Knussens ‘Requiem’ rijk palet

Concert: Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw, met Pauline Post (piano) en Claudia Barainsky (sopraan). Werken van De Raaff, Knussen en Smetanin. Gehoord: 9/2 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.

‘Muziek toont ordeningsverhoudingen in de tijd,’ begon Stockhausen in 1957 zijn beroemd geworden essay Wie die Zeit vergeht. De tijd, en verwante muzikale factoren als duur, tempo en snelheid, werden in de vorige eeuw een preoccupatie van componisten als Stravinsky, Messiaen, Carter en Andriessen.

Het Schönberg Ensemble speelde gisteren in Amsterdam twee nieuwe composities die bij deze traditie aansluiten: Robin de Raaffs Time after Time (2006) en Micrographia (2006) van de Australiër Michael Smetanin.

In Time after Time gebruikt De Raaff een terugkerend basisgegeven met een onveranderlijk tempo, waaromheen materiaal in steeds veranderende snelheden klinkt. Maar tijdens het concert viel juist op dat de verschillende tempi hier eerder als dichtheidsgraad of ‘gewicht’ werken dan als snelheid. De perspectivische werking was er niet minder om.

Door de inventieve rijkdom, typerend voor De Raaff, vertoont het werk ook sterke overeenkomsten met zijn Pianoconcert (2001), waarin pianiste Pauline Post even later soleerde. Technisch uiterst vaardig, maar met een gebrek aan solistische présence

In Smetanins Micrographia zijn het lange microtonale glijvluchten of juist met grote stappen springende lijnen die zich in verschillende richtingen en met verschillende snelheden voltrekken. Dat werd na verloop van tijd misschien wat saai, maar het geheel bleef leuk – ook visueel – door de twee slagwerkers die met blote handen en een feilloze karatetechniek een marimba bewerkten.

Oliver Knussens Requiem – Songs for Sue (2005-6), geschreven ter nagedachtenis aan zijn overleden echtgenote, bleek een waardig afscheid met een rijk palet aan emoties: van verontwaardiging tot vertwijfelde treurnis tot berusting.