Midas Dekkers voor het laatst als Vroege Vogel

Zondag leest Midas Dekkers zijn laatste stukje voor in het radioprogramma Vroege Vogels. „Een column is net een tompouce”, vertelt hij aan Maartje de Gruyter

EEN PESSIMIST DIE AL SCHRIJVEND PROBEERT TE OVERLEVEN: Midas Dekkers Foto Hollandse Hoogte Nederland , Weesp , 30-11-2006 Portret van bioloog en schrijver Midas Dekkers in zijn bibliotheekkamer Foto ; Pim Ras / HollandseHoogte Hollandse Hoogte

Midas Dekkers neemt deze zondag afscheid van het populaire radioprogramma van de Vara over de natuur Vroege Vogels, na een vrijwel ononderbroken serie van 1250 wekelijkse radiocolumns. Het programma komt deze keer niet vanuit het Capitool in ’s-Graveland, maar vanuit Midas Dekkers’ eigen woonkamer in Weesp. Om het afscheid extra luister bij te zetten is een aantal collega columnisten van Midas te gast zoals Maarten ’t Hart, Koos van Zomeren, Marjoleine de Vos, Cisca Dresselhuys, Tijs Goldschmidt en Wouter Klootwijk.

Dekkers columns over dier, mens en de natuur in den brede waren een geliefd onderdeel van het programma.

Maar in de 27 jaar dat de bioloog zijn columns schreef, was hij de wanhoop soms nabij als de deadline dreigde. Waar moest het deze week in godsnaam weer over gaan? De vloer in de bibliotheek annex werkkamer van Midas Dekkers (1946) is extra gelakt om slijtage tijdens het ijsberen tegen te gaan. „Stukjes schrijven lijkt op doodgaan. Iets waar je lichaam je leven lang mee bezig is. Cellen sterven dagelijks af en je huid laat voortdurend schilfers los. Iedere column van mij is zo’n soort huidschilfer. Het is een gedachte die wegwaait. Tegen de tijd dat ik mijn laatste adem uitblaas, is 99 procent van mijn gedachten wel keurig gebundeld.”

Net als in zijn columns doceert Midas Dekkers tijdens een gesprek graag hoe het leven er uit ziet, aan de hand van biologische feiten. Niet belerend en met de nodige kwinkslagen, altijd vol ernst. Want het leven is geen lolletje op deze chaotische aardkloot vol idioten. Maar zijn huis ademt rust. Klassiek behang en een vitrinekast vol keurig geëtaleerde skeletjes bieden een gunstige omgeving voor het schrijven van zijn cursiefjes.

Hoe is het gelukt jezelf en je toehoorders 27 jaar te boeien?

„Er gebeurt zo verschrikkelijk veel in de wereld. Alleen de meeste mensen zien het niet op tijd. De kunst van de columnist is niet om meer indrukken op te doen, maar om ze te vangen. Als ik wist hoe ik dat precies doe, had ik nog plezieriger geschreven de afgelopen 27 jaar. Na het schrijven van mijn eerste column was ik er van overtuigd dat het me niet nog eens zou lukken. Ik verheug me op het moment dat ik nummer 1251 niet hoef te schrijven.”

Toch ben je na die eerste keer doorgegaan, vanaf wanneer geloofde je dat het goed zou komen?

„Mijn idee was aanvankelijk dat columns vrolijk moesten zijn, de mensen willen lachen, dacht ik. Maar mijn zevende column was anders, die was droevig. Die ging over een circusolifant die dood moest. En telkens als ze dat beest probeerden dood te schieten, lukte het niet. Ik ontdekte dat het stukje meer nodig had dan vrolijkheid. Een column moet meerdere lagen hebben.”

Hoe krijg je die gelaagdheid er in?

„Ik heb een heel pessimistisch wereldbeeld. Iedereen die goed uit zijn ogen kijkt, kan zien dat de wereld steeds slechter en lelijker wordt. Alleen als ik met mijn sombere beeld de deuren zou langsgaan, zouden ze de deur voor mijn neus dicht gooien. En ik zou zelf misselijk worden van mijn eigen boodschap. Met die columns kan ik grapjes maken over de afschuwelijke werkelijkheid. Dus in eerste plaats probeer ik al schrijvend zelf te overleven in een wereld die van geen kant deugt. Misschien helpt dat anderen ook.”

Wat wil je bereiken met je columns?

„Ik wil dat de mensen nadenken over wat ze doen. Als ik uit het raam kijk, vraag ik me voortdurend af wat de mensen nou toch weer aan het doen zijn. Staan ze bijvoorbeeld te hengelen, weerzinwekkend, zo’n vis laten bungelen aan een haak. Die dieren raken schubben kwijt en lopen schimmelinfecties op. Je zou denken dat die hengelaars vuile vieze sadistische neonazi’s zijn. Maar meestal is het een lieve man die niets te doen heeft en zijn eigen hond zoiets nooit zou aandoen. Dus hij denkt niet na. Daarom schrijf ik er een stukje over en vertel erover op de radio.”

En, helpt dat?

„Ik hoop dat zo’n man mijn verhaal hoort en gaat nadenken. Als hij vervolgens besluit dat hij zijn plezier belangrijker vindt dan het welzijn van die vis, nou mijn zegen heeft hij. Dan heeft hij er tenminste over nagedacht en legt hij verantwoording af. Daarna is het mijn zaak niet meer.”

Maar jouw commentaar beperkt zich niet tot de tureluur.

