Mak brengt boek naar ‘zijn’ brug in Istanbul

Geert Maks geschenk voor de komende Boekenweek verschijnt ook in het Turks. Hij hield het ten doop op de Galata-brug in Istanbul.

Zelfs tijdens het diner op de laatste dag van zijn verblijf in Istanbul is Geert Mak met ‘zijn’ brug bezig. Wat te denken van de boekverkoper aldaar? De man, die drie uur per dag met zijn handel bij de Galata-brug staat, verkoopt bijna nooit wat.

Toegegeven, zegt Mak, die man kreeg een zware psychologische klap toen zijn vrouw en dochter bij een ongeluk om het leven kwamen. Maar de schrijver vermoedt dat er meer aan de hand is met de boekverkoper, die enthousiast de Turkse versie van Maks boekenweekgeschenk De Brug, ‘Köprü’, in ontvangst nam. Zou hij een tweede, clandestiene, bron van inkomsten hebben, zoals veel anderen bij de Galata-brug? Werkt hij misschien als informant voor de politie? Of wordt hij door zijn familie onderhouden en is zijn werk bij de brug een soort bezigheidstherapie om hem het gruwelijke drama in zijn leven even te doen vergeten? Mak komt er niet uit, maar één ding is duidelijk: de schimmige microkosmos van de Galata-brug, waar niets is wat het lijkt, houdt de schrijver nog volop bezig.

Mak was dit weekeinde even terug in Istanbul om de Turkse versie van zijn geschenk voor de Nederlandse boekenweek te geven aan een aantal hoofdfiguren. De boekenweek begint pas op 14 maart, maar het geschenk, dat vrijwel niemand nog gelezen heeft, heeft al tot enige opwinding in Nederland geleid. Waarom moet een Nederlands boekengeschenk over Turkije gaan, en nota bene ook nog eens in het Turks uitkomen?

Mak vindt zulke kritiek „krankzinnig”. „Het vorige geschenk ging geloof ik over lilliputters in Amerika”, zegt hij, „en daar heb je niemand over gehoord”. Daar komt bij dat de ‘bewoners’ van de brug volgens Mak wel degelijk iets te melden hebben aan Nederlanders. „Veel mensen hier weten van zichzelf wel dat ze een moeilijk leven leiden”, zegt Mak. „Maar ze richten alles op hun kinderen. Die krijgen vaak wel een opleiding. En daar worden de mensen in al hun zorgen toch vrolijk van.” En zo weerleggen de brugbewoners een opvatting die volgens Mak bij veel Nederlanders leeft, namelijk dat wie arm is vrijwel automatisch afstompt en vervalt tot een staat van passieve wanhoop. Mak: „Ik las een artikel in Foreign Affairs van een schrijver die afstand neemt van de theorie van Samuel Huntington over de botsing der beschavingen maar wel een eigen indeling maakt van continenten.” Azië is dan het continent van de hoop, Europa dat van de angst voor verlies aan identiteit. En het Midden-Oosten is het continent van de vernedering. Maar bij de brug in Istanbul trof Mak nu juist geen vernedering aan maar hoop. En eer. „Eer is het laatste wat je nog hebt als je arm bent, dus zie je dat mensen die eer koesteren. Zij betalen voor de thee, ook al moeten ze er uren voor werken.”

Tijdens zijn verblijf in Istanbul ontdekte Mak, zegt hij, een nieuwe kant van de Turkse literatuur, namelijk die van de stadsschrijvers. En pikant genoeg, aldus Mak, bleken de Turkse stadsschrijvers – „die toch zo’n drieduizend kilometer van Amsterdam woonden” – dezelfde thema’s te hebben als de Nederlandse. In Nederland gaat het schrijvers als Justus van Maurik, Carmiggelt, Henk Hofland, Martin Bril en „op zijn eigen manier” Kees Fens er volgens Mak om, de vinger aan de pols van de ‘stad’ te houden.

In Istanbul vond Mak precies vergelijkbare verhalen, bijvoorbeeld die over „een Armeniër die in het goedkoopste bordeel had geslapen en er met luizen was uit gegooid”. Hij trof ook een ander verhaal aan, over een Armeniër wiens hoofd was afgehakt en op zijn schoot gelegd. De man had zich bekeerd tot de islam om met een moslima te kunnen trouwen, maar tijdens een bezoek aan Griekenland was de Armeniër weer teruggekeerd tot zijn oorspronkelijke geloof, het christendom. Hij werd verklikt en weigerde opnieuw moslim te worden, vandaar. „Natuurlijk vereerden de Armeniërs hem als een held”, zegt Mak.

[Vervolg GEERT MAK: pagina 9]

GEERT MAK

Stadsschrijvers in traditie

[Vervolg van pagina 1] Volgens Mak is de overeenkomst tussen de Nederlandse en Turkse stadsschrijverij gemakkelijk te verklaren: beiden ondervonden de invloed van de Franse traditie en dan met name van Zola. „Ook Orhan Pamuk en Elif Safak staan direct in deze traditie.” En zo blijken de Turkse en de Nederlandse literatuur meer verwant dan critici van het boekenweekgeschenk denken.

Mak gunt de bewoners van de Galata-brug alle respect. De Turken, die door hun armoede en marginalisering in Istanbul vaak met de nek worden aangekeken, genieten daarvan. Zo loopt de Nederlandse schrijver een familielid van sigarettenverkoper Önder tegen het lijf. Önder kon zijn koopwaar niet op tijd wegstoppen toen de politie kwam – je mag daar geen sigaretten verkopen – en even leek het er op dat hij de gevangenis in moest. Maar, zo vertelt Önders verwant, dat is uiteindelijk toch niet gebeurd. Heeft hij de Turkse versie van het boek gezien? „Ja, het is mooi”, klinkt het. Maar uit zijn blik valt te concluderen dat hij het respect waarmee Mak de brug en zijn bewoners bejegende, meer waardeert dan het boek, hoe mooi dat ook moge zijn.

    • Bernard Bouwman