‘Hjallis’ roept ‘heya heya’ in Thialf

De Noorse schaatslegende Hjalmar Andersen (83), die begin jaren vijftig drie keer olympisch goud, drie EK’s en drie WK’s won, keek dit weekeinde toe bij het WK in Heerenveen. Zaterdag debuteert zijn kleinzoon in Erfurt.

Hjalmar Andersen in januari 1952 in Oslo op de 10.000 meter, vlak voor zijn olympische successen in dezelfde stad. Foto AFP Norwegian speed skater Hjalmar Andersen glides around the curve during the men's 10.000m 27 January 1952 in Oslo. Nearly a month later, Andersen won three gold medals at the Winter Olympic Games in Oslo (1500 m, 5000 m and 10 000 m). AFP

De Noorse schaatser Eskil Ervik heeft de heldenverhalen over Hjalmar Andersen gehoord van zijn opa, die begin jaren vijftig net als de schaatslegende in Trondheim woonde. „Toen Andersen uit Zweden thuiskwam na zijn eerste wereldtitel, stonden vijftigduizend mensen hem in de bittere kou op te wachten bij de grens”, vertelt hij. „Die man is bij ons een legende, groter dan Johann Olav Koss.”

Ook Peter Mueller, de Amerikaanse coach van de Noren, is vol ontzag over de grote kampioen van vroeger. „Toen hij tachtig werd, kwam de koning bij hém thuis op bezoek! Elke andere Noorse beroemdheid wordt in dat geval hooguit ontvangen op het paleis.” Om maar aan te geven hoe enorm de status van ‘Hjallis’, zoals zijn koosnaam luidt, in Noorwegen nog altijd is.

In een oranje gekleurd Thialf zat afgelopen weekeinde op de zuid-tribune, rij 2 stoel 1, een tanige man in een trui en met een zwarte jaren-vijftig-pet op z’n hoofd. Hjalmar Andersen, voor het eerst in Heerenveen, geeft een stevige handdruk. „Toen ik tachtig werd kwam inderdaad de koning op bezoek”, lacht hij vriendelijk. „Ik heb inmiddels al drie koningen versleten. Harold, de laatste, ken ik heel goed. Hij is voorzitter van de vereniging van Noorse ex-topsporters, waar ik ook lid van ben.”

Tijdens een vierdaags bezoek aan Nederland is Andersen in het gezelschap van andere Noorse oud-schaatskampioenen als Fred Anton Maier, Jan Egil Storholt en Rolf Falk-Larssen.

„Ik volg het schaatsen op de voet en vind het prachtig om hier te zijn”, zegt Andersen, die niet eens de oudste van de groep is. „Finn Helgesen is 88, hij heeft goud gewonnen op de Spelen van 1948.”

Zelf begon Hjallis in 1950 aan zijn succesreeks. Vanaf dat jaar werd hij drie keer op rij Europees en wereldkampioen. Beroemd is de Europese titel van 1951 in Oslo, waar Andersen door een val op de tien kilometer leek te verliezen van de Nederlander Wim van der Voort. Maar de thuisrijder mocht overrijden omdat hij gehinderd zou zijn door het flitslicht van een fotocamera, en won alsnog. „Wim ja, aardige vent, ik heb hem later vaak ontmoet. Leeft hij eigenlijk nog?”

Alle andere titels won Andersen souverein. Hij brak op de tien kilometer als eerste de grens van 17 minuten en reed later met 16.32,6 een toptijd die liefst acht jaar stand hield. Op de Olympische Spelen van 1952 in Oslo had hij een primeur met drie gouden medailles, op de 1.500, de 5.000 en de 10.000 meter. Op de mijl versloeg hij de nu 83-jarige Van der Voort, op de lange afstanden Kees Broekman. „Kees was een vriend. Op de dag dat hij overleed [in 1992] ben ik naar Hamar gegaan, waar hij heeft gewoond, en heb ik een toespraak gehouden om hem te eren.”

Met zijn erelijst staat Andersen in de schaatshistorie op één lijn met de allergrootsten: Ard Schenk, Eric Heiden en Johann Olav Koss. „Ik heb Ard net nog gesproken, hij was hier met Kees Verkerk. En ik hoorde dat Heiden en Koss er ook zijn. Maar het gaat hier niet meer om ons.” Hij wijst naar de baan, waar de Noorse Maren Haugli net aan haar vijf kilometer begint. „Ik vind het schitterend wat de schaatsers tegenwoordig presteren.” Bij elke ronde volgt een uitbundig heya, heya.

Andersen geniet van Sven Kramer. „Een groot kampioen op de lange afstanden. Dat was ook mijn specialiteit.” Maar zijn hart klopt nog sneller voor de Noren. „Håvard Bøkko [vierde in het eindklassement] doet het fantastisch en we hebben meer goede jongeren die eraan komen.”

Dan pakt de legende een glimmende mobiele telefoon uit zijn broekzak. Met twinkelende ogen klapt hij het schermpje open en er verschijnt een foto van een jonge schaatser. „Kijk, mijn kleinzoon. Hij is zestien, een enorm talent. Ze zeggen dat hij een beetje dezelfde stijl heeft als ik vroeger.”

De kleinzoon heeft een Nederlandse achternaam: Frederik van der Horst. „Zijn andere opa is ooit naar Noorwegen geëmigreerd.” De junior geldt als het grootste Noorse talent, zeker sinds hij begin dit seizoen tot 6.44 kwam op de vijf kilometer. „Ik reed in 1952 een wereldrecord van 8.07,3”, mijmert zijn opa. Komend weekeinde debuteert Van der Horst bij wereldbekerwedstrijden in Erfurt, omdat de Noorse toppers zich in Salt Lake City voorbereiden op de WK afstanden. In de zomer sluit hij zich aan bij de nationale ploeg. „Ik ben enorm trots op hem”, zegt Andersen. „Ik hoop de komende jaren nog vaak naar Heerenveen te komen en hem dáár te zien.” De rechterhand wijst zonder aarzeling naar het erepodium.

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij een artikel gisteren in deze krant over het bezoek van Noorse oud-schaatskampioenen aan Nederland stond bij een foto van Sten Stensen abusievelijk dat het om Fred Anton Maier ging. De man op de foto links is Fred Anton Maier (68), rechts Sten Stensen (59). Foto’s NRC Handelsblad, Rien Zilvold