Het ‘grote gebaar’ van Nederland aan de Antillen

Nederland maakte gisteren bekend dat het een half miljard euro reserveert voor de ontmanteling van de Nederlandse Antillen. Curaçao en St. Eustatius zijn nog niet tevreden.

Er heerst een opgewonden en rommelige sfeer in het buurtcentrum van de chique Sint Maartense wijk Belair. Politici van alle vijf Antilliaanse eilanden maken zich op voor een overleg met minister Atzo Nicolaï (Koninkrijksrelaties, VVD) over Nederlandse financiële steun bij de afschaffing van het Antilliaanse staatsverband.

Politiek leider Ramonsito Booi van Bonaire loopt statig door de vergaderzaal. ,,We hebben zelfs nog meer gekregen dan waar we om gevraagd hadden”, zegt hij trots. Hoeveel dat is, wil Booi nog niet kwijt. Dat laat hij over aan Nicolaï. De vergadering draait tenslotte om ,,het grote gebaar van Nederland”.

Nicolaï maakte gisteren bekend dat Nederland een half miljard euro reserveert voor Bonaire, Saba, Sint Eustatius - ofwel de K3 - en Sint Maarten, om de eilanden een ,,gezonde startpositie” te bieden bij de ontmanteling van de Nederlandse Antillen. Per medio december 2008, anderhalf jaar later dan oorspronkelijk gepland, zal het land ophouden te bestaan. Dan worden de K3 Nederlandse gemeenten en Sint Maarten een autonoom land binnen het koninkrijk. Ook moet er dan een oplossing zijn voor de Antilliaanse staatschuld van 2,4 miljard euro.

De toegezegde 500 miljoen euro valt uiteen in 102 miljoen euro voor schuldsanering, 118 miljoen euro voor het wegwerken van betalingsachterstanden, 32 miljoen euro voor investeringen in de economie, 6,8 miljoen voor urgente sociale projecten en 6 miljoen is eenmalige begrotingsteun. Daarnaast wordt 230 miljoen euro gestort voor het per medio december 2008 aflossen van het aandeel van de vier eilanden in de nog niet verdeelde Antilliaanse staatschuld.

De positie van Curaçao verhindert de onmiddellijke verdeling van de staatsschuld. Eind november verwierp het grootste Antilliaanse eiland - verantwoordelijk voor het overgrote deel van de totale schuld - de Nederlandse voorwaarden voor sanering, waaronder toezicht op overheidsfinanciën, rechtshandhaving en deugdelijkheid van bestuur.

Ongemakkelijk komt de delegatie van het grootste Antilliaanse eiland op het laatste moment het buurtcentrum van Belair binnenlopen. Ze zijn uitgenodigd als waarnemers en waren eigenlijk niet van plan te komen. ,,Schandalig”, zegt Meindert Louisa, delegatielid en bestuurslid van Anthony Godetts Frente Obrero Liberashon na afloop van de vergadering. ,,De meester-leerling toon die hier door Nederland wordt aangeslagen, die accepteert de Curaçaose bevolking nooit.”

Maar de politici van de andere eilanden zijn tevreden met het Nederlandse geld. ,,Een jaar geleden vroeg ik Nederland om 3 miljoen gulden”, zegt Booi, ,,en nu heb ik 300 miljoen (136 miljoen euro). Dit is de dag dat Nicolaï het vertrouwen in Nederland als partner heeft hersteld.” Ook Sint Maartens politiek leider Sarah Wescot-Williams is tevreden met de in totaal 270 miljoen euro voor zijn eiland.

Maar Roy Hooker van Sint Eustatius is terughoudend. ,,De afspraken staan er op pápier, wij moeten achter Nederland aan blijven zitten om ze ook na te komen.” Hooker legde bij de onderhandelingen de nadruk op de economische ontwikkeling. ,,Zolang de basisinfrastructuur niet verder wordt opgebouwd en de economie niet opbloeit, blijven onze mensen bedelaars.”

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Het ‘grote gebaar’ van Nederland aan de Antillen (13 februari, pagina 2) is sprake van bestuurslid Meindert Louisa van Frente Obrero Liberashon. Hij heet Meindert Rojer.