Kampioenen verleggen grenzen

Sven Kramer en Ireen Wüst (beiden 20 jaar) werden op overtuigende wijze wereldkampioen schaatsen. Toch durft coach Gerard Kemkers zijn pupillen geen jarenlange heerschappij te voorspellen. „De concurrentie zal zeker reageren.”

Sven Kramer na zijn wereldrecord op de 10.000 meter. Foto Bas Czerwinski 11-02-2007, HEERENVEEN. KRAMER NA ZIJN WERELRECORD OP DE 10 KILOMETER. FOTO BAS CZERWINSKI schaatsen Sven Kramer Czerwinski, Bas

Door onze redacteur Maarten Scholten

Heerenveen, 12 febr. - Of het tijdperk van Sven Kramer en Ireen Wüst is begonnen, na hun eerste wereldtitel allround gisteren in een uitzinnig Thialf? „Het lijkt erop”, zei Kramer, die het toernooi afsloot met een wereldrecord op de tien kilometer. „De uitdaging wordt om tot en met de Spelen van Vancouver in 2010 de beste te zijn.”

Wüst, die bijna nog meer indruk maakte dan haar ploeggenoot, wilde eerst genieten van het moment. „Zulke weekenden maak je maar een paar keer in je carrière mee”, jubelde ze. Beide pas twintigjarige TVM-schaatsers verlegden op de wereldkampioenschappen allround hun eigen grenzen. Wüst deed dat vooral op de tweede dag van het toernooi, toen ze in een race zonder tegenstandster het baanrecord brak op de 1.500 meter en anderhalf uur later met afstand de drie kilometer won. „Het was een dag waarop alles lukte. Ik heb dit jaar een grote stap gemaakt.”

Kramer won het toernooi eigenlijk al op de eerste dag, met een persoonlijk record op de 500 meter en een fantastisch baanrecord op de vijf kilometer. Op de mijl moest de Europees kampioen zijn eerste tegenvaller van het seizoen slikken, toen hij een rechtstreeks duel tegen de nummer twee, Enrico Fabris, met ruim een seconde verloor. Alleszeggend was de manier waarop hij terug in het hotel zijn fiets in de hoek smeet. Het echte antwoord volgde een dag later op de tien kilometer: 12.49,88, waarmee hij bijna twee seconden sneller was dan zijn eigen wereldrecord.

De carrières van de wereldkampioenen Kramer en Wüst vertonen grote parallellen. Hun debuut bij de senioren, twee jaar geleden op de WK in Moskou, viel middenin een periode waarin bij de mannen een eind kwam aan een Nederlandse dominantie van het allroundschaatsen. „We kwamen uit een tijd waarin Gianni Romme nog allroundkampioen kon worden met tekortkomingen op de korte afstanden”, herinnert TVM-coach Gerard Kemkers zich.

In Hamar 2004 werd Nederland na negen allround-wereldtitels op rij plotseling opgeschrikt door de Amerikaanse rolschaatser Chad Hedrick, die iedereen eraf reed. In de twee jaar die volgden stond een nóg betere Amerikaan op: Shani Davis, die twee keer de wereldtitel veroverde. Kemkers: „Die twee zijn de laatste drie jaar op allroundgebied grensverleggend bezig geweest. Davis heeft een geweldige 500 en 1.500 meter, en op de lange afstanden verloor hij nauwelijks. Wij zijn toen behoorlijk op ons nummer gezet. Dat heeft ons gedwongen om ons denkpatroon te veranderen.”

Bij de vrouwen tilden in dezelfde periode Anni Friesinger en Cindy Klassen het allrounden naar een hoger niveau. De Canadese realiseerde vorig jaar op de wereldkampioenschappen in Calgary een voor onmogelijk gehouden recordreeks. Kemkers: „De allrounder is completer geworden. Wij hadden altijd wel goede lange afstandschaatsers, maar om mee te doen op het niveau van Davis en Klassen moesten we op de korte afstanden aansluiting zien te vinden. Daar is dit jaar hard aan gewerkt.”

Van onvoorstelbare races op vijf en tien kilometer (Kramer) en 1.500 en 3.000 meter (Wüst) kijkt hun coach niet eens meer op. „Ik zie in trainingen constant hoe goed ze zijn. Daarom weet ik nu al dat er in de toekomst nog veel meer mogelijk is.” Kemkers plaatst een relativering bij de vooruitgang in tijden van dit seizoen. „De felle competitie tussen de ijsbanen, die allemaal het snelste ijs willen, levert procentueel een aanzienlijk deel op van de winst in tijd.”

De TVM-coach genoot tijdens de WK ook van onverwachte pareltjes van nieuwelingen Wouter Olde Heuvel (5.000) en Paulien van Deutekom (3.000). Hij wees op het geweldige toernooi van Carl Verheijen, die zichzelf in de schaduw van Kramer maar blijft verbeteren. Voeg zijn derde plaats bij de vijfde van Erben Wennemars en dan blijkt dat TVM dit jaar hard heeft gewerkt.

Niet alle buitenlandse concurrenten kunnen dat nazeggen. „Ik heb niet kunnen trainen zoals ik wilde door alle aandacht na de Spelen”, zei Fabris, die op iets meer dan een punt als tweede eindigde. „De afgelopen zomer heb ik significant minder hard gewerkt”, gaf Davis (zesde) al vóór de WK toe. Hedrick stond van de zomer op de golfbaan.

Ook bij de vrouwen deden de toppers het na de Spelen rustig aan. Friesinger had in de zomer last van een burn-out. Met Gianni Romme als coach richtte ze het vizier dit seizoen meer op de sprint dan op het geestdodende duurwerk. Ook Klassen was het schaatsen beu en sloeg de eerste maanden alle wedstrijden over.

Na de prachtige wereldtitels van Kramer en Wüst is het gezien hun leeftijd verleidelijk beiden een lange heerschappij te voorspellen. Maar Kemkers wil daar niets van weten. „Wat nou machtsovername? Vorig jaar riep iedereen nog dat Klassen nooit meer verslagen zou worden. Nu praat niemand meer over haar. Dit soort uitspraken wordt achteraf altijd afgestraft.”

In de reactie van de verliezende buitenlanders was ook geen sprake van berusting. „Ik rijd nu op een gemiddeld niveau en ben nog zesde”, zei Davis. De Noorse coach Peter Mueller wees erop dat de jonge Håvard Bøkko, vierde, in de aanloop naar deze wereldkampioenschappen tien dagen ziek was. „Hij kan de komende jaren bij Kramer in de buurt komen.”

Ook Kemkers verwacht de komende jaren een boeiende strijd in de allroundtoernooien. „Sven en Ireen hebben afgelopen zomer een stap gezet. De concurrentie zal daar zeker op reageren. Maar juist in een tijdperk waarin de sport groeit, kun je beter vooraan in de ontwikkeling zitten.”

WK schaatsen: pagina 14 en 15.