Breimensen zijn goede mensen

Het breiseizoen is weer aangebroken. Tenminste, dat heb ik besloten, na een wolloos halfjaar. Zoals altijd wanneer ik aan een hobby begin, begon ik groots en meeslepend met breien en kocht ik alle breiboeken, alle kleuren wol, alle naalden, en alle obscure breitijdschriften die ik maar kon vinden, om vervolgens een half vest te produceren en dat bovenop de boekenkast te gooien.

Daar op de boekenkast dreigde mijn nieuwe hobby te verstoffen, de nieuwe hobby waarover ik iedereen verteld had en grootse theorieën had verkondigd – ‘Breien is het nieuwe yoga’, ‘Breien is het nieuwe feng shui’ en ‘Breien brengt vrede in het Midden-Oosten’. Ik schaamde me dat ik het had opgegeven. Maar zo ging het wel vaker met mij en hobby’s.

Vorige week belde ik mijn breilerares. Of ze me nog terug wilde. Dat wilde ze best (breimensen zijn goede mensen). Ze wist zelfs nog met welk project ik bezig was. Dat was jammer, want ik had mijn zinnen alweer gezet op een nieuw oeverloos te breien ding van wol.

De groep leerlingen bleek van samenstelling veranderd toen ik weer op les kwam. De man die zo goed kon kabelen, was weg. Waarschijnlijk was hij professioneel kabelaar geworden. De vrouw die breide aan een teddybeer, was ook weg. Waarschijnlijk was haar beer af. Ik was de enige uit de oude groep, maar dat gaf niet. Dapper ging ik verder met mijn neverending vest.

Ik zat amper vijf minuten in breimodus (‘recht, averecht’ murmelen, met naalden tikken en koekjes eten) of ik merkte alweer wat een heilzaam effect deze bezigheid op mij heeft. Al mijn aardse zorgen vielen van mij af. Tegelijkertijd praatte ik er op los, want breien en praten zijn twee dingen die heel natuurlijk samengaan. Binnen de kortste keren wist ik waar mijn mede-leerlinge vandaan kwam, in welke wereldsteden zij gewoond had, wat ze voor werk deed, en hoeveel euro haar plastic breitas gekost had. Praten met een wildvreemde is nu eenmaal makkelijker als je allebei met een lap wol voor je gezicht zit en je ogen permanent omlaag gericht zijn.

Een vorm van meditatie die samengaat met praten en snoepen; wat wil een mens nog meer? Ja, een vest dat ooit af is, misschien. Maar dat hoefde niet, hield ik mezelf voor. Bij breien, was mijn nieuwe theorie, ging het om de weg, niet om het doel.

    • Aaf Brandt Corstius