Met Kyodo News op de perstribune

Het WK schaatsen voor allrounders trok vroeger vooral media uit Nederland. Nu waren journalisten uit de hele wereld aanwezig. „We weten dat Nederlanders ook kunnen verliezen.”

De Lidové Noviny was erbij, een krant uit Praag. Maar ook Kyodo News uit Japan, de Noorse tabloid Verdens Gang, tv-stations uit Italië, Tsjechië, Duitsland en Noorwegen.

Het gaat misschien traag, en de de eindklassering was gisteren opnieuw oranjegekleurd, maar de internationale media-aandacht in Thialf afgelopen weekeinde bewees dat het schaatsen zich op een steeds breder podium afspeelt. Afgezien van enkele Noren en Duitsers werd het topschaatsen in het verleden bijna uitsluitend door een horde Nederlandse journalisten gevolgd.

Maar buitenlandse schaatsers, zoals Chad Hedrick, Shani Davis en Enrico Fabris, hebben de afgelopen jaren laten zien dat de Nederlandse hegemonie niet eeuwigdurend is. „Andere schaatsers ruiken dat ze een kans maken; de media pikken dat meteen op”, zegt de Italiaanse oud-schaatser Ippolito Sanfratello. Hij kan het weten; Sanfratello, in Heerenveen commentator voor de Italiaanse televisie, was vorig jaar bij de Olympische Spelen in Turijn nog medeverantwoordelijk voor de eerste gouden schaatsmedaille voor Italië: met zijn maten Enrico Fabris en Matteo Anesi won hij de ploegachtervolging. Vooral de prestaties van Fabris, bepaald geen eendagsvlieg, veroorzaakten een omslag in Italië.

Dit schaatsseizoen bewijst dat relatief kleine schaatslanden aansluiting kunnen krijgen bij de wereldtop. Vooral bij het sprinten is globalisering de trend. Bij de WK sprint, vorige maand, werden de zes medailles verdeeld over schaatsers uit zes landen: Duitsland, Nederland, Canada, Zuid-Korea, Finland en de Verenigde Staten.

Opvallend is ook de opleving van de Noren, getuige de honderden supporters die naar Heerenveen waren afgereisd, naast media als Aftenposten en Budstikka. De Noren hebben hoge verwachtingen van het jonge talent Håvard Bøkko, dat gisteren net buiten de medailles viel. „Het is de afgelopen jaren veel interessanter geworden, omdat de Nederlanders niet meer als vanzelfsprekend winnen”, zegt Ove Eriksen, die al sinds jaar en dag commentaar geeft voor de Noorse televisie. „Het allroundschaatsen was erg saai. Het was vaak alleen maar de vraag wélke Nederlander zou winnen. We hebben toernooien gehad met vier Nederlanders bovenaan in het klassement, met Bart Veldkamp als Belg op de vijfde plaats. Een dergelijke dominantie moet niet langer dan drie jaar duren. Maar dankzij Chad Hedrick, Shani Davis en Enrico Fabris hebben we gezien dat ze ook kunnen verliezen. Het is goed dat er nu meer landen bij betrokken zijn”, aldus Eriksen. En Sanfratello: „Dat vergroot ook het aanzien van de sport. Door al die concurrentie gaat bovendien het niveau omhoog.”

Bij de vrouwen stond een maand geleden, bij het EK allround in Collalbo, ineens de Tsjechische Martina Sábliková in het midden van het podium, waar Duits decennialang de voertaal was. Sábliková werd in één klap een nationale sportheldin, blijkens ook de enorme Tsjechische media-afvaardiging in Thialf. Met haar droomrace op de vijf kilometer, live uitgezonden in Tsjechië, kondigde zij gisteren een nieuw tijdperk op deze afstand aan.

Volgens oud-schaatser Bart Veldkamp, werkzaam als analyticus bij de NOS, heeft de internationale verbreding van de sport te maken met de introductie van de World Cups en de WK afstanden. „Vroeger draaide alles om het allrounden, maar dat spreekt in veel landen niet aan. Zo krijg je in Duitsland geen financiële steun voor allrounden. Maar voor specialisten valt er tegenwoordig veel te winnen. En die proberen het ook eens op een allroundtoernooi.”

Een andere ontwikkeling ziet Veldkamp in de groeiende welvaart, waardoor steeds meer indoorbanen worden gebouwd. „In Finland bestaan daarvoor plannen, en het Russische schaatsen krijgt een geweldige stimulans door twee prachtige banen”, zegt hij. „Wie weet staat er in Tsjechië een keer een suikeroom op die een baan wil aanleggen. Maar schaatsen wordt in zo’n land pas echt populair als er een kampioen opstaat, zoals Sábliková of Fabris.”

De vraag is of die successen ook beklijven in landen waar schaatsen niet tot het nationale erfgoed behoort. Oud-schaatser Sanfratello zakte gisteren door toedoen van Erben Wennemars naar de dertiende plaats op de Adelskalender, de eeuwige wereldranglijst, maar de RAI-commentator moest bekennen dat hij – tot gisteren – nog nooit van die lijst had gehoord. Hij heeft wel goede hoop dat schaatsen populair blijft in Italië. „Italianen zijn het voetbal zat door alle schandalen, en het geweld. Wielrennen staat ook in een kwaad daglicht. Mensen zien in Fabris een echte sportman, een rolmodel. Hij is een gewone jongen. Hij hoort bij de vijf populairste sportmensen in Italië.”

Volgens Sanfratello staat Fabris tegenwoordig in aanzien op gelijke hoogte met sportsterren als motorcoureur Valentino Rossi, voetballer Francesco Totti, wielrenner Paolo Bettini en zwemmer Filippo Magnini.”

Toch is het niet overal hosanna met het schaatsen. Eén Zweed op een allroundtoernooi is al normaal geworden, net als het ontbreken van Polen, Zwitsers en Oostenrijkers. De Russen kwamen afgelopen weekeinde nauwelijks in het spel voor. Ook in Japan begint de aandacht voor het allroundschaatsen te verslappen, zegt sportcorrespondent Shinsuke Kobayashi van het Japanse nieuwsagentschap Kyodo News, al jaren trouw aanwezig bij de grote toernooien. „In Japan was in de jaren negentig meer aandacht voor het allroundschaatsen dan nu”, zegt hij in Thialf. Dat was in de tijd dat de allrounders Keiji Shirahata en Hiroyuki Noake nog meereden om de prijzen.

Maar sinds zij gestopt zijn, zegt Kobayashi, is er een gat gevallen. „Veel Japanners vonden de Nederlandse overheersing in het allroundschaatsen in het verleden behoorlijk saai, omdat de titel altijd overging van de ene Nederlandse kampioen naar de volgende. Het was niet spannend, maar tegelijkertijd hadden Japanners bewondering voor dat Nederlandse overwicht.”