Een liefde voor mens en archief

Marianne Fredriksson voelde zich meer dan een schrijfster voor vrouwen.

Van haar familie-epossen verkocht de Zweedse 17 miljoen exemplaren.

Fredriksson Foto Leo van Velzen Fredriksson in 1998 Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen amsterdam,28/10/98. marianne fredriksson schrijfster. foto leo van velzen/nrc.hb. Velzen, Leo van

„Ik ben nooit een schrijver uitsluitend voor vrouwen geweest, ik schrijf over generaties.” Dat was de overtuiging van de Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson, die gistermiddag in haar woonplaats bij Stockholm onverwacht aan een hartaanval overleed. Fredriksson is 79 jaar geworden.

Marianne Fredriksson is een veel gelezen Zweedse auteur; haar werk is in meer dan 40 talen vertaald en zo’n 17 miljoen boeken vonden hun weg naar de lezers. Haar doorbraak kwam in 1994 met de roman Anna, Hanna en Johanna. Hierin sluit ze aan bij de Scandinavische traditie van het familie-epos. De roman bestrijkt een familieleven van grootmoeder tot kleindochter, van het eind van de negentiende eeuw tot in de huidige tijd.

Fredriksson werd in Göteborg geboren. Ze vond een baan bij de plaatselijke krant, Göteborgs-Tidningen, en bleef haar leven lang geboeid door het journalistiek métier. Ze leerde ervan naar mensen te kijken en te luisteren. Ook ontwikkelde ze als journalist een voorliefde voor archieven.

In 1980 verscheen haar literaire debuut Eva’s boek. Sindsdien groeide haar oeuvre gestaag uit tot ruim twintig titels. Naast Anna, Hanna en Johanna verwierven romans als Simon (1985), Als vrouwen wijs waren (1993) en Het raadsel van de liefde (2004) bekendheid. In al deze boeken keert zij terug naar haar obsessie: hoe het kan, ondanks het feminisme en ondanks de Zweedse sociaal-democratie, dat de rol van de vrouw nog altijd zo ondergeschikt is.

    • Kester Freriks