Tuurlijk zijn Russen welkom in ‘Kitz’

„Alle gasten zijn welkom”, zei de Landeshauptmann van Tirol vorige week met een allervriendelijkste glimlach. Een Russenquotum is wel „de slechtste manier om reclame te maken voor Oostenrijk als toeristenland”, had de liberale krant Der Standard eerder al geschreven. En ook de minister van Toerisme maande iedereen dat „juist in het toerisme nooit de indruk mag worden gewekt van racisme of xenofobie”. Met welkomstdrankjes, bescheiden buiginkjes en een uitgebreid charmeoffensief proberen herbergiers, skileraren en politiek een ramp voor het wintertoerisme onder controle te krijgen.

Het tumult bewees dat ook in sneeuwarme winters gemakkelijk een lawine kan worden veroorzaakt. Boosdoener was de chef van de lokale vereniging van hoteleigenaars. Zij had zich op de radio laten ontvallen dat Kitzbühel geen Russenbolwerk moet worden. Tien procent Russen oké, maar meer niet!

Een paar dagen later wijdde de Russische televisie er een praatprogramma aan. Zijn we nog welkom in Oostenrijk, vroegen de deelnemers zich af. Tirol schrok zich dood en liet weten dat sprake was van een „misverstand”, van „kletspraat”. Want natuurlijk was iedere gast in ‘Kitz’ altijd welkom.

Dat hotelhouders intussen zorgvuldig letten op de nationaliteit van hun gasten, weet in Oostenrijk iedereen. En ook dat dit eigenlijk niet mag. Zeker is, aldus iemand uit de toeristenbranche in Karinthië, dat het „contraproductief” werkt om „openlijk over quota” te spreken. Je kunt zoiets hooguit „intern plannen”.

Met racisme heeft dat niets te maken. Juist het conservatieve Tirol wordt wel eens een schaamteloze genegenheid voor buitenlandse toeristen verweten. En Russische gasten waren, zeker toen ze voor het eerst kwamen, juist heel geliefd. Al was het maar wegens hun orthodoxe kalender, waarin het kerstfeest juist valt in het gevreesde ‘januarigat’, als de Duitsers zijn vertrokken en de krokusvakantie nog moet komen. Zeker juweliers en houders van chique boetieks hebben algemeen warme gevoelens voor de Russische gasten. Gemiddeld besteden ze per aankoop 503 euro – Amerikanen 390 euro Japanners een schamele 285 euro.

„Men is niet bang dat de Russen komen”, zegt Maria Seiber, toerismewoordvoerder van de Groenen in Tirol, „maar dat de Duitsers wegblijven”. De rijke Russen zouden zomaar ineens een nieuwe bestemming kunnen kiezen. Maar de jetset uit München zal ook in de toekomst wel blijven komen.

Onduidelijk is of de Duitsers echt iets te klagen hebben over de Russische medegasten, of dat ze domweg hun vooroordelen de vrije loop laten. Berichten over wodka-gelagen, over ligstoeldiefstal en taiga-tafelmanieren zijn er wel, maar meestal van horen zeggen. Feit is dat van alle wintertoeristen in Oostenrijk niet meer dan een half procent uit Rusland komt. In ‘Kizbjuelj’, zoals Kitzbühel op Russische websites heet, is dat 2 procent. Daarentegen komt 41 procent van de vakantiegangers uit Duitsland – dat is zelfs nog meer dan uit Oostenrijk zelf.

Sommigen vragen zich af of Kitzbühel zich niet vooral zorgen maakt over de huizenmarkt. Na Garmisch is nu Kitzbühel – een 9.000 inwoners tellend stadje dat het zich kan permitteren om sneeuw per helikopter te laten aanrukken van de Großgockner als de weergoden het laten afweten – in het vizier gekomen van Moskouse miljonairs. Een handvol lokale zakenlieden koopt land op en verkoopt het aan rijke buitenlanders. Elena Batoena, een van de rijkste vrouwen van Rusland en echtgenote van de Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov, heeft al een immense villa gekocht en zou ook haar oog hebben laten vallen op de golfbaan. Met een grondprijs van 10.000 euro per vierkante meter is het volgens Maria Seiber allang zo dat „de Duitsers aan de zonkant leven en de Oostenrijkers zelf aan de schaduwkant”. De tijd is voorbij, zegt ze, dat het toerisme „welvaart bracht voor iedereen”.

    • Norbert Mappes-Niediek