Trousers

Onderwijs is hot. Het Zaterdags Bijvoegsel van afgelopen weekend pakte uitgebreid uit onder de titel ‘Het nieuwe leren in de praktijk’, met midden op de pagina in reusachtige letters de raadselachtige uitroep ‘Kijk maar, een broek heeft twee pijpen’. Wat had dit nou te maken met het nieuwe leren?

Brandend van nieuwsgierigheid wierp ik mij op de pagina, die ons een kijkje beloofde in de keuken van het competentiegerichte onderwijs. Welkom, zo’n kijkje, want over deze didactische benadering wordt altijd in algemene zin gesproken en daar word je in de regel niet veel wijzer van. Ik vond het dan ook een verademing dit principe te zien toegelicht aan de hand van een levensecht voorbeeld. Door niet zomaar de eerste de beste, maar door Ankie Verlaan, lid van het College van Bestuur van de Hogeschool en de Universiteit van Amsterdam. Voordien was zij bestuurder van het ROC Amsterdam, een onderwijsinstelling met duizenden leerlingen die voornamelijk middelbaar beroepsonderwijs volgen. Deze autoriteit legde de lezers van deze krant het principe van competentiegericht onderwijs haarfijn uit aan de hand van een voorbeeld uit de tijd dat ze Engelse les gaf aan leerlingen op een streekschool. Zij vertelde de leerlingen dat het Engelse woord voor broek trousers is. Ankie: “Ze staarden me glazig aan. ‘Waarom is het niet ‘trouser’, zei iemand. ‘Het is toch ook enkelvoud in het Nederlands: broek.’ Ik ben toen naar het kledingmuseum met ze gegaan. Om te laten zien wat broeken zijn en hoe ze vroeger gemaakt werden. En dat zo’n broek uit twee pijpen bestond, meervoud dus. Daarna gingen ze heel enthousiast aan het werk.” Die praktijkgerichte aanpak, dat is competentiegericht leren. (…) Waar het misgaat, op heel veel opleidingen, is bij de invoering. En dan vooral bij de docenten, zegt Verlaan. Want niet alleen leerlingen moeten worden begeleid bij de omschakeling naar competentiegericht leren, maar ook de docenten. Verlaan: “Maar daar is vaak geen tijd voor.” Tot zo ver het verslag in deze krant.

Vaak heb ik kritiek geuit op het alleenzaligmakend verklaren van het competentiegerichte onderwijs maar dankzij Verlaan, competentiegericht docent avant la lettre, weet ik inmiddels beter. Vroeger, in het pre-competentiegerichte onderwijstijdperk, waren leraren saaie, fantasieloze sullen. Afgezien van de eenzame zwaluw-Van der Laan, maar die kon in haar eentje de lente niet brengen. Dus die leraren moet geleerd worden hoe ze dat moeten aanpakken. Als je als leraar Nederlands de uitdrukking ‘nou breekt mijn klomp’ wil uitleggen ga je met de klas op excursie naar Volendam. Vervolgens gaan de leerlingen heel enthousiast aan het werk. Zo simpel is het.

Nog even Verlaan aan het woord: “Zo worden heel veel vernieuwingen in het onderwijs bij de scholen ‘over de schutting geflikkerd’ met de mededeling ‘zoek het verder maar uit’. Terwijl implementatie van een idee belangrijker is dan het bedenken ervan.”

Weet u wat ik nou zo verschrikkelijk vind? Dat een bestuurder die warm voorstander zegt te zijn van competentiegericht onderwijs, en de gelegenheid krijgt om voor een breed en geïnteresseerd publiek uit de doeken te doen wat dat nou precies inhoudt en waarom dat in haar ogen wenselijk is, niet verder komt dan een volstrekt nietszeggend voorbeeld. En vervolgens, klaarblijkelijk bij gebrek aan inhoud, vervalt in platvloerse stoerdoenerij van het kaliber over de schutting geflikkerd. Om in jouw taal te spreken, Ankie: daar zakken mijn trousers van af.

lgm.prick@worldonline.nl