Van der G. klaagt over media

Volkert van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn, is kwaad op De Telegraaf. De krant bracht hem in verband met de moord op een milieuambtenaar.

Een serie zwart-wit foto’s siert de muur van het kantoor van de Raad voor de Journalistiek in Amsterdam-Zuid. Eén foto is van 6 mei 2002. Pim Fortuyn ligt op de grond, hij is zojuist neergeschoten door Volkert van der G. op het Mediapark in Hilversum. Het beeld is onbedoeld een illustratie bij een zaak die gisteren in dezelfde zaal diende voor de Raad.

Die behandelde een klacht van Van der G. tegen journalist Martijn Koolhoven en zijn krant De Telegraaf. Op 7 juli 2006 verscheen een artikel met de kop ‘Bewijs tegen Van der G. steeds concreter’ in de ochtendkrant en een soortgelijk artikel op de site. Koolhoven legt daarin een verband tussen Volkert van der G. en de moord op de 43-jarige milieuambtenaar Chris van der Werken in 1996. Dat gebeurde overigens al eerder in andere publicaties. In 2004 was het voor Van der G. ook al aanleiding om bij de Raad te klagen. Die gaf hem destijds gelijk in een procedure tegen het EO-programma 2Vandaag. De suggestie dat Van der G. iets te maken had met de moord op Van der Werken werd niet feitelijk onderbouwd geacht. Bovendien was Van der G. ten onrechte niet om wederhoor gevraagd, aldus de raad in 2004.

In de procedure van gisteren ging het om een verhaal in De Telegraaf dat was gebaseerd op een geheim rapport van de de Nationale Recherche. Het rapport is een samenvatting van de bevindingen van het opsporingsonderzoek naar de moord op Van der Werken. De Telegraaf plaatste het gelekte rapport op internet. Van der G. vindt opnieuw dat ten onrechte de indruk is gewekt dat hij betrokken is bij de moord op de milieuambtenaar. Verder stelt Van der G. dat de krant niet, op de wijze zoals is gebeurd, gebruik had mogen maken van het niet voor publicatie bestemde rapport.

„Een schot hagel”, noemde de advocaat van De Telegraaf de klachten van Van der G. gisteren. „Hij vuurt zoveel klachten af in de hoop dat er tenminste één doel treft. Net als bij de moord op Fortuyn.”

De advocaat stelde dat het bericht „tendentieus en misleidend” is. „Er blijkt geen direct verband uit tussen mijn cliënt en de de moord op Van der Werken”, aldus de raadsman van Van der G. Hij zei ook dat het om een oud document uit 2003 gaat, waarvan de Telegraaf ten onrechte doet alsof het nieuwe feiten bevat.

Volgens Koolhoven van De Telegraaf is alleen al het bestaan van een onderzoek van de Nationale Recherche naar de relatie tussen Van der G. en Van der Werken „groot nieuws”. Het rapport zou hem zijn toegespeeld door een gefrustreerde bron bij de Nationale Recherche. Op het verwijt dat er geen wederhoor zou zijn toegepast doet Koolhoven lacherig. Van der G. zelf is niet telefonisch bereikbaar. Koolhoven zegt wel gebeld te hebben met de toenmalige advocaat van Van der G., Britta Böhler. Maar de relatie met dat kantoor was volgens hem zo slecht dat men hem niet te woord wilde staan. De Raad doet over vier tot zes weken uitspraak.

artikel Telegraaf via www.nrc.nl/binnenland. Eerdere uitspraak: www.rvdj.nl/2004/45

    • Jan Benjamin