punk+rock+house+disco

The Klaxons

Popmuziek heeft de onuitroeibare neiging om zichzelf telkens opnieuw uit te vinden. De beste trends zijn democratisch in de meest elementaire zin: iedereen kan inhaken op een nieuwe golf van opwinding, vernieuwingsdrang of rebellie. Punk? Drie akkoorden en een ouwe radio. Hiphop? Een funky beat en een brutale woordkunstenaar. House? Een beetje handig programmeren op een primitieve groovebox en kláár is mijn acid-houseplaatje. Vroege punk, vroege hiphop en vroege house moesten het nooit hebben van technische vaardigheden. Zo ook new rave, een monster van Frankenstein samengesteld uit rock, house en disco dat begin vorig jaar de kop opstak in Engeland en dat gebruik maakte van de eenvoudigste middelen die een popmuzikant in spé ter beschikking staan. Mix een simpele computerbeat met hakkelende synthesizers, gammele scheurgitaren, rollende bassen en opgewonden falsetzang, smijt er een arsenaal van sirenegeluiden tegenaan, stap het podium op met asymmetrische kapsels en een new rave-sensatie is geboren.

Het wachten is alleen nog op de met glitter bestrooide meisjes die glowsticks naar de bandleden komen gooien, want zonder publiek ben je nergens. The Klaxons waren de eerste, de leukste en de hitgevoeligste. Democratisch tot in hun botten, want de herkenbare snerp-sample uit hun vroege undergroundhit Atlantis to interzone behoort tot de standaardgeluidjes onder één van de toetsen op het goedkoopste Yamaha-keyboard. Hoe weet ik dat? Per ongeluk leunde ik op een toets van het plastic speelgoedklavier dat sinds de hoogtijdagen van de house in mijn kamer staat te verstoffen. Voordat ik het wist stond ik met The Klaxons mee te jammen, met precies hetzelfde opdringerige jengelgeluidje dat ook op hun cd klinkt.

Zelden zoveel lol gehad als bij The Klaxons op London Calling, afgelopen november. Wat een heerlijke kitschmuziek en wat een vrolijke regen van fluorescerende armbandjes daalde er neer, om te vieren dat ‘new rave’ eindelijk in Nederland was gearriveerd. Te laat, te laat. Debuutalbum Myths Of The Near Future liet veel te lang op zich wachten. Nu het er eindelijk is, volgt de onvermijdelijke anticlimax. Zoals Never Mind The Bollocks van de Sex Pistols het einde van de punk inluidde, zo betekent het Klaxons-album de dood van new rave. De scherpe kantjes zijn er af, de liedjes rijgen zich voorbeeldig aaneen en de grootste deceptie is dat het gewoon een fijne popplaat is geworden. Als monster van Frankenstein zijn The Klaxons tè goed gelukt. Een hoofd uit de housemuziek genaaid op een romp uit de rock, voorzien van armen en benen uit punk en disco. Het functioneert als een volwaardig winstmakertje voor de platenindustrie. Alleen die ene synthesizersnerp blijft me dierbaar. Daar heb ik de Klaxons niet voor nodig; die speel ik gewoon lekker zelf.