Naschrift

In de wetenschap telt de positieve proef: Als er geen concrete aanwijzingen te vinden zijn voor het bestaan van de verschrikkelijke sneeuwman of het monster van Loch Ness, is de wetenschappelijke conclusie dat die (zeer waarschijnlijk) niet bestaan. Om dat af te doen als een `ik denk dat` argument, of als een alternatieve vorm van geloof (het-niet-in-het -monster-geloven geloof) lijkt mij niet logisch. Wie in God gelooft zou een poging kunnen doen om daarvoor argumenten aan te voeren, i.p.v. te eisen van atheïsten dat die uitsluiten dat God bestaat. Uitsluiten is veel gevraagd in de wetenschap. We kunnen ook niet uitsluiten dat er een minuscuul maar almachtig theepotje om de aarde cirkelt dat ons bestiert. Dat is alleen onwaarschijnlijk en niemand zal accepteren dat theepot-gelovigen vrouwen of homoseksuelen discrimineren vanwege de instructies van dat theepotje.

Dat moderne christenen niet veel op hebben met de God van het Oude Testament is mij bekend. Dat is geen reden om te ontkennen, zoals inzender Noomen doet, dat die onsympathieke God wraakzuchtige trekken heeft en dat religie, historisch gezien, niet synoniem is met liefde voor alle medemensen, inclusief die verdoemde tegenstanders die de verkeerde God aanbidden. Dat ik die feiten ophaal, heeft dan ook niets te maken met minachting voor fatsoenlijke christenen.