 procent. Bij het Rijk was volgens de REA zelfs sprake van een toename van 7,4 procent. Daarbij werd het aantal werknemers bij de zelfstandige bestuursorganen meegerekend.

Remkes is het hier niet mee eens, blijkt uit zijn brief aan de Kamer. Zo heeft de REA volgens hem onterecht het laatste jaar van het kabinet-Kok (2001) als uitgangspunt genomen – en niet 2002, het eerste jaar van Balkenende. Wanneer dat jaar als basis dient, is het aantal ambtenaren in rijksdienst tot eind 2005 gedaald met ruim 6 procent. Als de toename van het aantal ambtenaren in de veiligheidsketen (veiligheidsdiensten, politie, rechterlijke macht) buiten beschouwing wordt gelaten, aldus Remkes, bedraagt de daling ruim 9 procent.

Het aantal werknemers bij de zogenoemde zelfstandige bestuursorganisaties (zbo’s) is volgens de minister fout ingeschat door een verkeerde interpretatie van de cijfers. Hij spreekt van een daling van het werknemersbestand bij deze organisaties van bijna 10 procent. Voor de overheid als geheel – inclusief lagere overheden – is volgens Binnenlandse zaken sprake van een daling met 2 procent.

De wetenschappers van de REA – de hoogleraren Koedijk, Buiter, Eijffinger, Hartog, van Witteloostuijn – zijn niet onder de indruk van de weerlegging door Remkes. Aangezien het ministerie erkent dat er hiaten in de gegevens zitten, blijven ze bij hun vaststelling dat de „overheid zelf niet weet hoe groot ze is”, schrijven ze op 30 januari aan de Tweede Kamer. Bovendien vallen er uit de cijfers „verschillende conclusies te trekken op basis van deze imperfecte kennis”.

De REA beklemtoont in de brief aan de Kamer dat het niet haar bedoeling is om het huidige kabinet de maat te nemen. Het gaat om „een algemeen probleem dat verbonden is aan ieder kabinet, namelijk dat het zicht op de overheid mistig is en dat gegeven die mistigheid iedere gewenste conclusie getrokken kan worden die men maar wil. De overheid wordt daarmee ongrijpbaar.”