2006 was het jaar van de herrijzende consument

2006 was een uitstekend economisch jaar, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek, en ook 2007 ziet er veelbelovend uit. Maar hoe lang blijft de vaart nog in de Nederlandse economie?

Is de Nederlandse economie er definitief bovenop? Vanmorgen maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat de economische groei het afgelopen jaar 2,9 procent is geweest. Dat is de grootste economische expansie sinds 2000, toen de hoogconjunctuur van de tweede helft van de jaren negentig een piek bereikte.

In dat licht zijn de prestaties over 2006, hoe gunstig ook, nog steeds bescheiden. In de uitbundige periode van 1996 tot en met 2000 bedroeg de groei gemiddeld maar liefst 4 procent.

Het resultaat van 2006 is een goede opmaat voor het net begonnen jaar 2007. Volgens het boekje begint een economisch herstel met de export en wordt dan gevolgd door het aantrekken van de investeringen en tot slot van de consumptieve bestedingen. Deze oplevende binnenlandse vraag zorgt ervoor dat de economie op eigen kracht kan gaan groeien, zonder een impuls nodig te hebben van de vraag uit het buitenland.

Hoewel het CBS benadrukt dat de export ook in 2006 de belangrijkste bijdrage leverde aan de groei, heeft de economie extra vaart gekregen door de aantrekkende investeringen van bedrijven die met 8,1 procent stegen, en van de bestedingen door de consument, die met 2,4 procent toenamen. Die bestedingen door huishoudens zijn van groot gewicht, want zij nemen bijna de helft van het bruto binnenlands product (bbp) voor hun rekening. Een teken van hersteld consumentenvertrouwen werd gegeven door de bestedingen aan duurzame consumptiegoederen (auto’s, platte tv-schermen, wasmachines, computers), die met 6 procent toenamen.

De consumptieve uitgaven hadden in 2006 hun eigenaardigheden. Het CBS heeft berekend dat de consumptieve kredieten vorig jaar iets zijn afgenomen. Consumenten financierden hun bestedingen met verder oplopende hypotheken op de eigen woning. Evenals in 2005 namen deze toe, met 40 miljard in 2006 tot een totale hypotheekschuld van 540 miljard euro. Dat is ruim twee keer zoveel als de hele staatsschuld.

De nieuwe coalitiepartners hebben met hun besluit de hypotheekrenteaftrek ongemoeid te laten kennelijk begrepen dat ze hiermee de financiering van de consumptieve uitgaven steunen.

Daarnaast beïnvloedde de uitzonderlijk zachte herfst van vorig jaar de economische groei licht negatief. Door minder vraag naar aardgas vielen de consumentenbestedingen voor energie lager uit.

Voor dit jaar voorziet het Centraal Planbureau (CPB) een economische groei van 3 procent. Het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie gaat voor 2008 tot en met 2011 uit van een gemiddelde economische groei van 2 procent. Kan nu, met de data van 2006 in de hand, al iets gezegd worden over de haalbaarheid daarvan? Niet veel, maar toch zijn er wel enkele aanwijzingen.

Volgens het CBS bedraagt de Nederlandse economische groei over een langjarig gemiddelde gemeten 2,5 procent. Vorige week meldde het CBS dat de structurele afname van de potentiële beroepsbevolking door de vergrijzing is begonnen. Tegelijkertijd loopt de arbeidsmarkt, waar in het laatste kwartaal van 2006 de banengroei versnelde tot 149.000, al weer tegen zijn grenzen aan.

Economische groei wordt in hoofdzaak bereikt door de toename van het aantal mensen dat produceert én de stijging van de hoeveelheid goederen en diensten die zij kunnen produceren – de arbeidsproductiviteit. Met de productiviteit zit het voorlopig wel goed, maar als de beroepsbevolking afneemt wordt het lastiger om de groei van de economie op peil te houden. Het CBS verwacht op termijn een wat lagere groei. Ervaringen uit het verleden zijn niet maatgevend voor de toekomst, aldus het bureau.