Drie is voldoende

Veel mensen zijn oververzekerd. Ze betalen te veel premie, terwijl ze geen extra uitkering krijgen. Welke verzekeringen zijn echt nodig, en welke niet?

Er zijn maar weinig zaken waar je je niet tegen kunt verzekeren. Er bestaat zelfs een kidnap and ransom-verzekering, die de kosten voor losgeld bij ontvoering dekt. En golfers kunnen zich met een hole-in-one-verzekering indekken tegen de kosten van het verplichte rondje in de bar na een hole-in-one.

Voor de consument is het vaak moeilijk te bepalen welke risico’s er wel of niet verzekerd moeten worden en voor welke bedragen. Dat ervoer ook Erik Hordijk, toen hij als pas afgestudeerde econoom op zoek was naar een verzekering. „Ik vond de verzekeringsmarkt zo ondoorzichtig. Dat moest toch anders kunnen.” In 1999 richtte hij de Verzekeringssite op, een onafhankelijke vergelijkingssite. Zijn belangrijkste advies: „Verzeker alleen datgene waarvan je zelf het risico niet kunt dragen.”

Hordijk komt regelmatig gevallen van over- en onderverzekering tegen. Bij de autoverzekering bijvoorbeeld. „Mensen rijden dan in een oude auto, die nog altijd allrisk verzekerd is. Hierdoor betalen ze onnodig veel premie.”

Bij inboedelverzekeringen komt juist onderverzekering vaak voor. Dit leidt tot een te lage uitkering. „Stel, de inboedel van een woning is 40.000 euro waard en de verzekerde som bedraagt driekwart, 30.000 euro. Bij een schadepost van 20.000 euro keert de verzekeraar dan ook driekwart uit, 15.000 euro dus.” Volgens Hordijk is het daarom belangrijk de verzekerde waarde zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen. „Wij adviseren om in ieder geval een woonhuisverzekering met waardegarantie af te sluiten. Daarnaast is het verstandig regelmatig zelf een schatting te maken van de inboedelwaarde, door het invullen van een inboedellijst.”

Welke verzekeringen hebben we nu echt nodig? Volgens Reinoud Holdrinet, mede-eigenaar van assurantiekantoor Titulaer & Westerterp, zijn er drie verzekeringen waar de particulier nooit buiten kan: de aansprakelijkheidsverzekering, de inboedelverzekering en – voor de woningbezitter – de opstalverzekering. „Of je nog meer verzekeringen nodig hebt, is afhankelijk van je persoonlijke omstandigheden.”

Dit geldt bijvoorbeeld voor een rechtsbijstands-, of werkloosheidsverzekering, maar ook voor de uitvaartverzekering. „Kunnen de kinderen die kosten dragen, dan is zo’n verzekering overbodig.” Bovendien is het goedkoper begrafeniskosten te verzekeren met een gewone overlijdensrisicoverzekering. „Veel mensen hebben echter behoefte aan een verzekering waarbij de uitvaart volledig wordt verzorgd.”

Het komt ook voor dat mensen dubbel verzekerd zijn tegen een bepaald risico. Zo bleek in 2005 dat ruim 400.000 leden zowel bij de ANWB als bij hun autobedrijf of leasemaatschappij verzekerd waren voor pechhulp.

Volgens Hordijk is er ook bij de reisverzekering vaak overlap. „Hierin zijn meestal medische onkosten opgenomen, maar die worden vaak al grotendeels gedekt door de ziektekostenverzekering, zeker bij Europese vakantiebestemmingen.”

Helaas betekent een dubbele verzekering niet dat er dubbel wordt uitbetaald. „De verzekerde kan maar één keer schadeloos worden gesteld.”

De beste methode om over- en onderverzekering te voorkomen, is regelmatig de verzekeringsportefeuille door te (laten) lichten. „Vooral als er iets gewijzigd is in je situatie, zoals gezinsuitbreiding of echtscheiding”, verklaart Holdrinet. „Blijken er overbodige verzekeringen te zijn, dan kunnen die per vervaldatum worden opgezegd. In het geval van een dubbele schadeverzekering moet de verzekeraar dit zelfs per direct toestaan. Ook is de verzekeraar verplicht om – op verzoek van de verzekerde – langjarige contracten om te zetten in een eenjarig contract.”