Jezus Leeft. Met beetje galm

Meindert Talma raakte gegrepen door oude Amerikaanse liedjes.

Decor: een kerkje. En ze hingen in de klokken.

Meindert Talma: „Het zijn voornamelijk liedjes over armoe en gevangenissen.” Foto Sake Elzinga Nederland - Zuidhorn - ( Groningen ) - 18-01-2007 Meindert Talma met zijn plaat ' Nu geloof ik wat er in de bijbel staat' opgenomen in een kerkje in Drachtstercompagnie met de nam ' Jezus Leeft'. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Meindert Talma speelde met zijn groep The Negroes al een eigenzinnig, grotendeels Nederlandstalig oeuvre bij elkaar. Net als in zijn columns en boeken put hij voor zijn liedjes graag uit zijn eigen ervaringen. Nu geloof ik wat er in de bijbel staat is een ander verhaal: de plaat bevat negen vertaalde liedjes uit de beroemde Anthology Of Folk Music van Harry Smith. Talma maakte de vertalingen voor een festival in Paradiso rond Harry Smith, maar raakte zodanig gegrepen door deze oude, Amerikaanse liedjes, dat hij er een plaat van maakte.

En wat voor een. Banjo, harmonium, grote trom, kerkklokken en kokosnoten sieren het geluid op. Meindert Talma heeft nog nooit zo gedreven geklonken, en zijn Negroes spelen ook al alsof de duivel hen op de hielen zit. Wat niet waarschijnlijk is, want de plaat werd opgenomen in een voormalig kerkje: Jezus Leeft, te Rottevalle.

,,Nyk de Vries, onze gitarist, en ik rijden daar altijd langs op weg naar de oefenruimte in Drachtster Compagnie”, vertelt de boomlange Talma in zijn met toetseninstrumenten volgestouwde privéstudio, een knap vertimmerd hok achter een rijtjeshuis in het Groninger dorp Zuidhorn.

„Voor de nieuwe plaat zochten we een speciale sound, met een beetje galm. Niet dat hele droge van onze vorige plaat die bij onze ritmesectie thuis – Jan Pier en Janke Brands – is opgenomen.” De sfeer in die kerk trof hem, „die paste prachtig bij de muziek. Op de overdubs voor banjo en harmonium na hebben we alles in één keer opgenomen.” Alleen de grote trom moest in verband met overspraakproblemen op de gang worden opgesteld. ,,Maar daar kon Jan Pier er lekker op los huffen. Hij heeft ook best aan de kerkklokken gehangen.”

Religie speelt een aanzienlijke rol in die oude liedjes, zoals in het bekendste lied dat Talma vertaalde: See That My Grave Is Kept Clean, van Blind Lemon Jefferson. „In het zicht van het graf wil je wel geloven. Het zijn voornamelijk liedjes over armoe en gevangenissen, maar God is nog wel alom tegenwoordig. Religie is natuurlijk de hoop op een beter leven na dit leven. Dat is een apart verschil tussen Amerika en Europa, religie is daar nog heel sterk. Zelfs de slechtste gangsta rapper heeft nog wel een sluimerend godsbesef.”

Meindert Talma herkende iets in die oude liedjes, en dat lag niet alleen aan die religieuze inslag. Ook al werd hij gereformeerd opgevoed en kreeg hij jarenlang les op een kerkorgel. „De meeste liedjes stammen uit het arme zuiden van Amerika, een streek die me wel wat doet denken aan de omgeving van Rottevalle en het nabijgelegen Surhuisterveen, waar ik opgroeide: de Friese Wouden. Dat is ook altijd een arme streek geweest. De mensen die dat Jezus Leeft-kerkje opgezet hebben, deden aardig goede dingen voor de armen: mensen opvangen en eten geven en zo. Het waren heel bevlogen mensen, godsdienstwaanzinnig is een groot woord, maar ze hadden niks van dat bangige, gereformeerde. Ze waren heel fanatiek in het uitdragen van hun geloof.”

„Ze deden alles zelf, tot en met het maken van hun boekjes. Daar hebben wij het hoesontwerp en het tekstboekje van nagemaakt. Het was een doe-het-zelf-mentaliteit, een beetje de punkgedachte, en dat doet mij wel wat denken aan de manier waarop wij zelf de boel hebben opgebouwd.” Want Meindert is een laatkomer in de popmuziek: pas toen hij 27 of 28 was, en zijn studie geschiedenis al zo ongeveer af had, begon hij er werk van te maken. Zijn eerste single, 20 jaar Muzikale Fruitmand, werd als verrassing door enkele vrienden uitgebracht.

Ook in de band die hij vervolgens opzette, The Negroes, namen vrienden zitting: oud-huisgenoot Nyk de Vries – die ooit directeur van het Noorderslag-popfestival was – en het echtpaar Jan Pier en Janke Brands, die wel eens als artistieke pleegouders van Talma worden geportretteerd. „Dat gaat me wel wat ver, nu ik zelf een vrouw en kind heb”, bromt hij, „maar ze hebben het wel een beetje in banen geleid. En ze hebben speciaal hun huiskamer omgebouwd tot oefenruimte en studio.”

De gortdroge, haast terloopse humor van de Woudfries, een menstype dat zich niet snel iets wijs laat maken, vond in Talma een welsprekend vertolker met een eigen stem. In zijn liedjes, columns (voor de Leeuwarder Courant) en zijn romans Dammen met ome Hajo en Kriebelvisje staan zijn eigen ervaringen centraal, als kind en puber in Surhuisterveen en als student op weg naar de volwassenheid. Dat leidde tot wonderlijke taferelen op boekpresentaties, waar tal van romanfiguren in levenden lijve rondliepen. Maar dat wordt anders, en daar is deze plaat, met andermans liedjes immers, een welluidende voorhoede van. „Mijn eerste boeken zijn zonder echte plot geschreven, maar ik ben nu bezig met een puur fictieboek, met een echt verhaal. Ik heb niet altijd de behoefte om het over mezelf te hebben.”

Dat geldt ook voor zijn volgende plaat: een weerslag van het ‘Tamango’-muziektheaterproject, met onder andere een strijkkwartet. Dat wordt zowaar, na ettelijke liedjes in het Nederlands en een handvol in het Fries, een plaat in het Engels. „Het is een wat abstractere manier van met muziek omgaan. Mensen hebben het vooral over mijn teksten, daar wil ik wel wat van af. Ik vind het bovendien mooi om verschillende soorten platen te maken, zodat de mensen denken: wat is dat toch met die Meindert?”

Hij kan zich behoorlijk redden, met zijn muziek en met „de schrijverij”. Een dubbele carrière dus, en soms staat de ene loopbaan wat in de weg van de andere. Maar in zijn hart is hij vooral muzikant. „Ik geef de beste jaren van mijn leven liefst aan de muziek. Ik ben nu 38, ik weet niet of ik over twintig jaar zin heb om altijd maar weer in dat busje te stappen.”

Het album van Meindert Talma & The Negroes: Nu geloof ik wat er in de bijbel staat (Excelsior, distr. V2) is nu uit.