Naar flexibele dopingstraffen

De wereldantidopingcode wordt herzien. Sporters kunnen vanaf 1 januari 2008 op een rechtvaardiger behandeling rekenen. Belangrijkste verandering: de straffen worden flexibel.

De wereldantidopingcode werkt. Dat is gebleken sinds de invoering bij de Olympische Spelen in Athene (2004). Maar na bijna drie jaar praktijkervaring is er behoefte aan herziening. En dat gaat gebeuren, want het wereldantidopingbureau WADA zit midden in een proces dat per 1 januari 2008 moet leiden tot verbetering van de code. De belangrijkste voorgestelde wijziging: de standaardstraf van twee jaar wordt vervangen door een systeem van flexibel schorsen.

WADA gaf vorig jaar vanaf 15 april tot en met 15 juli alle partijen die met de code werken – sportbonden, regeringen en antidopingorganisaties – gelegenheid met kritische opmerkingen te komen. Op de voorgedragen wijzigingen kan in de periode van 15 januari tot 1 april van dit jaar worden gereageerd, waarna in juni en juli voor de laatste keer op de voorgestelde veranderingen mag worden ‘geschoten’. Al die inspraakronden moeten leiden tot een definitieve, verbeterde versie van de wereldantidopingcode die dan op de dopingconferentie van WADA, van 15 tot en met 17 november in Madrid, moet worden vastgesteld.

Nederland speelt een actieve rol en heeft tal van wijzigingsvoorstellen ingediend. De Dopingautoriteit Nederland leidt dat proces, mede namens sportkoepel NOC*NSF en het ministerie van Sport (VWS). In een poging de Europese krachten te bundelen, houdt de Dopingautoriteit in samenwerking met de Raad van Europa komende maandag en dinsdag in de Arena in Amsterdam een conferentie over herziening van de code. De uitkomst moet een gezamenlijk Europees standpunt zijn; dat vergroot de kans de code op de gewenste onderdelen gewijzigd te krijgen en is van belang om tegenwicht te bieden aan de Noord-Amerikanen. Canada en vooral de Verenigde Staten zijn invloedrijk binnen WADA, maar delen niet alle standpunten van Europese landen. Een voorbeeld: in Europa wordt aangedrongen om cannabis van de dopinglijst te halen, wat in Noord-Amerika onbespreekbaar is. Sterker, WADA-voorzitter Dick Pound erkent dat cannabis verboden blijft om de Verenigde Staten, het machtigste sportland en grootste geldschieter van WADA, binnenboord te houden.

Afgezien van de politieke complicaties hoopt de Dopingautoriteit gedaan te krijgen dat er in de vernieuwde code meer aandacht wordt geschonken aan educatie en voorlichting. „Dat is een onderbelicht aspect. De code is nu erg gericht op de ‘harde kanten’, zoals controles, procedures en laboratoriums”, zegt directeur Herman Ram die vindt dat de Nederlandse aandacht voor preventie tot resultaat heeft geleid.

Wat de strafmaat betreft, heeft Ram begrip voor de algemene schorsing van twee jaar die nu geldt, maar vindt hij het tijd worden die „tamelijke rigoureuze straf” te vervangen door een systeem van flexibele sancties. „In de praktijk blijkt dat er te weinig rekening kan worden gehouden met verzachtende omstandigheden voor een sporter. De sancties zijn ook niet in overeenstemming met een correcte rechtsgang en zelfs niet met de mensenrechten.”

De differentiatie van straffen komt er, omdat die wens breed wordt gedragen. Op de paragraaf ‘sancties’ van de code zijn veruit de meeste commentaren gekomen. En ook binnen WADA bestaat een sterke behoefte om de strafmaat te wijzigen, al is het maar om een eind te maken aan de gespannen verhouding met sportbonden van voetballen, wielrennen en tennis, die te maken hebben met grootverdieners en zich uit vrees voor beroepsprocedures en claims vanaf het begin hebben verzet tegen de standaardstraf van twee jaar.

Twee andere onderwerpen die in de vernieuwde code vrijwel zeker aangepast worden, zijn de medische attesten en zogenoemde whereabouts, de verplichting van topsporters hun verblijfplaats op te geven om dopingcontroles buiten wedstrijden (out-of-competition-controles) mogelijk te maken.

Ten aanzien van de medische attesten zou Ram graag zien dat er één loket komt. Nu moet de Dopingautoriteit zaken doen met nationale sporters en de internationale federaties met internationale sporters. Maar het is niet duidelijk waar die grens ligt. Ram: „Bovendien is de normering niet gelijk. Waar wij astmatische middelen en ontstekingsremmers administratief afdoen, zijn er sportbonden die daar moeilijker over doen.”

Bij de out-of-competition-controles zou het de sporters volgens Ram gemakkelijker moeten worden gemaakt om hun verblijfplaats te melden. Maar zolang het centrale systeem dat WADA daarvoor heeft ontwikkeld nog niet operationeel is, blijft de ergernis bestaan dat het systeem in het Westen beter is geregeld dan in de minder ontwikkelde landen. Met als gevolg dat bijvoorbeeld de Britse wereldkampioene op de marathon Paula Radcliffe vaker een controleur op de stoep heeft staan dan haar voornamelijk Afrikaanse concurrenten.