Adjunct Saddam alsnog tot de strop veroordeeld

Gisteren werd de vroegere Iraakse vice-president Ramadan alsnog ter dood veroordeeld in de zaak-Dujail. Er bestaat grote twijfel aan de eerlijkheid van zijn proces.

De twijfels over de doodstraf voor de afgezette Iraakse president Saddam Hussein komen nu met extra kracht terug in de zaak tegen zijn vicepresident Taha Yassin Ramadan, die gisteren door het Hoge Tribunaal in Bagdad alsnog tot de strop werd veroordeeld in de zaak-Dujail.

Ramadan werd 5 november vorig jaar tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld in verband met zijn rol bij de dood van 148 shi’itische inwoners van Dujail na een mislukte aanslag op Saddam Hussein in 1982. Ten tijde van ‘Dujail’ was Ramadan een nationaal militair commandant. Het hof van beroep dat in december de doodvonnissen tegen Saddam en twee naaste medewerkers bevestigde, wees tegelijk zijn zaak terug naar het tribunaal met de korte boodschap dat deze straf te mild was en dat het de doodstraf moest worden, zoals gisteren gebeurde. Ramadan gaat nu in beroep, maar het is onder de omstandigheden niet te verwachten dat zijn straf wordt verlicht.

De Hoge VN-commissaris voor de mensenrechten Louise Arbour heeft in de tussentijd de ongebruikelijke stap gedaan zich als amicus curiae (letterlijk: vriend van het hof) tot het tribunaal te wenden om tegen deze gang van zaken te protesteren. De doodstraf mag dan wel internationaal niet zijn afgeschaft, maar als hij het resultaat is van een oneerlijk proces vormt dat een vorm van wrede of onmenselijke behandeling. En dat is wel degelijk in strijd met het internationale recht, aldus Arbour. Een belangrijk precedent voor deze stelling is de uitspraak van het Europees Hof voor de mensenrechten in de Turkse zaak tegen de Turks-Koerdische rebellenleider Öcalan (2003). Diens doodstraf is overigens in levenslang omgezet.

Dat het Dujail-proces ernstige gebreken had is prima facie duidelijk, zegt Arbour, die eerder hoofdaanklager is geweest bij het Joegoslavië-tribunaal. Er is herhaaldelijk sprake geweest van overheidsbemoeienis met de rechters. Bewijsstukken zijn onverhoeds en laat in geding gebracht terwijl de verdediging onvoldoende kans kreeg te reageren. Raadslieden zijn vermoord. En zo gaat Arbour 18 pagina’s door.

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zegt bovendien dat de schuld van Ramadan aan de dood van 148 shi’ieten uit Dujail niet goed is vastgesteld. Er bestaat wel zoiets als command responsibility, maar volgens Human Rights Watch is de militaire organisatiestructuur in het proces nooit goed aan de orde geweest.

Arbour zegt verder dat er geen waarborgen zijn dat executie van Ramadan niet uitdraait op dezelfde vertoning als bij Saddam Hussein, die door aanwezigen bij de ophanging werd beschimpt en rond wiens lijk later een dansje werd gedaan. Dat op zichzelf is al een inbreuk op het verbod van een wrede of onmenselijke behandeling. Amerikaanse functionarissen delen volgens de Wall Street Journal deze zorg. Gisteren herinnerde een Amerikaanse regeringswoordvoerder de Iraakse autoriteiten nog eens aan hun plicht hun eigen procedures strikt te volgen.

Maar Washington zit in een precaire positie omdat het de soevereiniteit van Irak zoveel mogelijk wil respecteren. Bovendien passen de VS zelf ook de doodstraf toe. En er is in dat land herhaaldelijk kritiek op de procesgang en op pijnlijke taferelen bij de executies.