Overlevingskunst

PIJNLIJK EERLIJK: BangBang Foto Johannes van Assem foto Johannes van Assem den Haag, het crossing boarder festival 15-11-2006 kubus en bang bang Assem, Johannes van

Kubus & BangBang:Learning Curve(Top Notch)

Zelf noemt de half-Ierse en half-Jamaicaanse BangBang uit Zuid-Oost Londen zijn rapstijl city speak. „Het is mijn manier om mijn persoonlijkheid te laten zien. Ik ben niet iemand die óver beats rapt; ik rap er dwars doorheen. Ik voel me ook geen artiest. In mijn gemeenschap is dit een manier om onszelf te ontspannen. Het is net als naar de wc gaan; het moet er gewoon uit.” Vaak uit zich dat in een ratelende woordenstroom, soms in spoken word of zang, maar altijd vol energie, ongepolijst, rauw en pijnlijk eerlijk.

BangBang groeide op in een wijk vol straatgevechten, pitbulls, armoede en racisme en was hevig drugsverslaafd. Hij ziet zijn city speak als uitlaatklep voor het geweld, de drugs en de vernederingen die hij in zijn leven heeft meegemaakt. ‘Writing and rhyming are teaching me there is some safety in the world, for when I’m focused on the discipline and the beauty that spills from within me, I stop watching for danger’, vertelt de in Amsterdam woonachtige rapper op het openingsnummer van het album Learning Curve dat hij samen met producer Kubus uit Zwolle opnam.

De van top tot teen getatoeëerde BangBang werd neergestoken door zijn eigen moeder, vocht met agenten, belandde nadat hij in zijn longen werd gestoken met een haperend hart in het ziekenhuis en lurkte vroeger gretig aan de crackpijp. Zijn beklemmende, vaak poëtische stadsverhalen zijn die van een onverwoestbaar optimistische overlevingskunstenaar die geen posters in zijn huis ophangt omdat hij zich zigeuner voelt. In zijn ratelende raps geeft hij de trotse straatvechter die hij was net zoveel ruimte als de artiest die zich aan dat verleden heeft ontworsteld en in een prachtig, dromerig nummer rapt hij dat elk verhaal dat het vertellen waard is, begint met zijn geliefde: de vrouw die hem hielp zijn agressiviteit en drugsverslaving te overwinnen.

Muziek is van levensbelang voor BangBang. Die urgentie klinkt ook terug in de rauwe, beukende soundtrack die Kubus aan de stadsverhalen meegeeft. Van harde, stuiterende synthesizergeluiden en zwaar echoënde bastonen tot vervormde drum-n-bass en ontspannen, dromerige melodieën. Vaak is er niet meer nodig dan een vrij kale beat en een simpel geluidje, soms ontaardt het in een bombastische synthesizerchaos. Met dreunende bassen, schelle technogeluiden en compromisloze, in plat Engels gerapte teksten is dit volstrekt eigenzinnige hiphop, met het vette geluid van goede dancemuziek, het poëtische van spoken word en de energie van punk. ‘You ain’t like me, you like you!’

Saul van Stapele