„Die biologie is niet het doel, alleen maar het middel. Ik kijk naar de hele maatschappij. Als bioloog wil je weten wat er in de kop van beesten omgaat. Maar het leuke van beesten is dat ze niet praten. Dan zit er maar een ding op en dat is kijken, kijken, kijken. Wat doen ze? Wat kan ik opmaken uit hun gedrag? Zo bekijk ik mensen ook. Mensen kunnen wel praten, maar gebruiken taal in de eerste plaats om te liegen, om zich beter voor te doen dan ze zijn. Als je even niet luistert naar hun gezwets, en vergelijkt wat je ze ziet doen met wat ze zeggen dat ze doen, dan heb je een column.”

Hoe gaat het schrijven van je column er aan toe?

„De dag voor de deadline begin ik onrustig te worden. Eerst moet ik veel nadenken en heen en weer lopen. De eerste zin moet ik zo opschrijven dat mensen de tweede ook willen horen. Als dat vijf zinnen lukt, hebben de luisteraars een investering gedaan waar ze profijt van willen hebben dus luisteren ze het hele zaakje wel af. Dan moet ik alleen nog zorgen voor een goede uitsmijter. Eigenlijk is het is net een tompouce: de boven- en onderlaag moeten er fantastisch uitzien, daartussen zit gewoon een klodder met hier en daar iets lekkers om in te bijten. Pas als ik achter die tikmachine ga zitten gebeurt het grote wonder.”

Je gebruikt geen computer?

„Zonder is wereld al chaotisch genoeg. En ik heb de lichamelijke handeling van het tikken nodig. Al tikkende wordt het pas een mooie tekst. Ik stel me voor dat het werkt zoals bij een pianist. Echt mooi wordt de melodie die hij in zijn hoofd heeft pas als de pianist achter de piano gaat zitten. Ik geloof dat schrijven een combinatie is van een harmonieuze lichamelijke en geestelijke inspanning.”

Bij het lezen van je columns hoor je jouw stem

„Mijn columns zijn gemaakt om voor te lezen, er zit een sterk ritme in. Het is niet zo mooi als songteksten schrijven, maar wel vergelijkbaar.”

Hoe vind je het dat elke zondag een paar honderdduizend mensen naar je luisteren?

„Ik ben een rode-lampjes-man. Van mezelf ben ik heel verlegen, zelfs als ik op de redactie mijn column kom inspreken op de vrijdag voor de uitzending. Ik vind het enig om daar naartoe te gaan en ‘goedemiddag’ te kunnen roepen tegen mijn collega’s. Maar het blijft eng om zomaar bij zo’n gezelschap binnen te stappen waar iedereen zijn eigen bureau heeft. Mijn enige claim op het hele mediapark is een hangmap waarop ‘Midas’ staat geschreven. En die map is straks ook weg. Maar als voor een opname het rode lampje gaat branden, dan ontwaakt een andere Midas in mij die het allemaal veel beter weet dan ik.”

Krijg je vaak reacties van luisteraars?

„Als columnist weet je precies wat je moet doen om post te krijgen. Iets over God zeggen, vegetariërs beledigen; gewoon op lange tenen trappen. Ik ben te oud om te willen shockeren. Ik probeer de dingen zo puntig mogelijk te formuleren, zonder de waarheid geweld aan te doen. Maar mensen luisteren slecht. Ze worden boos om zin één en horen dan de laatste zin al niet meer waarin de opschudding van zin één teniet wordt gedaan. Die mensen willen hun opwinding onmiddellijk kwijt, en sturen dan een boze mail naar iemand anders omdat ik geen mailmachine heb. Post van mensen die de moeite nemen om een pen te zoeken en iets op papier te schrijven, die lees ik graag.”

Wanneer is een column mislukt?

„Als er niks nieuws in zit. Een belangrijke opdracht die ik mezelf heb gesteld is dat ik eens per week iets nieuws moet verzinnen. Iets wat ik nog niet eerder heb bedacht of gezegd. En eigenlijk vind ik dat ieder mens die opdracht zou moeten aanhouden. Dan zou de wereld er heel anders uitzien. Onderwerpen die ik echt belangrijk vind, eindigen meestal in een droevige column. Maar ik heb geleerd dat ik tijdens voorleesavonden het best eerst drie buitengewoon geestige verhalen kan vertellen. Dan zetten de mensen hun hartje open en willen nog meer leuks horen. Als ik daarna vertel over de wantoestand in de bio-industrie of over de gruwelijke manier waarop dieren elkaar afslachten in de natuur, kan ik mijn boodschap rechtstreeks hun ziel binnenschuiven. Dan heb ik mijn doel bereikt.”

Heb je eerder overwogen te stoppen?

„Stoppen kwam nooit in me op. Ergens aan beginnen is makkelijk, stoppen een stuk moeilijker, vraag maar aan een alcoholist. Maar mensen die niet van stoppen weten, zijn niet goed bij hun hoofd. Dat zie je aan wegenbouwers of een zoveelste kabinet Balkenende. Als ik nu niet stop, stop ik nooit. Ik wil eens iets anders doen met mijn talent. Het theater in gaan lijkt me vreselijk leuk. Het enige waar ik me zorgen over maak is dat er nog steeds allerlei indrukken bij mij naar binnen vliegen die ik voortaan zonder ze te vangen naar buiten moet laten gaan. Ik weet niet of ik dat kan.”

Zondag 11 februari staat Vroege Vogels van de VARA volledig in het teken van het afscheid van Midas Dekkers, van 8 tot 10 op radio 1.Een selectie van zijn beste columns heeft Midas Dekkers opnieuw ingesproken voor de luister-CD ‘Het Beest’ (Uitgeverij Contact, € 14,90).