Een journalistieke liefde voor mensen en archieven

Marianne Fredriksson voelde zich meer dan een schrijfster voor vrouwen. Van haar familie-epossen verkocht ze 17 miljoen exemplaren.

„Ik ben nooit een schrijver uitsluitend voor vrouwen geweest, ik schrijf over generaties.” Dat was de overtuiging van de Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson, die gistermiddag in haar woonplaats bij Stockholm onverwacht aan een hartaanval overleed. Fredriksson is 79 jaar geworden. Haar agent zei „dat alles heel snel ging.” Frederiksson overleed voordat de ambulance arriveerde.

Marianne Fredriksson is een veel gelezen Zweedse auteur; haar werk is in meer dan 40 talen vertaald en zo’n 17 miljoen boeken vonden hun weg naar de lezers. Haar doorbraak kwam in 1994 met de roman Anna, Hanna en Johanna. Hierin sluit ze aan bij de Scandinavische traditie van het familie-epos. De roman bestrijkt een familieleven van grootmoeder tot kleindochter, van het eind van de negentiende eeuw tot in de huidige tijd. Voor dit boek deed ze onderzoek in tal van kerkregisters en geschiedenisboeken.

Fredriksson werd in Göteborg geboren als dochter van een scheepsbouwer. Zij trouwde met een zeeman, maar wilde niet in het voetspoor van haar moeder treden en uitsluitend huisvrouw zijn. Ze vond een baan bij de plaatselijke krant, Göteborgs-Tidningen, en bleef haar leven lang geboeid en geïnspireerd door het journalistiek métier. Ze leerde ervan naar mensen te kijken en te luisteren. Ook ontwikkelde ze als journalist een voorliefde voor archieven. Tussen 1974 en 1989 was ze redactiechef bij het Svenska Dagbladet. In 1980 verscheen haar literaire debuut Eva’s boek. Sindsdien groeide haar oeuvre gestaag uit tot ruim twintig titels.

Naast Anna, Hanna en Johanna verwierven romans als Simon (1985), Als vrouwen wijs waren (1993), Volgens Maria Magdalena (1997) en Het raadsel van de liefde (2004) bekendheid. In al deze boeken keert zij terug naar haar obsessie: hoe kan, ondanks het feminisme en ondanks de Zweedse sociaal-democratie, de rol van de vrouw nog altijd zo ondergeschikt zijn? Deze vraag heeft ze ook beantwoord in tal van artikelen, en vooral in Anna, Hanna en Johanna. Fredriksson meende dat het de moeders zijn die hun dochters de positie van afhankelijkheid jegens de man doorgeven. In een interview met deze krant in 1998 zei ze dat dit inzicht haar ‘neerslachtig’ maakte: „In de korte periode van puberteit komen dochters in opstand tegen hun moeders maar, eenmaal volwassen en zelf moeder, raken ze hun opstandigheid kwijt. Er is zoveel gebeurd dankzij het feminisme, maar eigenlijk is er niets veranderd. Vrouwen vallen telkens terug in het oeroude patroon van nederigheid.”

De roem van Marianne Fredriksson is volgens haar uitgeverij De Geus vooral te danken aan de combinatie van bijbelse elementen met de goed gedocumenteerde weergave van de rol van de vrouw in de samenleving. In Nederland zijn 1,5 miljoen exemplaren van haar boeken verkocht.

Fredriksson zat nog vol plannen. Voor haar nieuwe boek belde ze met wetenschappers, journalisten en politici. Het onderwerp van dat boek hield ze nog geheim.