Kleren ophalen met verwijsbriefje

De armoede neemt toe, zeggen het CBS en de Volkskredietbanken. Vooral doordat er te hoge leningen worden afgesloten en woonlasten hard stijgen. Na de voedselbanken maakt Nederland nu kennis met de kledingbanken. Er zijn er al zeven.

Amersfoort, 12 febr. - Na de opkomst van voedselbanken krijgt Nederland nu in hoog tempo ook kledingbanken. Mensen met een laag inkomen of hoge schulden kunnen daar terecht voor een broek, jas, trui en schoenen. Een jaar geleden ging in het Limburgse Simpelveld de eerste kledingbank open, nu zijn er in het hele land zeven.

In vijftien andere steden zijn er initiatieven om een kledingbank te openen. Dat zegt Loes Lamers, coördinator van de kledingbanken in Nederland. In een afgedankte school aan de rand van Amersfoort opende ze afgelopen voorjaar zelf een kledingbank. Ze loopt langs honderden bananendozen vol kleding. Ze heeft alles: onderbroeken, sokken, kinderkleding, schoenen en zelfs avondjurken. In alle kleuren en maten. Komende zomer hoopt ze speelgoed te kunnen aanbieden aan de allerarmsten. „Die moeten vaak rondkomen van 30 of 40 euro per week.”

In een hoekje is een provisorisch pashokje gemaakt, waar bezoekers onder tl-licht kleding kunnen passen. De ramen zijn geblindeerd, zodat niemand naar binnen kan gluren. „De mensen schamen zich erg”, zegt Lamers. Daarom komen klanten alleen op afspraak, zodat ze niet toevallig hun buren in de winkel tegenkomen. „Ze zijn schuw en onzeker. Ze hebben iets van: kijk mij nou eens diep gezakt zijn, ik moet hier heen.”

Kledingbanken zijn helemaal afhankelijk van liefdadigheid: een woningbouwbedrijf in Amersfoort geeft Lamers bijvoorbeeld de school in bruikleen, ze ontvangt geen nota van het energiebedrijf en de pc heeft ze van iemand gekregen. Dertig vrijwilligers verzamelen de kleding die ze gratis krijgen en voor niets weggeven. Bij het Leger des Heils en zaken in tweedehands kleding moet worden betaald. Kledingbanken zijn er voor degenen die helemaal geen geld hebben.

„Laatst kwam er iemand in een kostuum binnen”, zegt Lamers. „Dat was het enige wat hij had. Ik zei tegen de anderen: aankleden die man!” Volgens haar heeft de opkomst van kledingbanken maar voor een deel te maken met het niveau van de sociale voorzieningen. „In driekwart van de gevallen gaat het om mensen die niet met geld kunnen omgaan. Ze hebben te veel geleend, raken failliet en komen in een schuldregeling.” Die duurt meestal drie jaar. Deelnemers moeten hun inkomen afstaan en krijgen een minimaal bedrag om eten te kopen.

Bij Lamers komen ook zwervers en mensen die tot voor kort rijk waren. „Als die scheiden, kunnen ze soms hun hypotheek niet betalen of verliezen ze hun baan. Als je tegenslag hebt, kost alles veel energie. Ze laten alles op hun beloop. Ik vind dat je die mensen ook moet helpen.” Een tijdje geleden kwam er een man wiens zoon hem had meegetrokken in het faillissement van zijn bedrijf.

Lamers heeft elke week rond de vijftien klanten, die vaak met hun gezin komen. Per persoon mogen ze drie setjes kleding meenemen, kinderen vier setjes. Ze is wekelijks veel tijd kwijt aan haar kledingbank. „Maar ik kom uit de zorgsector en dan gaan je ogen open. Ik vind dat je wat voor elkaar moet overhebben.”

Andere kledingbanken bestaan veel korter en hebben daardoor minder bezoekers. Zo zegt de kledingbank in Rotterdam, die in december open ging, zes klanten per week te ontvangen. Kledingbank Haarlem heeft één klant per week. „Dat komt doordat de mensen die het nodig hebben, moeilijk te bereiken zijn”, zeggen de initiatiefnemers Annet en Renske Schotborg in Haarlem. Hun huis fungeert als opslag- en uitgiftepunt. In Haarlem komen veel alleenstaande moeders naar de kledingbank, aldus de twee zussen.

Kledingbanken hebben geen landelijke leiding, maar werken volgens ongeveer hetzelfde principe: gratis kleding die klanten mogen ophalen als ze een verwijsbriefje meenemen van hun dokter, school, sociale dienst, predikant of thuiszorgorganisatie. Veel kledingbanken geven ook speelgoed weg. „Je maakt kinderen zo gelukkig”, zegt Lamers. „Je ziet dat ze voor het eerst in lange tijd iets nieuws krijgen. Ouders hebben nooit meer wat gekocht voor hen. Als ik ze bijvoorbeeld vraag naar de maten van hun kinderen, zitten ze meestal flink te laag.”

De hal van Kledingbank Amersfoort staat vol met twintig vuilniszakken. Lamers is blij met de gulheid van de gevers. Alles is welkom natuurlijk, maar ze heeft geen tekort aan spullen. Meestal komt de kleding schoon en zonder gaten of scheuren binnen. „We hoeven weinig weg te gooien. Het kan meestal zo in de rekken.” Vaak brengen bedrijven spullen. Laatst wisselde er een taxionderneming van bedrijfskleding. „Toen kregen we honderden van die stevige broeken en blouses. Het waren er zoveel dat we een deel aan andere kledingbanken hebben gegeven.”

Mogelijk opent in Hoogeveen de volgende kledingbank, de achtste. Initiatiefneemster Marilon is druk bezig met de voorbereidingen. Ze heeft veel kleding al ingezameld, maar zoekt nog een geschikte loods waar ze de spullen kan uitdelen. Haar drijfveer: niet alleen de armoede zien, maar er zelf iets aan doen. „Er hebben zoveel mensen geen geld voor kleding. Dat zou niet moeten kunnen in Nederland.”