Zachte huwelijksgruwelen

Voorstelling: Kentering van een huwelijk van Sándor Márai door Wallis Theaterproducties. Bewerking: Ursul de Geer en Laurens Spoor. Gezien: 8/2 Leidse Schouwburg. Tournee t/m 5/6. Inl.: www.impresariaatwallis.nl.

De liefde, het huwelijk, het drama: dit is de heilige drie-eenheid van het moderne theater. De Hongaarse schrijver Sándor Márai (1900-1989) kan nooit hebben verwacht dat hij met zijn roman Kentering van een huwelijk een van de aangrijpendste toneelstukken schreef. Net als Who’s Afraid of Virginia Woolf? van Edward Albee is Márai’s roman een tragedie over liefde en huwelijk, verlangen en onmacht. De overeenkomsten tussen Woolf en Kentering zijn opmerkelijk: in beide stukken vormt de dood van een kind het omslagpunt. De vorm is echter opmerkelijk verschillend. In Woolf ruziën de echtelieden met veel geschreeuw, in Kentering overheerst de subtiele monoloog.

Bij de première van de toneelbewerking, donderdagavond in de Leidse Schouwburg, ontwikkelde het stuk zich in een reeks verstilde scènes; een wanhopig gevecht over de bestendigheid van de liefde. Huub Stapel (Peter) en Will van Kralingen (Ilonka) zetten sterk in: hij houdt een alleenspraak over een man die eenzaam danst. Zij leest, niet minder eenzaam, een boek. Ze richten zich tot de zaal, alsof daar de getuigen zitten van hun relaas. Ze houden van elkaar, dat is duidelijk, maar ze ze kunnen en willen het niet jegens elkaar bekennen.

In het toneelbeeld van André Joosten overheersen cafétafels als verloren eilanden. Dankzij ingenieuze verschuivingen kan het interieur zelfs veranderen in de Kettingbrug van Boedapest. In de regie van Ursul de Geer, eerder verantwoordelijk voor het onnavolgbare Gloed, vindt tussen de echtelieden een ingehouden, steeds droeviger verwijdering plaats.

De werkelijke aanleiding tot de huwelijksbreuk is niet de ander, niet de jongere vrouw Judit, vertolkt door Saskia Temmink. Aanvankelijk denkt de toeschouwer dat. Maar eigenlijk is dat ook te banaal en te nietszeggend. Het is niet de jonge vrouw die de ander verdrijft, het is de innerlijke eenzaamheid van zowel man als vrouw die harmonie en geluk in de weg staat. Zowel Huub Stapel als Will van Kralingen tonen een verrassend ingetogen, mooi spel. Geen enkele seconde verliezen ze zich in een hard-tegen-hard gespeeld conflict. Van Kralingen blijft hopen. Ze komt zelfs tot het inzicht dat een man altijd een grens trekt, dat hij een vrouw niet toelaat tot zijn hart. Daarin moet een ‘goede vrouw’ berusten, zegt de stem van wanhoop in haar hart.

De moed van zowel de geweldige spelers als de vernuftige bewerkers dwingt bewondering af. De taal munt uit door elegantie. Maar intussen horen we gruwelijke dingen, over het ‘schrikbewind van het huwelijk’, bijvoorbeeld. Enzoverder. Het wonderlijke is dat Kentering van een huwelijk toch hoop biedt. Ondanks de eenzaamheid van de personages raakt de toeschouwer ervan overtuigd dat ze onweerstaanbaar naar elkaar worden toe gezogen. In het lichtontwerp van Uri Rapaport verglijden de gemoedsbewegingen van kil winterlicht naar zachtere tinten.