Europese ministers: strengere regels media

Televisiezenders moeten worden verplicht om hun programma’s te ondertitelen. Bovendien moeten kijkers direct kunnen zien wanneer tv-programma’s worden gesponsord. Ook moeten overheden beter buitenlandse (commerciële) zenders kunnen aanpakken die misbruik maken van regels die gelden in het land van ontvangst.

Dat hebben de Europese ministers voor media gisteren afgesproken tijdens een informeel overleg in Berlijn. Zij spraken op uitnodiging van de Duitse minister voor media Neumann over de Europese richtlijn Televisie zonder grenzen. Duitsland is op dit moment voorzitter van de Europese Unie. Demissionair minister Van der Hoeven (CDA, Cultuur) ontbrak.

De Europese televisierichtlijn regelt onder meer reclame op tv. De richtlijn moet ook jonge kijkers beschermen tegen negatieve invloed van de televisie en beoogt de Europese mediasector stimuleren.

De huidige richtlijn is van kracht sinds 1989. Daarin is slechts sprake van televisie. De Europese Commissie maakte in december 2005 een modernere versie van de mediarichtlijn waarin ook aandacht is voor andere manieren om tv te kijken, zoals via internet. Het Europees Parlement gaf in december vorig jaar al commentaar op de richtlijn. Het parlement steunde onder meer het voorstel dat reclamespotjes over het hele uur mogen worden verspreid. Tv-zenders hoeven ze niet langer in blokjes te programmeren met twintig minuten tussentijd.

De mediaministers gaven in Berlijn hun kritiek op de richtlijn van de Commissie. Centraal staat het zogeheten land-van-oorsprong-principe. Televisiezenders hoeven zich alleen te houden aan de regels van het land waarin zij zijn gevestigd. RTL bijvoorbeeld is gehouden aan de Luxemburgse mediawet. Die is vrijer op het gebied van onder meer product placement dan de Nederlandse wet. Zo mogen de rechercheurs in de serie Baantjer zichtbaar in beeld een flesje yoghurt opdrinken. Concurrenten als SBS en Tien, die zich wel moeten houden aan de Nederlandse wet, ergeren zich al tijden aan deze verschillen. De ministers hebben gisteren afgesproken dat er meer samenwerking moet komen tussen ‘verzendende’ en ‘ontvangende’ landen. In het geval van RTL dus Luxemburg en Nederland. In mei moet de richtlijn worden aangenomen tijdens formeel beraad van de ministers.