‘Ik wil de nieuwe muziek bevrijden uit het isolement’

Na zijn Chopin-recital geeft Maurizio Pollini zondag in Amsterdam een tweede recital, met veel 20ste eeuwse muziek. In twee stukken speelt de Franse klarinettist Alain Damiens mee.

Maurizio Pollin, in 2002 tijdens een recital in New York (Foto AP) ADVANCE FOR MONDAY MAY 28--Pianist Maurizio Pollini performs at Carnegie Hall in New York Monday evening, March 19, 2001. Over two concert seasons, Pollini took listeners on a survey of about 1,000 years of Western music, from ancient chants that once accompanied Greek tragedies, to electronic sounds (AP Photo/Robert Mecea) Associated Press

Vrijheid, oprechtheid, magie. Dat zijn de sleutelwoorden waarmee Maurizio Pollini (Milaan, 1942), de aristocraat en intellectueel onder de wereldberoemde pianisten, met doorrookte baritonstem zijn levenslange zoektocht naar de ultieme uitvoering van zowel de klassieke meesters als de moderne componisten tracht te omschrijven. Maar eigenlijk houdt hij er niet zo van om over muziek te praten: „Het is beter om muziek te spelen, om ernaar te luisteren. Woorden zijn altijd ontoereikend. Ooit heeft iemand geschreven dat een interview met mij doet denken aan stelen uit een winkeltje.”

Pollini brak door toen hij in 1960 het Chopin Concours in Warschau won. Maar hij besloot al snel zijn muzikale horizon uit te breiden naar heden en verleden. Ook probeerde de ‘linkse’ pianovirtuoos nieuw publiek voor klassieke muziek te genereren. Hij trad op voor arbeiders in de fabriek en nam stelling tegen de oorlog in Vietnam. Onlangs nog verzette hij zich in het openbaar tegen het rechtse bewind van premier Berlusconi.

Ter opluistering van het twintigjarige jubileum van de serie Meesterpianisten viert de Italiaanse maestro deze maand zijn 65ste verjaardag met twee recitals in het Amsterdamse Concertgebouw. Uren werden besteed aan het uitzoeken van de juiste vleugel, waarbij Pollini’s voorkeur uitging naar de vertrouwde klank van één van de twee speciaal voor hem overgevlogen Steinways van de firma Fabbrini uit Milaan. Daarmee koos de klankgevoelige pianist, voor absolute zekerheid.

Vorige week zondag gaf Pollini daarop een schitterend Chopin-recital, voor aanstaande zondag neemt hij genoegen met de nieuwste Steinway van het Concertgebouw. Dit programma zal, naast werken van Liszt, voor een belangrijk deel gewijd zijn aan eigentijdse werken van Boulez, Berg en Stockhausen.

Als één pianist met enthousiasme een lansheeft gebroken voor de muziek van Schönberg, Berg, Webern, Nono, Boulez, Stockhausen, Ligeti, Manzoni, Lachenmann, Sciarrino, Guarneri, Pichner en andere hedendaagse componisten, dan wel Pollini. Maar in zijn speciale concertseries, zoals in Salzburg, Wenen en New York combineert hij moderne, klassieke en romantische werken met motetten van Josquin des Prez of de ‘modernistische’ madrigalen van Marenzio en Monteverdi, die hij graag op klavecimbel begeleidt.

„Het is mijn missie duidelijk te maken dat muziek niet ophoudt bij de grote meesterwerken uit de achttiende en negentiende eeuw. We moeten ook de jonge componisten van nu een kans geven. Die kunnen pas uit hun isolement worden bevrijd, als het grote publiek de eigentijdse muziek heeft leren verstaan en waarderen. Nu ja, eigentijds…’’, lacht Pollini. Ondanks zijn ongenaakbare image maakt hij een beminnelijke en ontspannen indruk. „De eerste werken van Stockhausen, Nono en Boulez ontstonden ruim een halve eeuw geleden. Toch is het publiek nog steeds niet vertrouwd geraakt met hun muziek, terwijl kennis van moderne composities essentieel is om iets te begrijpen van de hedendaagse muzikale zwaartekracht.”

Als zoon van een architect en diens muzikale echtgenote, de zus van een beeldhouwer, heeft Pollini zich er altijd over verbaasd dat het concertleven in dit opzicht zo bedroevend achterblijft bij de visuele kunsten. Terwijl het in de musea heel normaal is om een overzicht te bieden van de Egyptische kunst tot aan Jackson Pollock, komt de muziek uit de tweede helft van de twintigste eeuw op concerten zelden aan bod. Daarmee sterft de klassieke muziek volgens Pollini een langzame dood.

„Juist de mensen die houden van Mozart, Beethoven en Chopin, wil ik het plezier laten ervaren om naar de fascinerende klankwereld van Boulez te luisteren. Bijvoorbeeld in de Dialoque de l’ombre double voor soloklarinet en gemanipuleerde tape. De stap is niet zo groot als hij lijkt. Boulez schreef dat voor Alain Damiens, de klarinettist van zijn Ensemble Intercontemporain. Het is een dialoog tussen de klarinet live en de klarinet op de band, die ook door Damiens is ingespeeld. De zaal is donker en er staan zes speakers op het podium, waarmee de solist dialogen voert. Het stuk heeft een unieke ruimtewerking.

„Samen met Damiens speel ik de briljante Vier Stücke für Klarinette und Klavier van Berg. Daarna de 2 Klavierstücke van Stockhausen, een van de grote genieën uit onze tijd. Stockhausen heeft een buitengewoon gevoel voor de klankmogelijkheden van de piano, net als Liszt. Van hem speel ik de Sonate in b en enkele latere werken: Nuages gris, Unstern, Trauergondel 1 en Richard Wagner-Venezia. Naarmate hij ouder werd, ging Liszt steeds gewaagdere harmonieën schrijven. Zo opende hij de weg naar Schönberg en de muziek van de twintigste eeuw.”

Pollini en Damiens: 18/2 20.15 uur Concertgebouw Amsterdam. Res.: 020- 6718345.