Kramer op weg naar eerste wereldtitel

Met een magistrale vijf kilometer, z’n zoveelste van dit seizoen, heeft Sven Kramer een voorschot genomen op zijn eerste wereldtitel allround. Na de eerste dag van het WK in Heerenveen leidt de 20-jarige TVM-schaatser het klassement met een stevige voorsprong op de Italiaan Enrico Fabris en de Amerikaan Shani Davis.

Na zijn baanrecord op de vijf kilometer, in 6.12,97, keek Kramer zelfverzekerd naar het vervolg van het toernooi. „Ik heb een mega-kloof geslagen. Dat had ik vantevoren nooit gedacht. Ik sta er relaxed voor.” Z’n enige kanttekening voor de 1.500 meter van vandaag: „Ik schud die afstand nog niet zo uit m’n mouw als de vijf kilometer.”

Kramer begon het WK met een persoonlijk record op de 500 meter. Na een valse start, net als zijn concurrenten Davis en Fabris, bleef hij de tweede keer lang staan. „Ik kon geen risico nemen.” Zijn volle ronde was ijzersterk, ook al omdat tegenstander Erben Wennemars zijn ploeggenoot galant liet voorgaan op de kruising. „Ik wilde het WK van Kramer niet negatief beïnvloeden”, zei de sprinter die met miniem verschil de kortste afstand won. Davis werd derde in 35,84. Ten opzichte van Fabris (36,23) en Kramer (36,41) won de wereldkampioen van 2005 en 2006 minder dan verwacht. „Nu gaan we pas echt los”, keek Kramer vol bravoure vooruit naar de vijf kilometer.

Daar had de Fries alle reden toe. Hij is op die afstand dit seizoen nog ongeslagen. In Thialf zag hij gisteren zijn tegenstander Ervik een raketstart maken. „Dat speelde mij alleen maar in de kaart”, zei Kramer, die zijn rondetijden allemaal onder de 30 seconden hield, op één na. „Verslapping”, bleef Gerard Kemkers kritisch. „Daarom sta ik ook zo fanatiek te coachen op de kruising.”

De TVM-coach ziet zijn ploeg dit seizoen volledig domineren op de vijf kilometer. Achter Kramer eindigt Carl Verheijen elke race als tweede, gisteren in 6.16,16. „Mijn snelste tijd ooit in Europa”, wist de routinier. Hij reed tegenstander Davis in de laatste vijf rondjes op grote achterstand. In het tussenklassement moet de regerend wereldkampioen ook Fabris voorlaten. De jonge TVM-er Wouter Olde Heuvel werd in een persoonlijk record van 6.20,37 vijfde op de vijf kilometer, nadat hij een schitterend gevecht nipt verloor van de 19-jarige Noor Bøkko. Zelfs sprinter Wennemars reed naar een acceptabele tiende plaats, waardoor hij zesde staat na twee afstanden.

Volgens Kemkers is de dominantie van zijn ploeg op de vijf kilometer geen toeval. „Op die afstand zie je internationaal de grootste vooruitgang. Drie, vier jaar geleden baseerde ik alles op schema’s rond de 6.30. Nu moet je gewoon denken in 6.20 en sneller. Dat is een enorme omslag, om dat alleen al te durven.”

Vooral omdat het betekent dat een schaatser op de vijf kilometer, vanouds een stayersafstand, snel moet starten. „Tot de laatste paar jaar werd uithouding gezien als de belangrijkste factor”, zegt Kemkers. „Mijn filosofie is dat je eerst maar eens moet laten zien dat je de eerste vier, vijf rondjes de snelheid kunt maken die nodig is om de wereldtop aan te kunnen. Pas als dat lukt, gaan we de uithouding er in brengen. Dat is het moderne schaatsen, daar moet je in meegroeien.”

Daarom veranderde de TVM-coach de laatste jaren zijn trainingen ingrijpend. „We hebben moeten accepteren dat extensief duurwerk niet meer op rondjes van 32 of 33 seconden gaat, wat al snel is. Als je blijft hangen in oude tijden, kom je nooit verder. Het moet tegenwoordig in rondjes 31 of 30. Als je die omslag maakt, duw je de lichamen naar een hoger niveau.”

Gianni Romme geldt als de schaatser die als eerste de omslag maakte. De laatste jaren hebben vooral de Amerikaan Chad Hedrick, olympisch kampioen, en de Noren Øystein Grødum en Eskil Ervik de methode geperfectioneerd. In de TVM-ploeg geldt Verheijen als wegbereider. De Utrechter was gekend om zijn sensationele versnellingen in het tweede deel van de race. Kemkers: „Toen Carl zijn swung, zijn snelheid begon te krijgen heb ik gezegd: jij hebt het vermogen om van de vijf kilometer één lange sprint te maken.”

Kramer, die vorig jaar bij de ploeg kwam, volgde het spoor en streefde zijn ervaren ploeggenoot zelfs direct voorbij. Zoals tijdens hun memorabele gevecht in Salt Lake City, waar Kramer het huidige wereldrecord (6.08,78) klokte. „Jongens als Sven en Carl zijn zo sterk”, lacht Kemkers. „Dit jaar reed Sven in Berlijn 6.09. Dan denkt iedereen: een unicum. Maar ik weet al sinds ik met hem werk dat zulke dingen erin zitten. Dat laat hij hier, onder zware omstandigheden, ook weer zien. ”

Soms heeft de coach wel bedenkingen. „Ik ben er af en toe best huiverig voor. Je moet als trainer durven toestaan dat er op redelijk hoge snelheid duurtraining wordt gedaan. Dat is natuurlijk risicovol. Je zult eerder mensen kapot maken als je zo gaat werken. Maar je moet ergens die grens doorbreken. Zorgen dat de lichamen zich gaan aanpassen aan de training, in plaats van dat je de training aanpassen aan de lichamen. Uiteindelijk denk ik dat het goed gelukt is. Kijk maar hoe wij als ploeg in de breedte presteren. Sven is daarbij qua techniek en fysiek vermogen nog iets unieks.”