WK skiën in Åre is één groot Anja Pärson-festival

De WK skiën zijn dankzij drie titels van Anja Pärson een groot Zweeds feest. Maar dé verrassing was het brons van de Zweed Patrick Järby (38) op de afdaling.

Zweden beleeft bij de wereldkampioenschappen alpineskiën in Åre het Anja Pärson-festival. De 25-jarige Zweedse won de drie onderdelen die tot op heden zijn gehouden. Na de Super-G, de supercombinatie (afdaling en slalom) behaalde ze gisteren de wereldtitel op de afdaling, waarmee ze de eerste skister werd die op alle alpine-onderdelen wereldkampioen is geworden.

Pärson, de eerste Zweedse die wereldkampioen afdaling werd, heeft geen verklaring voor haar dominantie bij de titelstrijd in haar vaderland. „Ik heb werkelijk geen idee waarom het plotseling zo goed gaat”, sprak de drievoudige kampioene verbaasd. „Alles klopt, het is ongelooflijk. Zelfs als ik fouten maak, zoals op de afdaling, word ik nog kampioen.”

Aangezien Pärson op alle disciplines uit de voeten kan, is zij ook voor de slalom en reuzenslalom, de twee resterende onderdelen, de grote favoriet. „Aan mij zal het niet liggen, want ik voel me nog sterk genoeg”, zei de skister die inmiddels zeven wereldtitels heeft behaald en op de recordlijst alleen nog wordt voorgegaan door de Duitse Christl Cranz, die haar serie van twaalf gouden medailles in de jaren dertig verzamelde.

Pärson ontpopt zich tot een fenomeen, die de kunst verstaat bij grote kampioenschappen te pieken. De Zweedse is een sportvrouw die onder alle omstandigheden koel blijft. Met name op de snelheidsnummers is haar overheersing opvallend, omdat die onderdelen dit seizoen worden beheerst door de Oostenrijks-Amerikaanse strijd tussen enerzijds Renate Götschl en Nicole Hosp en anderzijds Lindsey Kildow en Julia Mancuso. Van dat viertal bleven alleen Kildow (zilver) en Hosp (brons) in het spoor van Pärson.

De afdaling bij de mannen, die wegens de mist van zaterdag een dag werd uitgesteld, kreeg een verrassende ontknoping. Niet de specialisten, maar de Noor Aksel Lund Svindal werd wereldkampioen. Hij is de eerste Noor die de wereldtitel op de afdaling behaalde. Dat was zelfs de grootheden Lasse Kjus en Kjetil Andre Aamodt niet gelukt. Maar de titel van Svindal was minder opvallend dan de winnaars van zilver en brons. Tweede werd de Canadees Jan Hudec en derde de 38-jarige Zweed Patrick Järby. Erg matig presteerden de Oostenrijkers, van wie Mario Scheiber met een achtste plaats de beste was. Het waren de slechtste prestaties sinds 1993 toen Patrick Ortlieb met een achtste plaats ook de hoogste geklasseerde Oostenrijker was.

De uitslag van de afdaling werd sterk beïnvloed door het weer. Bij de start scheen de zon, halverwege was het mistig en bij de finish was het schemerdonker. Na een vertraging van de start met 25 minuten werd de wedstrijd na elf starts ook nog eens acht minuten onderbroken wegens slecht zicht. De ontknoping viel op het moment dat het zicht goed was, waarmee de bezetting van het podium grotendeels is verklaard.

Hudec was de grote onbekende van de medaillewinnaars. Hij had zelfs nog nooit op het podium gestaan. Hudec is de zoon van een Tsjechische vluchteling die als baby van tien maanden in Canada aankwam.

Dé verrassing was het brons voor veteraan Järby. Hij werd voor dit seizoen voor de tweede maal in zijn loopbaan uit de Zweedse selectie gezet. Vanwege het ontbreken aan sportief perspectief, luidde de verklaring. Maar Järby was nog niet toe aan een afscheid en ging op eigen kosten door. De oudste medaillewinnaar in de skigeschiedenis was verrukt over zijn prestatie. „Het heeft me veel geld gekost, maar dat was het dubbel en dwars waard.”