Scholen geven nog te weinig les

Middelbare scholen geven nog altijd te weinig les, ondanks waarschuwingen van het ministerie van Onderwijs. Verbetert dat niet, dan kan dat gevolgen hebben voor hun bekostiging of hun licentie. Dat schrijven minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) en staatssecretaris Bruins (Onderwijs, VVD) vandaag aan de Tweede Kamer.

Uit een steekproef van de Inspectie van het Onderwijs van eind vorig jaar blijkt dat 14 van de 25 onderzochte scholen in de onderbouw niet de verplichte 1.040 lesuren geven. Wat de bewindslieden vooral zorgen baart, is de geringe vooruitgang die scholen lijken te vertonen.

De steekproef richtte zich ook op het middelbaar beroepsonderwijs. Daar haalden 24 van de 25 opleidingen de norm van 850 uur.

De middelbare scholen, verenigd in de Voortgezet Onderwijs-raad, wijzen op een eigen steekproef die uitwees dat alle onderzochte scholen meer lesuren geven dan vorig jaar. Volgens de VO-raad komt 65 procent van de scholen volgend jaar op 1.040 lesuren. Volgens voorzitter Sjoerd Slagter van de VO-raad zijn grote aanpassingen tijdens het schooljaar „moeilijk door te voeren”. Het verbaast hem dat het ministerie de scholen niet meer tijd gunt. Volgens hem hebben scholen te weinig geld om voldoende uren les te geven.

Van der Hoeven en Bruins sturen binnenkort voor de vierde keer een brief aan de middelbare scholen over handhaving van de onderwijstijd. Dit voorjaar volgt er uitgebreid onderzoek naar de daadwerkelijk gerealiseerde lesuren per school. Halen scholen dan nog de norm niet, dan moeten ze rekening houden met het inhouden, opschorten of terugvorderen van de bekostiging. In het uiterste geval kunnen scholen hun licentie verliezen.

De wettelijke verplichting van 1.040 lesuren bestaat sinds voorjaar 2006. De Tweede Kamer besloot toen, tegen het advies van de minister in, tot dat minimum aantal lesuren. Scholen protesteren al sinds die tijd tegen deze norm.