De macht van Rusland is nog broos

De Russische president Poetin sprak dit weekeinde harde taal tegen de Verenigde Staten.

Joseph S. Nye betoogt dat Rusland minder sterk is dan Moskou misschien denkt, tenzij het zijn gedrag verandert.

Rusland stuurde een indrukwekkende afvaardiging naar het Wereld Economisch Forum in Davos van dit jaar. Na de ruime vertegenwoordiging onder Jeltsin was het aantal deelnemers uit Rusland sinds Poetin president werd, geleidelijk gedaald. Maar dit jaar stuurden de Russen hun ‘A-team’, en was een goed bezochte zitting gewijd aan „de gespierdere buitenlandse politiek van Rusland”.

Door de hogere energieprijzen genieten veel Russische functionarissen van hun hernieuwde macht. Mij was gevraagd commentaar te leveren op de Amerikaans-Russische betrekkingen tijdens een diner met topfunctionarissen van de overheid en van Gazprom, de reusachtige energiemaatschappij. Ik zei dat Amerika en Europa in de jaren negentig te veel illusies over de democratie in Rusland hadden en dat ze nu een fase van gedesillusioneerdheid doormaakten. Er is bezorgdheid over de toekomst van Rusland: hoe het zijn nieuw verworven macht zal gebruiken en hoe het Westen moet reageren.

Eén opvatting luidt dat de Russische politiek een soort slinger is. Onder Jeltsin was ze te ver doorgeslagen in de richting van de chaos, en nu is ze onder Poetin weer te ver doorgeslagen naar orde en staatscontrole. Ze is niet teruggeslingerd naar het stalinisme; het tsarisme zou misschien een betere historische metafoor zijn. Waarnemers betwijfelen of er ten slotte een nieuw evenwicht zal worden bereikt.

De optimistische kijk is dat het recht op eigendom langzamerhand dieper verankerd is dan in het verleden. En dat de toekomst van Rusland zal afhangen van de snelheid waarmee een middenklasse is te vormen die belang heeft bij een rechtsstaat. Maar niet iedereen is hier zo zeker van. Soms blijven slingers wild heen en weer gaan als er geen wrijving is om ze af te remmen, en soms lopen ze vast. Pessimistische waarnemers voorzien eerder een gestage afname van de vrijheid dan een liberaal evenwicht.

Hoe moeten de westerse landen reageren, gelet op deze onzekerheid over de toekomst van de liberale democratie in Rusland? Deze vraag is vooral moeilijk voor de regering-Bush, die klem zit tussen de vroege steun van de president aan Poetin en Bush’ pro-democratische agenda.

Minister van Buitenlandse Zaken Rice zei in 2005 dat „in deze tijd het wezenlijke karakter van regimes zwaarder telt dan de internationale machtsverdeling”. En senator McCain, een presidentskandidaat, heeft opgeroepen Rusland te verwijderen uit de G8, de groep grootste industrielanden. Maar naast de democratische agenda heeft het Westen ook nog een realistische agenda, gebaseerd op tastbare belangen.

Het Westen heeft de Russische medewerking nodig bij de oplossing van zaken als de verspreiding van kernwapens naar Iran en Noord-Korea, de controle op nucleaire materialen en wapens, de bestrijding van de huidige golf van islamitisch-fundamentalistisch terrorisme, en de productie en zekerstelling van energie. Bovendien beschikt Rusland over begaafde mensen, technologie en hulpbronnen die kunnen helpen bij de aanpak van nieuwe uitdagingen als klimaatverandering of de verspreiding van pandemische ziekten.

Misschien zijn deze twee agenda’s wel niet zo strijdig als op het eerste gezicht lijkt. Als het Westen Rusland de rug zou toekeren, zou een dergelijke isolatie de xenofobische en dirigistische tendensen in de Russische politieke cultuur versterken en de liberale zaak bemoeilijken.

Het is beter te kijken naar de lange termijn en gebruik te maken van ‘zachte aantrekkingskracht’, te werken aan verbreding van de uitwisselingen en contacten met de nieuwe Russische generatie, bij te dragen aan participatie in de Wereldhandelsorganisatie en andere marktgerichte instellingen, en specifieke kritiek op tekortkomingen te leveren in plaats van in het algemeen te mopperen of het land te isoleren. In elk geval zullen de mogelijkheden tot politieke verandering in Rusland merendeels in Rusland blijven liggen en zal de Westerse invloed onvermijdelijk beperkt zijn.

Maar wie pleit voor verbondenheid in plaats van isolatie mag nog wel vriendschappelijke kritiek leveren, en in Davos gaf ik vier redenen waarom Rusland in 2020 geen grootmacht meer zal zijn, tenzij het zijn gedrag en beleid verandert.

Ten eerste verzuimt Rusland zijn economie snel te diversifiëren. Olie is een gemengd genoegen. Dankzij de recordhoogte van de energieprijzen en de grondstofexport werd Rusland in januari 2007 de tiende economie van de wereld. Maar de energieuitvoer bekostigt ongeveer 30 procent van een overheidsbegroting die berust op de voorspelling dat de olieprijs 61 dollar per vat blijft. De Russische industrie-export bestaat voornamelijk uit wapens, waarbij geavanceerde vliegtuigen meer dan de helft van de verkoop beslaan. Dat maakt Rusland kwetsbaar.

Een verwant probleem is dat Rusland geen rechtsstaat is waarin ondernemers worden beschermd en aangemoedigd. Dit zijn precies de mensen die nodig zijn ter bevordering van een levenskrachtige middenklasse – de basis van een stabiele democratische markteconomie. In plaats daarvan woekert de corruptie.

Daarnaast houdt Rusland last van een demografische crisis, als gevolg van de slechte volksgezondheid en ontoereikende investeringen in een sociaal vangnet. De meeste demografen verwachten dat de Russische bevolking de komende decennia beduidend zal krimpen. De sterfte onder volwassen mannen is veel hoger dan in de rest van Europa, en er zit geen verbetering in.

Tot slot: het is begrijpelijk dat een voormalige grootmacht in de verleiding is de kans te grijpen om weer een gespierder buitenlandse politiek te voeren, maar het Russische machtsvertoon op energiegebied schaadt het vertrouwen en ondergraaft de zachte macht van Rusland in andere landen. De Russische buurlanden en West-Europa zijn huiveriger geworden voor afhankelijkheid van Rusland.

De meeste Russische deelnemers aan het diner in Davos leken deze kritiek te negeren, maar interessant was wel dat één belangrijke functionaris toegaf dat de hervormingen misschien sneller zouden gaan als de olieprijs iets zou dalen, en dat een ander erkende dat kritiek welkom zou moeten zijn zolang het wordt geuit in een vriendschappelijke geest. Het feit alleen dat in Davos weer hooggeplaatste Russen verschenen om zich te verdedigen is misschien een bescheiden, maar gezond teken.

Joseph S. Nye is verbonden aan de universiteit van Harvard. Zijn laatste boek is ‘Understanding International Conflicts’.