Drie doden bij aanslagen op bussen in Libanon

Bij opeenvolgende bomexplosies in twee Libanese minibussen zijn vanochtend zeker drie doden en 20 gewonden gevallen, aldus het Libanese staatspersbureau. De aanslagen, de dag voor de herdenking van de moord op de sunnitische ex-premier Rafiq Hariri, hadden plaats in christelijk gebied, 24 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Beiroet. Het persbureau en politiefunctionarissen hadden eerst 9 tot 11 doden gemeld. Zij stelden hun cijfers later bij. Een politiewoordvoerder zei dat het dodencijfer nog kon stijgen.

Mensen uit christelijke bergdorpen rond Bikfaya waren in de minibussen op weg naar de kust en Beiroet. Bikfaya is de woonplaats van de christelijke ex-president Amin Gemayel, wiens zoon Pierre in november door onbekenden werd vermoord.

De spanningen zijn hoog opgelopen in Libanon, waar de sunnitisch-christelijk-druzische regering van premier Siniora onder zware druk staat van de oppositie van het shi’itische Hezbollah en de Vrije Patriottische Beweging van de christelijke generaal Aoun. Regeringsaanhangers hebben ter gelegenheid van de tweede verjaardag van de moord op Hariri op het Plein van de Martelaren in Beiroet een massabijeenkomst georganiseerd. Daar dicht in de buurt kamperen sinds 1 december oppositie-aanhangers die het aftreden van de regering eisen.

Volgens druzenleider Jumblatt zijn de bomexplosies bedoeld om mensen „weg te terroriseren” van de Hariri-herdenking. Maar volgens president Lahoud, een christen die de oppositie steunt, is het doel een mogelijk compromis tussen regering en oppositie te ondermijnen. Ex-president Amin, die aan de zijde van de regering staat, beschuldigde „vreemde handen” van de explosies. „Libanezen doden Libanezen niet.” (AP, Reuters)

Christenen:pagina 5