Een kruistocht tegen oud-communisten

Volgens de Poolse regering zijn de oud-communisten in het land niet genoeg gestraft.

Oud-opperrechter Safjan noemt dat simplistisch.

In de wereld van de conservatieve regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) in Polen vechten moraalridders tegen schurken, nemen katholieken het op tegen ongelovigen, strijdt wit tegen zwart. Onderdeel van die strijd is de juridische kruistocht tegen oud-communisten, die na 1989 onvoldoende zouden zijn gestraft.

Marek Safjan, tot voor kort opperrechter, gruwt van het simplisme van PiS. Als president van het Constitutionele Hof kwam hij het afgelopen jaar geregeld in aanvaring met de regering. Zijn rechtbank greep in toen PiS een poging deed om het medialandschap te veranderen. Een parlementaire actie tegen de kritische Centrale Bank werd door het Hof bestempeld als „illegaal”. Keer op keer reageerde de regering van premier Jaroslaw Kaczynski met de suggestie dat het Hof deel uitmaakt van het oud-communistische ‘complot’.

Met zijn wilde witte haren, met zijn ringbaardje en met zijn scheve stropdas heeft de 57-jarige Safjan veel weg van een verwarde professor. Maar dat is hij allerminst. Zijn studenten aan de universiteit van Warschau dragen hem op handen. In het buitenland wordt hij bedolven onder prijzen. En in Polen zelf is hij een actieve deelnemer aan het debat over de vraag of Recht en Rechtvaardigheid een goede naam is voor de regeringspartij.

Afgelopen week trok Safjan aandacht met zijn publieke verdediging van Hanna Gronkiewicz-Waltz, kersverse burgermeester van Warschau en lid van de rechts-liberale oppositiepartij Burgerplatform. Zij is in de problemen gekomen doordat ze na haar beëdiging tien uur te laat was met het melden van de economische activiteiten van haar man. Haar eigen declaratie was wel op tijd, maar PiS eist nieuwe verkiezingen. Regels zijn regels, zegt premier Kaczynski. Demagogie, zegt Marek Safjan.

„Regels moeten op een rationele manier worden toegepast”, zegt Safjan. „Niet op een dogmatische manier, zoals nu gebeurt. Strikt genomen is Gronkiewicz-Waltz de fout in gegaan, maar de regels waarover zij is gestruikeld zijn verwarrend en dus slecht. Het is raar dat voor haar en voor haar echtgenoot verschillende meldingstermijnen gelden. Daardoor is een valkuil ontstaan en dat kan niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest. In de geest heeft ze de regels wel gerespecteerd. Ze heeft de economische activiteiten van haar man immers gemeld, zij het iets te laat. Je kunt niet zeggen dat ze probeert informatie te verzwijgen. Het verlies van haar mandaat zou een buitenproportionele straf zijn.”

Als opperrechter moest u de grondwet beschermen. Ligt die onder deze regering vaker onder vuur?

„Ik kan niet zeggen dat deze regering vaker de grondwet schendt. Wel is ze veel gevoeliger voor rechterlijke uitspraken die niet goed uitkomen. Het Constitutionele Hof wordt ervaren als een hinderlijke barrière. Dat opperrechters overhoop liggen met de regering is niet vreemd. Dat zie je ook in andere landen. De manier waarop kritiek wordt geuit is misschien atypisch. Argumenten zijn vaak onredelijk. De kritiek is niet inhoudelijk, maar persoonlijk. Het is politiek onder de gordel. Voor ons gedrag maakt zulke taal niet uit. De garanties voor onze onafhankelijkheid zijn enorm en voor het verlies daarvan ben ik niet bang. Maar het kan schadelijk zijn voor het publieke geloof in de rechtspraak en in een institutie als het Hof. En vertrouwen is de basis voor de democratische rechtstaat.

„De Poolse media zijn medeschuldig aan dit klimaat, maar ik ben tegen het opleggen van journalistieke beperkingen zoals soms in regeringskringen wordt voorgesteld. De media moeten vrij zijn, ook al doen ze hun werk niet goed. Misschien is dit de prijs die we moeten betalen voor de vrijheid van meningsuiting.”

De communisten zijn er na 1989 niet slecht van afgekomen. Is een morele schoonmaak van de samenleving niet ook een lovenswaardig streven?

„Het is te laat voor een juridische aanpak. Waarschijnlijk had de samenleving vlak na 1989 de noodzaak van een zuivering begrepen. Maar die periode was complex. De toekomst was toen ongewis. De Sovjet-Unie bestond nog. Ten zuiden van Polen lag Tsjechoslowakije en in het westen was er de DDR. Later werd Polen volledig in beslag genomen door de economische transformatie. Ik denk niet dat de Polen op een schoonmaak zitten te wachten en zeker geen diepgaande. Zelfs binnen de regering zijn hierover meningsverschillen. Duizenden gewone Polen waren op een natuurlijke manier betrokken bij het communistische systeem. Die kun je nu niet allemaal gaan uitsluiten van publieke functies. Dan zou het land nog maar moeilijk functioneren.”

U spreekt over vertrouwen in de rechtstaat. Is duidelijkheid over het verleden hiervoor ook geen voorwaarde?

„Ja, natuurlijk. Maar zoals nu wordt geprobeerd om die duidelijkheid te verkrijgen is ongezond. Ik denk dat het verleden aan historici moet worden gelaten, niet aan rechters. En zeker niet aan politici. Die moeten zich met andere, acute problemen bezig houden. Zoals de gezondheidszorg en onze onvervulde rol in Europa.”