Artiest (1)

Herman 't Hart in de jaren vijftig

Op ‘de Looier’, een kunst- en antiekmarkt in de Jordaan, verkocht een vrouw achter een tafeltje enkele maanden geleden oude foto’s van artiesten. Ik nam het stapeltje zwart-witfoto’s aandachtig door, vooral geboeid door het feit dat ik nooit eerder van deze artiesten had gehoord. Toch moesten ze een jaar of vijftig geleden enige bekendheid hebben gehad: de Marions, blonde zingende zusjes uit Amsterdam-Oost, de ‘vocalisten’ Diana West en Riedel van Kleef, het duo Andréa en Agaatz.

De vrouw aan het tafeltje vertelde me dat ze deze foto’s had aangetroffen tussen de spullen van haar inmiddels overleden vader, zelf ook een artiest. Het waren foto’s die artiesten aan relaties, maar ook aan elkaar gaven. Vandaar dat op de achterkant van sommige foto’s met de hand geschreven adressen en telefoonnummers prijkten. (Dat van de Marions was Retiefstraat 101 huis, en het telefoonnummer was 949094.)

Het was op basis van deze foto’s niet vast te stellen in hoeverre deze artiesten in hun tijd gewaardeerd werden. Behalve in één geval. Er zat een vouwblad-met-foto’s bij van ene Herman Hart, een jonge man met een knap, regelmatig gezicht en golvend, achterover gekamd haar. Op het vouwblad stonden opvallend gunstige recensies uit onder meer Elseviers Weekblad, Haagsche Courant en Het Parool.

‘Dagboekanier’ Henri Knap had in zijn dagelijkse kroniek in Het Parool geschreven: „Herman Hart heeft een héél eigen voordracht... vooral om de vertalingen van Amerikaanse croonerliederen heb ik gelachen tot het pijn deed... de grapjes zijn nooit goedkoop, intelligent gevonden en losjes gepresenteerd... onweerstaanbaar en van hoge klasse.”

Herman Hart? Ook van hem had ik nooit gehoord.

Geïntrigeerd deed ik navraag bij kenners van de Nederlandse kleinkunst. Ze konden me niet helpen. Ook in het uitgebreide archief van het Theater Instituut Nederland was niets over Hart te vinden. Toch had hij ooit bestaan, dat kon niet anders, want bij de Haagsche Courant konden ze met moeite één knipsel uit het archief opdelven: een vrij uitvoerig interview van 16 september 1967, de dag nadat Hart live een tv-show had opgevoerd. Daaruit leerde ik dat hij eigenlijk ’t Hart heette, ‘Hart’ klonk in het buitenland beter.

Na veel gebel stuitte ik ten slotte op twee artiesten die in de jaren vijftig en zestig veel met ’t Hart hadden opgetreden: Bas van Toor (van Bassie en Adriaan) en Tonny Eyk. „Een voortreffelijke artiest”, zei Bas van Toor meteen. En Tonny Eyk: „Komisch, beschaafd, homoseksueel, vooral geschikt voor kleine zalen, je moest Herman niet voor een zaal met soldaten zetten.” Of hij nog leefde kon niemand me zeggen, Eyk herinnerde zich vaag dat hij zich in Antwerpen had gevestigd.

Ik vond in de telefoongids van Antwerpen inderdaad een H. ’t Hart – en belde hem op.

„Met ’t Hart’’, zei een oude, vermoeide stem.