Iran en de vrede

Irak is het feitelijke oorlogstoneel van deze tijd, Iran is het land waarover een andere oorlog woedt – die in woorden. De Amerikaanse politieke oudgediende Zbigniew Brzezinski, ooit nationaal veiligheidsadviseur onder president Jimmy Carter, waarschuwde er zaterdag in NRC Handelsblad voor dat de Verenigde Staten het gevaar lopen zomaar in een militair treffen met Iran verzeild te raken. Een mogelijk Amerikaans falen in Irak en de weigering van het bewind in Teheran om zijn nucleaire programma aan banden te leggen, maken de dreiging van zo’n confrontatie reëel. Reden genoeg, kortom, om juist met deze vijand een gesprek aan te knopen, onder het motto dat de diplomatie te allen tijde en zonder voorbehoud doorgang moet vinden. De huidige praktijk is helaas anders.

Een directe dialoog tussen Amerika en Iran is voorlopig uitgesloten op gezag van president George W. Bush. De ijzervreters in Teheran – president Mahmoud Ahmadinejad voorop – zijn daar medeschuldig aan. De oorzaken van deze langjarige vijandschap liggen diep. Het is weinig vruchtbaar daarbij stil te staan. Het gaat er nu om een diplomatieke oplossing te vinden. De Europese Unie, die door de inspanningen van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië heeft laten blijken de noodzaak van gesprekken met Iran in te zien, moet elke gelegenheid benutten om duidelijk te maken dat een militaire confrontatie wat haar betreft een ultimum remedium is: het allerlaatste waaraan wordt gedacht en als het toch gebeurt, dan voorlopig zonder militaire steun van Europa.

President Bush houdt alle opties open, inclusief de militaire. Maar geen land, ook Amerika met zijn problemen in Irak niet, zit te wachten op oorlog met Iran. De economische belangen zijn groot. Rusland en China, beide met vetorecht in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, zijn gebaat bij rust in het land – en dus bij diplomatie. De Russen leveren (conventionele) wapens en civiele nucleaire technologie aan Iran. En voor China is het land na Saoedi-Arabië de belangrijkste olieleverancier. Een ingrijpend sanctieregime zullen ze waarschijnlijk afwijzen omdat dit schadelijk voor hen is. Voor Peking komt er nog bij dat een beslissing over Iran riskante precedentwerking kan hebben. Het zou wel eens van invloed kunnen zijn op het gedrag van Noord-Korea, China’s buurland met nucleaire ambities.

Zbigniew Brzezinski zei het een paar jaar geleden samen met de huidige Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates; James Baker, oud-minister van Buitenlandse Zaken van de VS, herhaalde het onlangs in zijn Irak-advies aan Bush: haal de diplomatieke betrekkingen met Teheran aan. De twee jaar die Bush als president nog heeft te gaan, zijn bepalend voor de vraag of hij die boodschap heeft begrepen. Voorlopig ziet het er somber uit. Europa zou er goed aan doen hieruit consequenties te trekken. Het moet zelf het voortouw met gesprekken nemen, duidelijk maken dat een militair treffen uit den boze is en bovenal: eenheid tonen.