De verbleekte parel van Hamburg

Hamburger SV is de enige club die sinds het ontstaan van de Bundesliga in 1963 onafgebroken in de hoogste Duitse klasse voetbalt. Nu dreigt degradatie. De club van Uwe Seeler verliest aan status. Maar de supporters van de Rothosen zijn opvallend trouw.

Met een plastic beker of een fles vol bier in de hand lopen de supporters van Borussia Dortmund en de Hamburger SV uren voor de wedstrijd rondom de AOL Arena van Hamburg in de vrieskou te schreeuwen over toekomstige triomfen. Velen zijn al stomdronken en vallen ruggelings in de sneeuw. Vlak voordat ze het draaihekje naar hun vak doorgaan, leveren ze hun lege flesje in bij onbestemde mannen die flesjes in een karretje verzamelen. Lallend gaan ze het stadion binnen, op zoek naar spanning, vermaak en saamhorigheid. HSV tegen BVB, twee Traditionsvereine met een immense aanhang. Eeuwige rivaliteit staat hoog in het vaandel.

Aan de noordzijde van het ultramoderne stadion betreden minder luidruchtige supporters het HSV Museum. Vaders met zonen lopen langs foto’s, krantenknipsels, vaantjes, bekers en maquettes van stadions die vanaf de fusie van drie Hamburgse sportclubs in 1887 zijn bespeeld. Geluidsfragmenten waarin veel Tor, Tóóór, Tóóór wordt geschreeuwd, en Uwe! Uwe! Uwe!, twee kreten die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Tor en Uwe Seeler, tussen 1954 en 1970: 137 Bundesligadoelpunten, 200 in Oberliga Nord en 43 in 72 interlands. Der Dicke werd hij genoemd, maar doelpunten maakt hij altijd, zeker voor HSV. Vaak met een kopbal of een Fallrückzieher uit een voorzet van ‘Charlie’ Dörfel. Zo hoor je op deze zaterdagmiddag vaders tegen hun zonen vertellen.

Daar is het stadion Am Rothenbaum, waar Seeler zijn eerste triomfen met de Rothosen vierde. En daar hangt Kevin Keegan, na Seeler de populairste HSV-speler. De Engelsman die tussen 1977 en 1980 in Hamburg speelde en in die tijd tweemaal tot Europees voetballer van het jaar werd gekozen. En het aantekeningenboekje van Ernst Happel, ’s werelds beste trainer die in 1983 met HSV de Europa Cup voor landskampioenen won. Hij werd aangetrokken door Günter Netzer, acht jaar manager van HSV en daarvoor de meest swingende Duitse voetballer aller tijden. Netzer glorieert in de eregalerij van het museum, want hij maakte van HSV een club met internationale uitstraling. Hij haalde Felix Magath, Manfred Kaltz, Horst Hrubesch en Franz Beckenbauer op 36-jarige leeftijd naar Hamburg, en vierde met de succestrainer maar alcoholist Branco Zebec en met Ernst Happel triomfen.

Netzer woont nu in Zürich. Aan de telefoon verklaart hij zijn liefde voor HSV. „Hamburg is een voetbalstad. En in voetbalsteden, zoals bij jullie Rotterdam, gaat de emotie op en neer. Houdt daar maar eens stand, als trainer, manager of voorzitter. Ik heb nog nooit zoveel energie gebruikt als toen ik manager was in Hamburg.” Hij verwijst naar de huidige situatie: na een fantastisch seizoen, derde, staat HSV nu onderaan. Sportmanager Beiersdorfer, voorzitter Hofmann en trainer Doll werden gevierd als helden. HSV was volgens het scenario, tienjarenplan, op weg naar de Europese top. Twee weken geleden werd trainer Thomas Doll ontslagen, staat de positie van Beiersdorfer ter discussie, vertrok dit weekeinde de voorzitter van de raad van toezicht Udo Bulow (75), en werd crisistrainer en ‘harter Hund’ Huub Stevens aangetrokken.

Netzer: „Ik heb Beiersdorfer destijds als voetballer binnengehaald. Hij is intelligent en heeft van HSV een moderne club gemaakt. Spelers trainen en eten nu bij het stadion en niet langer in Ochsenzoll, ver buiten de stad. Supporters uit Hamburg kunnen nu de training volgen. Je kunt vraagtekens zetten bij zijn transferbeleid. Hij heeft spelers als Van Buyten, Barbarez en Boulahrouz te snel laten gaan en er te weinig voor teruggekocht. Ik begrijp dat Doll het elftal niet meer op het juiste spoor kreeg. Dan moet er worden ingegrepen. Doll is een te goed mens. Stevens is een straatvechter. Dat heb ik zaterdag tegen Borussia gezien. Afschuwelijk voetbal, maar hard werken en winnen.”

