‘Kijk naar me, ik ben ook maar een smurf’

Voor haar nieuwe album schreef Norah Jones voor het eerst zelf de teksten.

„Het kinderachtige is eraf.”

Norah Jones, van serveerster naar celebrity. Foto Todd Chalfant Norah Jones foto Todd Chalfant Chalfant, Todd

Toen zangeres en pianiste Norah Jones in 2003 met haar debuut Come Away With Me acht Grammy’s won, publiceerde een Amerikaanse krant prompt een foto, plus het adres, van haar New Yorkse appartement, toen nog een eenvoudig onderkomen. Een jaar later bestempelde het Amerikaanse Time Magazine haar tot een van de meest invloedrijke personen ter wereld. Het zijn rariteiten in het leven van Jones, die zich nog altijd zeer ongemakkelijk voelt in de rol van ster. „Een belangrijk persoon? Kijk naar me, ik ben maar een smurf”, grijnst ze op een koude middag in het Duitse kuurplaatsje Baden-Baden.

Nee, van status en roem heeft de 27-jarige antidiva nooit wat moeten hebben. Ook niet nu ze een nieuwe cd heeft en acteert in de nog te verschijnen roadmovie My Blueberry Nights. De verlegen jonge vrouw met zoete uitstraling, vandaag gewoontjes gestoken in spijkerbroek en T-shirt, zag haar plotselinge succes eerder als last, dan dat ze genoot van haar verwezenlijking van de American dream. Van serveerster naar celebrity.

Het Indiase bloed in haar aderen geeft haar een exotisch, naturel mooi uiterlijk. Ze is sexy, als ze zich opdoft met lange mooie krullen. Maar meestal komt ze een beetje saai en bescheiden over, met haar haar in een knotje en een strenge zwarte bril op haar neus. Met alleen haar moeder groeide Norah Jones op in Grapevine, vlakbij Dallas. Haar vader, de beroemde Indiase sitarmuzikant Ravi Shankar, verliet het gezin toen Norah een peuter was. Na twee jaar aan de Universiteit van North Texas, waar ze jazz studeerde, verhuisde Jones naar New York. Ze werkte er als serveerster en zong in bars. Ze was net 21 toen ze een contract tekende bij platenmaatschappij Blue Note. „Ik was nog erg jong en zocht nog voor mijzelf uit welke richting ik op wilde gaan met mijn muziek”, vertelt ze. „Jazz? Ze zagen een nieuwe jazzster in me, ja. Maar ik heb nooit alleen jazzstandards willen spelen. ”

Inmiddels staat de teller van Jones’ eerste twee cd’s wereldwijd op 30 miljoen verkochte exemplaren. Ze constateert door de jaren in elk geval een dikkere huid te hebben gekregen.

In Baden-Baden presenteert ze haar derde cd, Not Too Late, aan de Europese pers. Van het album werden in de eerste week al 405.000 exemplaren verkocht. In deze jazzgetinte liedjes, met country-, folk- en bluesinvloeden, speelt Jones wederom erg op safe. Dat heeft veel te maken met haar vriendenband, bestaand uit toch wat middelmatige musici. Zij grossieren in vooral eenvoudige begeleidingsakkoorden, zoals later die dag blijkt bij haar concert in het theater van Baden-Baden. Alleen als de band haar alleen laat en ze solo zingt achter haar Wurlitzer-piano klinkt ze puur, gracieus en onwaarschijnlijk mooi.

Het is een merkwaardig gegeven dat ze haar muziek, na al die jaren, niet naar een hoger plan wil trekken. Deze band doet niets voor haar, maar ook Jones’ eigen voorkeur blijft uitgaan naar een verstild soort akoestische muziek. „Eenvoudige akkoorden in eenvoudige arrangementen. Dan kom je meteen bij de essentie van liedjes. Al is dat vaak het allermoeilijkste.”

Nieuw is dat Jones zich op songschrijven heeft toegelegd. Haar eerdere albums waren goed, maar ze was té lief, stelt ze vast. „Deze cd gaat dieper, de teksten bevatten meer emoties.” En ook de vorm varieert. Weg is het geijkte couplet-refrein-couplet. „Ik ben uitgekomen bij een soort cyclisch format met repeterende gedeeltes. Dat leek me wel uitdagend.”

Het songschrijven tekent haar groei, al voelt ze zich er nog erg groen in. „Ik had echt een hobbel te nemen voor ik bij the good stuff kwam. Ik schreef iets, las het terug en dacht: help, wat suf. Wat een clichés, wat een domme teksten. Oefening baart kunst, maar persoonlijke dingen opschrijven blijft een beetje eng. Op dit album komt veel van mijn persoonlijkheid terug. En je ziet, het kinderachtige is er af.”

Verder houdt ze erg van twist and turns in de verhaallijn. „Niet speciaal om het verrassingseffect hoor, maar het onverwachte spreekt me aan. Zoals Willie Nelson – ik ben een grote fan van zijn muziek – deed in het nummer Funny How Time Slips Away. Het begint heel zoet en sluit in ineens af met een sinister zinnetje: ‘But in time you’re gonna pay’. Schitterend.”

Zelf probeert ze het ook, in bijvoorbeeld My Dear Country waarin ze politieke stellingname niet schuwt:

Twas’ Halloween and the ghosts were out

And everywhere they’d go they shout

And though I covered my eyes I knew

They’d go away

But fear’s the only thing I saw

And three days later was clear to all

That nothing is as scary as election day.

Jones heeft kritiek op president Bush en zijn oorlogsvoering. „Ik ben me erg bewust van wat er speelt in de wereld. In dit nummer draait het om frustratie, hoop en teleurstelling. Zie het niet als mijn politieke protestsong – eerder als een liefdessong met een politieke ondertoon. Door mijn reizen heb ik nog steeds een romantisch idee over Amerika, maar dat ziet er heel anders uit dan dit getraumatiseerde land.”

Not Too Late nam ze op in de studio die zij en haar vriend, bandleider en bassist Lee Alexander, hebben gebouwd in huis. Een groot voordeel, aldus Jones. „Ook al heb ik een ruim budget om te doen wat ik wil, het voelt gewoon logischer om gekke dingen thuis uit te proberen.” Bovendien was het haar manier om ongestoord te kunnen werken. „Voorzover mijn platenlabel wist, was ik nog steeds met vakantie. Zo bemoeide niemand zich met de muziek.”

Anoniem muziek maken: ze wil niets anders. Wie het treft, vindt haar spelend in kleine muziekbars in New York. „Van dat soort optredens word je beter. Onder hoge druk een mega-radioconcert in Londen geven voor hotshots levert enkel stress op. In kleine clubjes kan ik van alles uitproberen – zonder dat mensen er echt op letten.”

Dan helpt een filmrol naast ster Jude Law natuurlijk niet echt. Hoe is die ervaring haar bevallen? „Ik ben niks joh, de paparazzi zaten alleen achter Jude aan”, grinnikt ze. „Tja, er is nu veel ophef over, maar ik was echt in de veronderstelling dat het een coole, kleine onafhankelijke film zou zijn. Het was regisseur Wong Kar Wai’s eerste film in het Engels! Waarom hij mij wilde? Hij zocht waarschijnlijk iemand die een beetje vreemd en verlegen was.” En kon ze er muzikaal haar ei in kwijt? „Nee. Gelukkig niet. Ik wilde even helemaal niet aan muziek denken. Het was een fijne vlucht uit een hectisch wereldje.”

Norah Jones: Not Too Late (Blue Note). De film My Blueberry Nights verschijnt deze zomer.