Irak ziet niets in ramkoers VS jegens Iran

De confrontatiepolitiek van de VS jegens Iran stemt de Iraakse autoriteiten niet vrolijk. Zij maken er geen geheim van dat ze goede relaties met Iran willen houden. Veel Irakezen hebben er nauwe contacten.

De Iraanse Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei (links) afgelopen maandag in gesprek met Abdel-Aziz al-Hakim, een vande macjtigste Iraakse politici. (Foto AP) Iranian supreme leader Ayatollah Ali Khamenei, left, and Abdul-Aziz al-Hakim, the head of the Shiite bloc in parliament in Iraq, talk, during their meeting in Tehran, Iran, Monday, Feb. 5, 2007. (AP Photo/Soureh News Agency) Associated Press

Waar is de Iraanse tweede ambassadesecretaris Jalal Sharafi gebleven? Hij werd zondag in zijn standplaats Bagdad ontvoerd – of werd hij in opdracht van de Amerikaanse autoriteiten door Iraakse commando’s opgepakt? Tegen de achtergrond van de toenemende spanningen met de Verenigde Staten, over het Iraanse nucleaire programma maar de laatste tijd met name over Teherans invloed in Irak, gaat de Iraanse regering van het laatste uit. De Iraakse regering op haar beurt zit met de kwestie-Sharafi in haar maag, zoals zij met de hele kwestie-Iran in haar maag zit. Zij kan zich geen conflict met de Amerikaanse beschermheer permitteren. Maar de Amerikanen gaan onvermijdelijk een keer weg, en Iran blijft het machtige buurland.

Van Jalal Shafari is niets meer vernomen. Hij werd op straat meegenomen door zo’n 30 gewapende mannen in het uniform van een speciale Iraakse eenheid die onder direct toezicht staat van het Amerikaanse leger. In theorie is er een hele reeks mogelijke daders: sunnitische rebellen, anti-Iraanse shi’ieten, gewone criminelen – iedereen opereert immers in Irak in leger- en politie-uniformen. En inderdaad de speciale eenheid in opdracht van de Amerikanen.

Begin december bepleitte het rapport van de Studiegroep Irak van de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken James Baker nog directe contacten tussen de Amerikaanse regering en Iran als onderdeel van een pakket suggesties om een oplossing te vinden voor de vastgelopen oorlog in Irak. Maar in plaats daarvan zegde president Bush Iran de wacht aan. Amerikaanse regeringsfunctionarissen produceren sindsdien een onafgebroken stroom beschuldigingen dat Iran in Irak geweldplegers tegen Amerika traint en met wapens, geld en informatie steunt. Irans doel is volgens Amerikaanse regeringswoordvoerders Washington duidelijk te maken dat regimewijziging een (te) kostbare zaak is, de Iraakse democratie te ondermijnen en zijn regionale invloed te versterken.

In december en januari pakten Amerikaanse militairen respectievelijk in Bagdad en in de Koerdische hoofdstad Arbil verscheidene Iraniërs op die werden beschuldigd van het beramen van aanslagen in Irak. Twee gasten van de Koerdische Iraakse president Talabani werden weer vrijgelaten, maar vijf Iraniërs zitten nog vast. Volgens het Amerikaanse leger hebben ze banden met de Iraanse Revolutionaire Garde. Half januari maakte Washington bekend dat de Iraniërs waren opgepakt onder een maanden eerder door Bush uitgegeven bevel om een breed offensief te lanceren tegen Iraanse agenten in Irak, waarbij het leger toestemming had gekregen hen aan te houden of zelfs te doden.

Maar veel Irakezen zien Iran vanuit een heel ander perspectief.

