Grauw realisme

‘Capricious’ is een nieuw tijdschrift voor kunstfoto’s, en nu is er ook een expositie.

De toelichting is minimaal. Wat wil ‘Capricious’?

Melanie Bonajo, Bondage 1, 2006, Bonajo, Melanie

Fotografie in een tijdschrift is bijna per definitie functioneel. Het dient om auto’s te verkopen of het begeleidt nieuws of reportages. Voor kunstenaars is dit een interessante omgeving. Kunstfotografie in een tijdschrift krijgt vanzelf een ‘bite’, omdat je als lezer zoekt naar de functie en dan ontdekt dat het beeld op zichzelf staat.

Tenminste, zo was het vijftien jaar geleden. Veel bladen gingen eind vorige eeuw bij beeldende kunstenaars shoppen. De modefoto’s van Inez van Lamsweerde uit de jaren negentig waren meer kunst dan mode. Je moet dus van goeden huize komen wil je kunstfotografie via een tijdschrift nog in een nieuw daglicht plaatsen.

Dat laatste lijkt Capricious te willen doen: een tijdschrift dat uitsluitend uit kunstfoto’s bestaat. Lijkt, want, het is een mysterieus, bijna woordeloos blad dat zijn intenties niet prijsgeeft. Een ultrakort redactioneel wordt gevolgd door tientallen pagina’s beeld: donkere landschappen, nachtdieren, mensen uit de onderste klassen van de samenleving. Alles oogt rauw en onopgesmukt. Wat wil Capricious? Waarom een blad? Heeft het een missie?

Capricious besloot met zes kunstenaars uit de laatste vijf edities een tentoonstelling in te richten, en die is al even mysterieus als het blad. Er lijkt geen enkel inhoudelijk verband te zijn tussen de geëxposeerde foto’s van trailertrash, geknevelde meisjes, triplex kantoorinterieurs, landschappen en een gefilmde kelder. En er hangt geen tekst en uitleg. Zou die stilte een set aan regels verhullen, een geheim manifest? Zoiets als de Deense dogmafilms, maar dan in fotografie? Regels die gebieden om te fotograferen bij kunstlicht of bij zware bewolking en dat het oppoetsen van kleur verboden is?

Inderdaad delen de exposanten een voorliefde voor troosteloosheid. Maar wat hen vooral lijkt te binden is een zoektocht naar de essentie van fotografie, en dan moet je beelden juist ontdoen van franjes of photoshopsausjes. Katja Mater filmde een kelder met uitsluitend de flitslamp, Marianne Viero flitste een oud schilderij in. Centraal stellen van techniek is een terugkeer naar de essentie ervan.

Twee deelnemers laten zelfs helemaal niets zien, alleen een A4’tje dat een bijeenkomst met verdieping belooft. Ook het stoeien met presentatievormen valt onder deze zoektocht: lijken de landschapsfoto’s van Melanie Bonajo in een diashow vakantiekiekjes? Ja. Zijn de pubermeisjes van Linda-Maria Birbeck extra ordinair als je ze afdrukt als kaartspel? Ook ja. En ogen foto’s sterker in een blad dan op een expositie? Soms. Sterke foto’s floreren geïsoleerd op witte muren, zwakkere foto’s doen het juist beter in een tijdschrift waarin ze opgaan in het geheel.

Een paar jaar geleden presenteerde het Nederlands Fotomuseum ook een tekstarm blad, samen met een expositie – toen van amateurfotografie. Daar doet deze tentoonstelling aan denken. Maters kelderfilm worden ondersteund door een hijgende adem à la The Blair Witch Project, dat een nepamateurfilm was. Bonajo’s landschappen zijn overbelicht, typisch amateuristisch, en haar geknevelde meisjes doen denken aan doe-het-zelfporno. Alleen zijn ze zo bizar gekneveld, met afdruiprekjes en stofzuigers, dat het toch kunst moet zijn.

Bladerend door de Capricious- edities word je regelmatig verrast door foto’s, zoals de vleermuizen van Alexandra Leykauf of de paardenhoofden van Pernilla Zetterman, maar als geheel overheerst er het grauwe realisme dat je vaker ziet in hedendaagse fotografie. Hier ontbreken die paar sterke foto’s. Daar gaat de tentoonstelling immers niet over, die gaat over een zoektocht naar de essentie van fotografie. Alleen hoop je dan op uitspraken, en die zijn op de expositie helaas net zo afwezig als uitgesproken beelden.

Capricious Young Photographers. T/m 4 maart in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59 Amsterdam. Open: di-zo 11-17u.

Meer informatie: 020-4220471 of www.smba.nl