Samen werken, samen leven, samen betalen?

Drie alumni van de Vrije Universiteit hebben mij mooi in m’n hemd gezet. In deze column van 16 december noemde ik de kans op vorming van een meerderheidskabinet ‘miniem’. En zie: CDA, PvdA en ChristenUnie hebben elkaar toch gevonden.

Vooral onderhandelaar Bos heeft veel uit te leggen. Het regeerakkoord met als motto Samen werken, samen leven leert dat hij – uiteindelijk met volle instemming van zijn fractie – de afgelopen weken voor de christen-democraten door het stof is gekropen. Dit blijkt misschien wel het duidelijkst uit de afspraken die partijen met elkaar hebben gemaakt over belastingen en sociale premies.

Anderhalf jaar geleden voerde de PvdA heftig oppositie tegen de nieuwe zorgverzekering. Daarvoor betaalt iedereen sinds 2006 een inkomensafhankelijke premie aan de fiscus, en daarnaast een premie van ongeveer 1.000 euro aan de eigen zorgverzekeraar. De PvdA vond die nominale premie veel te hoog en trok in het verkiezingsprogramma 4 miljard euro uit om haar te verlagen. Van dit voornemen is niets in het regeerakkoord terug te vinden.

Weliswaar vervalt straks de bestaande premiekorting van 255 euro (no-claim) voor mensen zonder ziektekosten, een andere PvdA-wens, maar daar komt een eigen risico van 150 euro voor in de plaats. Dat is lood om oud ijzer.

Voortaan draaien verzekerden zelf op voor de eerste 150 euro van hun uitgaven bij ziekte, uitgezonderd gehandicapten en chronisch zieken. Maar zij verliezen – net als alle belastingplichtigen – wel hun belastingaftrek voor buitengewone uitgaven bij ziekte. In plaats daarvan kunnen zij in de toekomst een beroep doen op gemeentelijke voorzieningen. Per saldo bezuinigt het nieuwe kabinet zo 400 miljoen euro.

Het PvdA-programma bevatte verder diverse lastenverzwaringen voor de land- en tuinbouw. De tariefkorting voor de energie verslindende tuinbouw zou vervallen, er zou een heffing op bestrijdingsmiddelen komen en winst die boeren maken bij verkoop van hun grond zou voortaan worden belast.

Het CDA wist al deze aanslagen op zijn traditionele achterban met succes af te weren. Ook de door de PvdA gewenste hogere bijtelling voor privérijden door mensen met een lease-auto sneuvelde alras.

Het afgelopen najaar keerden de sociaal-democraten zich tegen voorstellen van het toen al demissionaire kabinet om de winstbelasting voor vennootschappen te verlagen. Zij wilden het tarief met ingang van 2008 weer verhogen. Verder zou het net ingevoerde zeer lage tarief voor financieringsmaatschappijen komen te vervallen. Meeropbrengst van beide maatregelen voor de schatkist: 1,7 miljard euro. Ook van deze plannen is geen spoor in het regeerakkoord terug te vinden.

Wel boekte de PvdA een bescheiden succesje bij de korting die economisch actieven op de verschuldigde inkomstenbelasting krijgen.

Deze arbeidskorting van 1.392 euro per jaar gaat omhoog en wordt voor een stukje inkomensafhankelijk. Werkenden met een laag inkomen gaan er meer van profiteren. Tevens wisten de sociaal-democraten de door het CDA voorgestelde btw-verhoging voor boeken tegen te houden. Maar daarmee was de koek op.

De media staarden zich blind op hypotheekrenteaftrek en ouderenheffing. PvdA en CU wensten de renteaftrek enigszins te beperken voor mensen die meer dan 55.000 euro per jaar verdienen, en dan nog alleen voor nieuwe gevallen.

Voor het CDA was deze maatregel absoluut onbespreekbaar. Het regeerakkoord stipuleert dat ambtenaren de komende jaren zelfs niet mogen studeren op mogelijkheden om de fiscale behandeling van de eigen woning na 2011 aan te passen.

Op nog een ander punt beten sociaal-democraten en de ChristenUnie in het zand. Het kabinet-Balkenende IV maakt een begin met de afbraak van de kostwinnersvergoeding in de inkomstenbelasting.

Momenteel ontvangt de niet-verdienende partner in een huishouden van de fiscus een ‘aanrechtsubsidie’ van 2.043 euro per jaar. Over vier jaar is deze tegemoetkoming in jaarlijkse stapjes teruggebracht tot 1.635 euro. De lastenverzwaring met 409 euro voor traditionele gezinnen komt merkwaardig genoeg uit de koker van het gezinsvriendelijke CDA. Zij geldt overigens uitsluitend voor partners die zijn geboren na 1972 en die geen jonge kinderen verzorgen.

Ogenschijnlijk kregen PvdA en CU voor hun concessies iets terug. Mensen die in 2011 en later 65 jaar worden, gaan een ouderenheffing betalen wanneer zij naast hun AOW-uitkering meer dan 18.000 euro aan andere inkomsten genieten. Deze heffing is alleen verschuldigd tot aan 31.122 euro, dat is het einde van de tweede tariefschijf. Een alleenstaande oudere zal daarom praktisch niets betalen. Want zijn AOW-uitkering van 12.300 euro plus de vrijstelling van 18.000 euro vullen de eerste twee tariefschijven bijna volledig op. Anders is dit bij gehuwde ouderen die ieder hun eigen AOW-uitkering van 8.470 euro per jaar ontvangen. In het uiterste geval gaan zij echter in 2011 slechts 30 euro per jaar betalen. Pas over tientallen jaren draagt de ouderenheffing iets bij aan het houdbaar maken van de overheidsfinanciën, als de heffing tenminste technisch uitvoerbaar is. Het Centraal Planbureau betwijfelt dat.

Onbetwistbaar treedt het CDA als glorieuze winnaar uit het fiscaal sociale strijdperk. De PvdA moet zich vooral troosten met de afgesproken hogere overheidsuitgaven voor bijvoorbeeld de sociale zekerheid en beperkte huurstijgingen voor de komende kabinetsperiode. Die zal vermoedelijk geen vier jaar duren. Maar misschien vergis ik mij opnieuw ...