Doll ging uit van het goede van de mens. Hij is in de DDR geboren en vond als voetballer in 1990 het kapitaal bij HSV en later bij Lazio Roma. Doll is overtuigd boeddhist. „Leven is ook lijden, dat is om te accepteren en ervan te leren”, zei hij in BestLife. „Ik zal mijn medemens nooit in de steek laten omdat hij een fout heeft gemaakt. Wie fouten maakt is niet minder dan een ander.”

Dietmar Beiersdorfer lijkt van dezelfde signatuur: bescheiden en menslievend. Hij zegt: „Stevens laat mensen ook in hun waarde. Maar tegelijk haalt hij de discipline aan. Een uur voor de training aanwezig zijn bijvoorbeeld, minimaal acht uur per dag bij de club zijn, trainen, eten, slapen, praten, meer met je beroep bezig zijn.” Beiersdorfer viert de 3-0 zege van HSV op BVB ingetogen, want zijn positie is in gevaar. „We zijn op de goede weg. We hebben alles geprobeerd. Doll is een voorbeeldige trainer. Stevens is anders, maar ook op zijn manier heeft hij bewezen dat hij spelers kan motiveren. Nu moeten we de pech uitschakelen. Want pech heeft ook te maken met instelling.”

Stevens, ervaren als Bundesligatrainer bij Schalke en Hertha, is de man van het verstand: „Ze zijn te veel bezig met problemen in hun hoofd. Ze denken te veel, maar het gaat om punten. Wie punten wil, moet scoren – en vooral werken.” Vandaar dat de wedstrijd tussen HSV en BVB vooral een strijd was, waarin voetbal geen prioriteit had. De Tsjechische spelmaker David Jarolim en Rafael van der Vaart, de Nederlandse man achter de juist aangeworven, falende spits Ivica Olic, werkten zo hard dat het pijn deed. Jarolim en Van der Vaart, die uit een omstreden strafschop scoorde, hadden een groot aandeel in de overwinning. Het was de eerste thuiszege sinds april 2006.

In het ijskoude stadion is er na de zege op Dortmund hoop. Nog altijd laatste, maar winnen geeft moed. Bijna 58.000 toeschouwers, weer uitverkocht, en een sfeer die tranen in de ogen brengt. Uwe Seeler, tien jaar geleden een paar jaar zonder succes voorzitter, roept in de vip-ruimte met een glas bier in de hand iets over sferen die romantisch stimmen, voorzitter Bernd Hofmann zegt dat er aan geld geen gebrek is. Alleen een huisjournalist durft te roepen dat de Nederlanders Van der Vaart, Nigel de Jong, de Argentijn Sorin en de Belg Kumpany geen richtigen HSV Spieler zijn. „Ze doen hun best, maar voor hun werkgever, niet voor HSV.”

Buiten het stadion wordt intussen gezopen alsof de wereld is gered. Het blijft bij oorverdovend schreeuwen over „Hamburg meine Perle”. Bezopen, maar niemand die de fans van Borussia onheus bejegend. Een bestuurslid van een van de vele supportersclubs van HSV zegt: „In 1977 zijn in ons Volksparkstadion 77 supporters gewond geraakt door rellen bij het kampioensfeest. Ergens in de jaren tachtig is door een HSV-supporter een fan van Werder Bremen vermoord. Die man was rechts-extremistisch. Toen hebben wij gezegd: dat mag nooit meer. Onze supportersclubs zijn elke dag bezig. We kennen elkaar, praten met gemeente, politie en de club, we doen alles om mensen meer te bieden dan alleen voetbal. In Duitsland is er alleen rotzooi in de klassen onder de Bundesliga, in de voormalige DDR. Daar wordt niet gecontroleerd en zijn de stadions ouderwets. Wij vergeten nooit: voetbal is explosief. Wat in Italië gebeurt, kan overal gebeuren.”

Onlangs stak de agressie weer de kop. Supporters zeiden na weer een nederlaag tegen de spelers: „Als jullie volgende week niet winnen, gaan jullie dood.”

In die periode kreeg ook trainer Jupp Heynckes van Mönchengladbach dreigbrieven. Heynckes nam ontslag. Van der Vaart riep de oproerkraaiers tot de orde en vroeg hen om respect. Twee uur na de wedstrijd is het stadion leeg. Buiten zingen stomdronken supporters in de vrieskou over triomf en vrede. Voetbal kan ook vredig stemmen. Ook bij de Hamburger SV van 1887.