„Als je de sunnieten niet meetelt, ziet de meerderheid van de Irakezen Iran als vriend”, zei de onafhankelijke Koerdische parlementariër Mahmoud Othman begin deze maand tegen de Chicago Tribune. Deze erfenis van het bewind van de sunniet Saddam Hussein compliceert de Amerikaanse anti-Iraanse koers: de huidige Iraakse machthebbers maken er geen geheim van dat ze heel zenuwachtig aankijken tegen de Amerikaanse beschuldigingen en anti-Iraanse operaties. „We willen goede betrekkingen met onze buren handhaven, en met name met Iran”, zei vorige week nog de Iraakse regeringswoordvoerder Ali al-Dabbagh op een persconferentie in Bagdad. „We hebben lange grenzen met hen, we delen plaatselijke belangen en we geven er de voorkeur aan dat deze relatie niet door de anderen wordt overschaduwd.”

Honderdduizenden shi’itische Irakezen zijn aan het begin van de Iraaks-Iraanse oorlog (1980-88) door Saddam de grens met het shi’itische Iran overgezet en hebben Iraanse gastvrijheid genoten tot de val van het Ba’athregime terugkeer mogelijk maakte. Daarnaast zijn talrijke shi’itische oppositieactivisten in de loop der jaren naar Iran uitgeweken. De Badr-brigade, de machtige militie van de Opperste Raad van de Iraakse Revolutie in Irak (SCIRI), is in 1982 in Iran opgericht, is er getraind en bewapend.

Nú worden in Washington de vorming van de Badr-brigade en haar gewapende operaties in Irak in Saddams tijd wel omschreven als vroeg bewijs van Iraanse expansiedrift. Maar indertijd was de SCIRI/Badr gewaardeerd lid van de door Amerika gesteunde oppositie, samen met onder andere de twee grote Koerdische partijen, de PUK van Iraks president Jalal Talabani en de KDP van Masoud Barzani, president van het autonome Koerdistan. Ook Talabani leefde een tijdlang in ballingschap in Iran, evenals de huidige premier Maliki en veel andere leiders van de shi’itische Dawapartij. Ze hebben er allemaal goede relaties in Teheran aan overgehouden – met de Iraakse Koerden onderhoudt Iran (net zoals onder wijlen de sjah) betere relaties dan met de eigen Koerdische minderheid.

Iran levert de Badr inderdaad nog steeds wapens, evenals, volgens diverse bronnen in Irak, zij het in mindere mate, het Leger van de Mahdi van Muqtada Sadr, ook al is deze de radicale shi’itische geestelijke niet een van zijn speciale vrienden. De levering van militair materieel is uiteindelijk ook een middel om greep te krijgen op bepaalde groepen. Hoe dan ook zien veel Iraakse shi’ieten deze milities en niet het zwakke en verdeelde Iraakse leger als hun beschermers, en zij hebben daarom niet veel moeite met dergelijke wapenleveranties. De Koerden evenmin, voor wie de shi’ieten geen bedreiging vormen. De Amerikanen wél, die Sadrs Leger van de Mahdi tegenwoordig als de gevaarlijkste strijdgroep in Irak brandmerken. Het is verder waarschijnlijk dat radicale facties in de islamitische republiek ook andere shi’itische groepen met wapens steunen. Maar het is niet door toedoen van shi’itische milities dat de meeste Amerikaanse militairen in Irak sneuvelen, maar door geweld van sunnitische rebellen. De afgelopen twee dagen werd de dood van zeven Amerikaanse mariniers in de gewelddadige sunnitische provincie Al-Anbar gemeld.

De Iraanse ambassadeur in Bagdad, Hassan Kazemi Qomi, zei tien dagen geleden in een vraaggesprek met The New York Times dat zijn land zijn economische en militaire betrekkingen met Irak aanzienlijk gaat uitbreiden. Met name op het gebied van veiligheid en wederopbouw kan Iran een belangrijke rol spelen, aldus ambassadeur Qomi. Hij onderstreepte daarmee dat Iran zich niet door de Verenigde Staten uit Irak zal laten verjagen.

Irans beste vriend in Irak, SCIRI-leider Abdel-Aziz al-Hakim, pleitte deze week tijdens een bezoek aan Teheran voor onderhandelingen tussen Iran en de VS om een oplossing te vinden voor het geweld in Irak. Hoe complex de Iran-Irak-VS situatie is, blijkt wel uit het feit dat Hakim in december door Bush warm werd ontvangen in het Witte Huis.